Werkgevers eisen nieuw ontslagrecht, RMU ziet daar niets in

beeld ANP, Lex van Lieshout

Werkgevers in de industrie zetten de vakbonden het mes op de keel. Zij willen nog voor Pasen tot een akkoord komen over de knelpunten op de arbeidsmarkt, zo stellen ze vandaag in de Telegraaf.

Versoepeling van het ontslagrecht staat hoog op het wensenlijstje van de werkgevers in de industrie. Als dat niet lukt, zetten ze de vakbonden buiten spel door direct met partijen aan de formatietafel in gesprek te gaan.

Het gaat om ondernemersorganisaties FME, Bouwend Nederland, Koninklijke Metaalunie en Uneto-VNI. Ze eisen dat de Wet Werk en Zekerheid van minister Asscher op de schop gaat. De werkgevers hebben vooral problemen met het ontslagrecht dat in hun ogen verder moet worden versoepeld.

RMU

Chris Baggerman van de RMU begrijpt de oproep van de werkgevers. „Wij zien de knelpunten op de arbeidsmarkt ook. Maar het versoepelen van het ontslagrecht is niet de juiste oplossing.”

De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) heeft er niet voor gezorgd dat een vast dienstverband minder vast is dan vroeger, stelt Baggerman. „Maar deze wet heeft wel geleid tot een lagere en transparante ontslagvergoeding en heldere criteria voor het kunnen ontslaan van medewerkers als zij niet goed functioneren of om bedrijfseconomische redenen. Een werkgever die zijn dossier op orde heeft zodat een wettelijke ontslaggrond vaststaat, kan zonder problemen toestemming krijgen voor ontslag. Daarom is het niet nodig om het ontslagrecht te versoepelen.”

Verschil in rechtspositie

Het werkelijke probleem is volgens de RMU het verschil in rechtspositie tussen flexwerkers en vaste krachten. Dat verschil is zo groot geworden, dat veel werkgevers liever een flexcontract dan een vast dienstverband afsluiten, stelt de vakorganisatie. „Dat verschil moeten we kleiner maken. Een simpele oplossing voor dit probleem bestaat niet. Maar we kunnen werkgevers wel met een financiële prikkel stimuleren een vast contract aan te bieden. Geef werkgevers bijvoorbeeld een afdrachtskorting voor loonheffing en sociale premies als zij mensen in vaste dienst aannemen.”