Zware tijden voor de culturele sector

Column Gerhard Hormann
Les geven om inkomsten te genereren. beeld iStock

Voor freelancers in de kunstwereld en de culturele sector zijn dit extra zware tijden. Toch zitten ook daar weer verschillende kanten aan.

Wie besluit kunstenaar te worden, volgt zijn hart maar kiest voor een bescheiden bestaan en een leven vol onzekerheden. Zelden zal de hoofdactiviteit voldoende geld opleveren om van rond te komen, zodat het inkomen moet worden aangevuld met nevenactiviteiten die in het verlengde liggen van het gekoesterde talent. Denk aan de schilder die tekenles geeft of de violist die muziek doceert.

Op deze wijze is het doorgaans mogelijk het hoofd boven water te houden, zonder dat een buffer wordt opgebouwd voor mindere tijden of voor later. Wie geluk heeft en doorbreekt, is verlost van geldzorgen, maar in de meeste gevallen zal het de nodige hoofdbrekens kosten om elke maand weer aan alle verplichtingen te voldoen. Een onverwachte crisis als deze kan dan de nekslag betekenen.

Het is nog te vroeg om de balans op te maken, al valt niet uit te sluiten dat de pandemie een kaalslag veroorzaakt in de culturele sector. Vrijwel geen enkele schrijver kan in dit land leven van de opbrengst van alleen de boekenverkoop. Juist de extra inkomsten –optredens in bibliotheken, signeersessies in boekhandels en voorleesbeurten op scholen– vallen nu tijdelijk weg door alle overheidsmaatregelen.

Als twintiger worstelde ik met een dilemma, opgeworpen door de wens romanschrijver te worden aan de ene kant en mijn verantwoordelijkheid als kostwinner aan de andere. Dat laatste woog het zwaarst, met als gevolg dat ik mijn eerste tien boeken schreef in de avonduren naast een fulltime baan als journalist. Zo was ik de stratenmaker die ’s avonds thuis ook nog een terras aanlegde.

Het grote, evidente voordeel is dat je op deze wijze niet afhankelijk bent van subsidies, stipendia, uitkeringen of noodmaatregelen. Het levert financiële vrijheid op, maar indirect ook creatieve vrijheid. Omdat ik niet rechtstreeks afhankelijk was van de boekenverkoop, kon ik mijn hart volgen en straffeloos switchen tussen relithrillers, jeugdboeken en filosofisch getinte, financiële non-fictie. Het was ook geen ramp dat er tussen 2008 en 2012 niets van mijn hand verscheen.

Nadelen zijn er natuurlijk ook volop, want bij een dergelijke opzet blijft het afgeleverde werk altijd een hobbymatig karakter houden. Niet voor niets worden mensen die naast een kantoorbaan een penseel ter hand nemen vaak aangeduid als ‘zondagsschilders’. Een echte kunstenaar ben je pas wanneer je alles op alles zet. Wie het erbij doet, wordt vaak niet voor vol aangezien, ook niet omdat je niet de volle aandacht kunt geven aan je creaties.

Daarnaast is deze manier van werken zowel belastend voor het gezin als voor jezelf. Je bent weliswaar niet afhankelijk van de kunst of van de gunst van het publiek, maar je bent wel altijd aan het werk. Het verklaart waarom ik na een kwart eeuw ben gestopt met mijn werk als journalist, want eigenlijk had ik al die jaren een dubbele baan. Dat laat zien dat je altijd, welke keuzes je als mens ook maakt, concessies zult moeten doen en moet streven naar de gulden middenweg.

De auteur is publicist. Reageren? hormann@refdag.nl