Woningtekort en immigratie: appels met peren vergelijken?

Column Gerhard Hormann
beeld ANP, Lex van Lieshout

Kun je naar een oplossing zoeken voor het woningtekort zonder daarbij kritisch te kijken naar het immigratiecijfer? Of is dat appels met peren vergelijken?

Het simpelweg naast elkaar leggen of tegen elkaar wegstrepen van getallen is riskant en misleidend. Zo blijkt er een kloof tussen het aantal bijstandsgerechtigden en werklozen aan de ene kant en het groeiend aantal openstaande vacatures. Dat heeft met aanleg te maken, met kwalificaties, met bemiddelbaarheid en met het feit dat de bijstand deels een vergaarbak is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Toch kan het leerzaam zijn om op deze wijze naar statistieken te kijken, al was het maar omdat het soms iets zegt over het rondpompen van geld of het verkwisten van fondsen. Zo had ik ooit eens uitgerekend dat de staat net zoveel verdiende aan het oppompen van aardgas in Groningen als het misliep aan inkomsten door het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Beide zaken hebben op zich weinig met elkaar te maken, maar de rekensom stemt moedeloos.

Datzelfde geldt wanneer je het huidige woningtekort (circa 250.000) legt naast het meest recente immigratiecijfer (ongeveer 100.000 in 2018). Dat onderwerp ligt gevoelig, want al snel gaat het over statushouders die voorrang zouden krijgen boven autochtone Nederlanders.

Immigratiesaldo

De achterliggende, interessante vraag is hoe snel het woningtekort in theorie zou worden ingelopen wanneer Nederland enkele jaren geen positief immigratiesaldo zou kennen. Omgekeerd is het een terechte vraag of je als overheid niet voortdurend achter de feiten aan blijft lopen wanneer de bevolking jaarlijks met minimaal 75.000 nieuwkomers groeit. Valt er tegen een dergelijke groeitempo wel op te bouwen en –nog gevoeliger– is dat eigenlijk wel wenselijk in zo’n dichtbevolkt land?

Duidelijk moge zijn dat je het tekort aan woningen niet zomaar kunt wegstrepen tegen zo’n enorm diffuse groep als het totaal aantal nieuwkomers. Daar zitten vluchtelingen bij, maar ook expats, Indiase programmeurs, Poolse arbeiders en buitenlandse studenten. Het zijn mensen die van plan zijn voorgoed te blijven, maar ook tijdelijke ingezetenen. Bij gezinshereniging is onderdak vaak al voorzien, terwijl statushouders snel een huis nodig hebben.

Daar komt bij dat het woningtekort –net als de arbeidsmarkt– gekenmerkt wordt door een mismatch tussen vraag en aanbod. Door de vergrijzing is er toenemende behoefte aan appartementen of andere levensloopbestendige woonvoorzieningen. Daarnaast groeit de vraag door een toenemend aantal eenpersoonshuishoudens. Zo bekeken spelen vergrijzing en individualisering net zo’n belangrijke rol als bevolkingsgroei.

Zonder aanwas van buitenaf zou de bevolking nog maar mondjesmaat toenemen en op termijn zelfs stabiliseren of krimpen. Die nuchtere constatering vraagt om een inhoudelijke, zakelijke discussie over de wenselijkheid om een dichtbevolkt land als Nederland met deze snelheid door te laten groeien. Dat kan niet zonder stil te staan bij alle maatschappelijke en ruimtelijke consequenties, waarvan het woningtekort er uiteindelijk slechts eentje is.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl