Zoektocht naar gerechtigheid in MKZ-zaak Kootwijkerbroek

MKZ
Kootwijkerbroek, 2001: ruimingen met behulp van de ME. beeld RD, Henk Visscher

Opnieuw buigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) zich over mond-en-klauwzeer (MKZ) in Kootwijkerbroek. De rechters zijn van plan de kwestie deze keer definitief af te ronden.

Wat is MKZ ook al weer?

MKZ is een zeer besmettelijke virusziekte onder evenhoevige dieren zoals koeien, varkens, schapen en geiten. De ziekte verspreidt zich via dieren, transportmiddelen, mensen en de lucht. De laatste keer dat MKZ in Nederland opdook was in 2001. Toen werden 25 boerderijen besmet verklaard en 280.000 dieren gedood. Verreweg de meeste waren gezond.

Waarom worden bij een uitbraak gezonde dieren gedood?

MKZ is een bestrijdingsplichtige dierziekte, net als bijvoorbeeld varkenspest en vogelgriep. Volgens Europese afspraken moet de overheid verspreiding van zulke ziekten tegengaan omdat ze ernstige economische schade veroorzaken. Importerende landen kunnen hun grenzen langdurig sluiten voor dieren en dierproducten.

Bestrijding gebeurt door ‘stamping-out’: een besmet bedrijf wordt van de buitenwereld afgesloten en in wijde omgeving wordt het vervoer van dieren, mest en dierproducten stilgelegd. De dieren op het bedrijf en op boerderijen in de buurt worden ‘geruimd’: gedood en afgevoerd naar een verwerkingsbedrijf.

Dieren kunnen tegen MKZ worden gevaccineerd. Dan bouwen ze weerstand tegen de ziekte op. Vroeger was dat een gebruikelijke aanpak. Maar importerende landen eisen vaak dat dieren niet ingeënt zijn omdat ze er zeker van willen zijn dat ze de ziekte niet binnenhalen. Ingeënte dieren hebben antistoffen tegen MKZ in hun bloed, maar dieren die echt ziek zijn (geweest) ook. Tests die onderscheid kunnen maken tussen besmette en gevaccineerde dieren zijn nog in ontwikkeling.

In Kootwijkerbroek kwam het in 2001 tot rellen. Waarom?

Het ministerie van Landbouw besloot destijds tot ruiming van 240 boerderijen omdat een laboratorium in Lelystad het MKZ-virus had aangetroffen in een bloedmonster van één dier van een kalvermester in het dorp. De dieren op het bedrijf vertoonden echter niet de ziekteverschijnselen die bij MKZ horen. De boeren uit Kootwijkerbroek geloofden daarom niet in een uitbraak en verzetten zich tegen de ruimingen. Een denigrerende uitspraak van toenmalig minister Brinkhorst gooide olie op het vuur. De ME moest eraan te pas komen om de ruimingen door te zetten.

We zijn nu achttien jaar verder. Wat is er in de tussentijd gebeurd?

Tientallen boeren hebben in diverse procedures geprobeerd de rechtmatigheid van de ruiming aan te vechten. Tot op heden zijn ze daar niet in geslaagd. De kwestie-Kootwijkerbroek is aan de orde geweest bij de rechtbank, de Raad van State, het CBb en het Europese Hof van Justitie. Opeenvolgende uitspraken hebben ertoe geleid dat het ruimingsbesluit uit 2001 inclusief de daaraan ten grondslag liggende diagnose tot in detail is ontrafeld. Wat nu nog rest is het antwoord op de vraag of de overheid terecht de bezwaren van de boeren tegen het ontruimingsbesluit heeft afgewezen. Het CBb doet uiterlijk 6 augustus uitspraak.

Als de uitspraak positief is voor de boeren, krijgt de overheid dan met schadeclaims te maken?

Dat moet nog blijken. Om enorme bedragen zal het niet kunnen gaan, want slechts vijf (voormalige) boeren zijn achttien jaar lang blijven procederen. Alleen zij zijn partij in de nog lopende zaak. Woordvoerders van de boeren hebben laten weten dat het hun vooral te doen is om gerechtigheid.