William Kramer klust in Urker kerk en sporthal

Werken met een beperking
William Kramer (r.), die en beperking heeft, doet in sporthal De Vlechttuinen in Urk onder meer schoonmaakwerk. Links zijn begeleider Frans Kramer.   beeld Ruud Ploeg
4

Praten als Brugman kan William Kramer (20), maar lezen en schrijven lukt hem niet. Daarom moet de jongeman nogal wat beroepen aan zijn neus voorbij laten gaan. Toch steekt hij graag de handen uit de mouwen. Dat doet hij in een kerk en een sporthal in Urk.

Grappen en grollen vliegen over tafel in een zaaltje van sporthal De Vlechttuinen in Urk. Beheerder Frans Kramer (42) en zijn assistent William Kramer (geen familie) mogen elkaar graag de loef afsteken. In het gesprek komt een liefhebberij van William aan bod: pannenkoeken bakken. Begeleider Frans: „William is een grote eter. Als hij 50 pannenkoeken voor een groep bakt, eet hij er zelf 30 op.”

William kaatst terug: „Ik denk wel de helft van alle pannekoeken.”

Obadja

William heeft onder meer PDD-NOS, een vorm van autisme. Vanwege zijn beperking zat hij op de reformatorische Obadjaschool voor speciaal onderwijs in Zwolle. „Obadja komt in de Bijbel ook voorbij”, weet William. „Op school heb ik psalmen geleerd. Zoals ’t Hijgend hert of Opent uwe mond.”

Sinds enkele jaren regelt Philadelphia Zorg, een christelijke organisatie die ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke beperking, dagbesteding voor William. „Samen met hem kijken we waar zijn talenten liggen en wat hij wil leren. Zo krijgt hij werk waar hij plezier in heeft en groeit zijn zelfvertrouwen”, zegt Philadelphia-medewerkster Petra van de Brake.

William, die net buiten Urk woont, werkt zo’n 4,5 dag per week bij de sporthal en bij de nabijgelegen kerk De Ark (hervormde gemeente). Hij verleent er hand- en spandiensten, zoals stofzuigen, boenen, verven en oud papier wegbrengen naar een stortplaats.

Ook helpt William zijn begeleider Frans in de zomer met het leveren van springkussens aan buurtverenigingen. „Hij kan gigantisch hard werken”, zegt Frans.

William neemt zijn begeleider in de maling. „Al dat gesjouw met die springkussens wordt te zwaar voor het ruggetje van Frans. Straks komen we hem nog ergens tegen onder een brug. Als een vondeling.”

William Kramer mag graag basketballen. beeld Ruud Ploeg

Prullenbakken

Ook koster Boudewijn Tims (66) van De Ark is in zijn nopjes met de hulp van William. Op maandag maakt hij onder meer de kerkzaal schoon. „Hij leegt bijvoorbeeld de prullenbakken”, zegt Tims. In De Ark volgt William met een interkerkelijke groep Urkers met een beperking aangepaste catechisatie.

Van het grootste belang is dat er een „klik” is tussen de begeleiders en William, benadrukken de koster en de sporthalbeheerder. Frans: „Mijn familiekring kent diverse mensen met zware vormen van het syndroom van Down. Ik kan denk ik goed omgaan met mensen met een beperking, zoals William. Hij is een goede werknemer. Als sporthal hebben we profijt van hem.”

Koster Tims: „William en ik moesten in het begin best aan elkaar wennen. Nu loopt onze samenwerking als een tierelier. William vraagt hoe hij klusjes aan moet pakken en voert ze dan meteen uit.” William: „Ik houd van opschieten.”

Ook Annemarie Kramer, de moeder van William, onderstreept de waarde van goede begeleiding. „William is verbaal best sterk. Het risico is dan dat mensen hem overschatten. Ooit ging hij aan de slag bij een bouwbedrijf. Hij mocht op de heftruck pallets vervoeren. Maar hij kreeg veel te veel verantwoordelijkheden. Het is te gevaarlijk om hem zonder begeleiding op zo’n heftruck rond te laten rijden.”

Sporthalbeheerder Frans: „William heeft sturing nodig. Hij wil precies weten waar hij aan toe is. Net gaf ik in de kantine een groep kinderen uitleg over een spel met speelgoedpistolen. Ik moet William niet ineens vragen om zo’n praatje te houden. Dan wordt hij zenuwachtig en wordt het te druk in zijn hoofd.”

Woordenschat

Omdat William (nog) niet kan lezen en schrijven, heeft hij geen autorijbewijs. Ondanks zijn beperking slaagt hij er toch in zijn woordenschat uit te breiden. Daar heeft hij een app voor op zijn smartphone. Als hij een ‘vreemd’ woord inspreekt, legt een stem achter die app uit wat dat betekent.

„Pas hadden we het thuis aan tafel over een gynaecoloog. Ik wist niet wat dat betekende. Nu wel.” Grappend: „Zo’n beroep als dokter lijkt me ook wel wat. Verdient goed.”

William Kramer (l.) verleent hand- en spandiensten in de Urker kerk De Ark. Rechts zijn begeleider Boudewijn Tims. beeld Ruud Ploeg

„Pas op voor hooggespannen verwachtingen”

Zorg op de werkvloer voor goede begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking. Die boodschap moet de overheid meer uitdragen, zegt Petra van de Brake. Voor de Urker afdeling van de christelijke zorgorganisatie Philadelphia coördineert ze samen met collega’s dagbesteding voor enkele tientallen mensen met een beperking. Ze zorgde dat William Kramer aan de slag kon bij de sporthal en de kerk. „Een werknemer met een beperking moet iemand in de buurt hebben op wie hij of zij terug kan vallen.”

Waak voor al te hooggespannen verwachtingen van de inzet van mensen met een beperking. Ook dat moeten overheid en zorgorganisaties werkgevers voorhouden, vindt ze. „Ooit ging een van onze vrouwelijke cliënten aan de slag bij een winkel. Het personeel dacht aanvankelijk dat ze zelfstandig allerlei klussen kon doen. Maar dat lukte niet. Philadelphia ging in gesprek met de werkgever. Die zorgde dat de cliënt intensiever werd begeleid. Nog altijd werkt ze bij die winkel, waar ze trots haar bedrijfskleding draagt.”

William Kramer (m.) met zijn begeleiders Boudewijn Tims (l.) en Frans Kramer (r.). beeld Ruud Ploeg

serie Werken met een beperking

Deel 9 in een serie artikelen over werken met een beperking