Werkgever trekt zich geldzorgen Saskia aan

Yolande Hopstaken. beeld Yolande Hopstaken

Saskia heeft financiële zorgen. Ze is blij dat haar werkgever dat in de gaten heeft. En haar zelfs helpt met het oplossen ervan. Een werknemer zonder geldnood functioneert nu eenmaal beter. Steeds meer bedrijven stimuleren hun personeel financieel fit te zijn.

Saskia is de laatste tijd wat stiller dan anders, merkt teamleidster Yolande Hopstaken. Het valt de leidinggevende van het team conducteurs bij de Nederlandse Spoorwegen (NS) op dat haar 37-jarige medewerkster zichzelf ook minder goed verzorgt.

Als Hopstaken tussen de bedrijven door informeert hoe het met Saskia gaat, geeft zij ontwijkende antwoorden. Er is meer aan de hand, denkt de leidinggevende. Dat blijkt. Saskia en haar partner gaan uit elkaar. Ze is hard op zoek naar nieuwe woonruimte. Het stuklopen van haar relatie en het bijkomende regelwerk valt Saskia zwaar.

„Red je het financieel wel?” vraagt Hopstaken dan gericht. Nee dus. Saskia vindt dat behoorlijk ingewikkeld. Het lukt haar niet om haar geldzaken goed op de rit te krijgen. Voorheen deed haar partner de administratie voor het gezin. Als ze na een lange dag werken moe thuiskomt, is het erg makkelijk om even een maaltijd bestellen. Maar dat blijkt stukken duurder te zijn dan boodschappen doen en zelf eten koken. Ook de kosten van de telefoonabonnementen van haarzelf en haar twee tienerkinderen lopen in de papieren. Daarnaast loopt ze achter met het betalen van de huur. Daar komt bij dat de energiemaatschappij dreigt met het afsluiten van gas, water en licht vanwege onbetaalde rekeningen.

De alleenstaande moeder grijpt het aanbod van haar leidinggevende voor begeleiding met beide handen aan. Samen melden ze Saskia aan voor hulp om de financiën weer op orde te krijgen. Daarnaast leent de NS haar een geldbedrag om de betalingsachterstanden van huur en gas, water en licht af te betalen. Dat bedrag betaalt Saskia terug via inhoudingen op haar salaris. Een jaar later is ze uit de geldproblemen.

ANP-17225063_webWerkgever en werknemer moeten werken aan vertrouwensband

Ziekteverzuim

Vragen naar geldzorgen. Dóórvragen. Doorverwijzen naar hulp. Gaat dat allemaal niet te ver voor een werkgever? Hopstaken vindt van niet. „Daarmee voorkom ik dat medewerkers wegzakken in ziekteverzuim. En ik houd hen gemotiveerd voor hun werk.”

Haar team bestaat uit 32 mensen. Zij hebben veel direct contact met reizigers. In acht jaar tijd kreeg de teamleidster twee keer te maken met een collega die financiële begeleiding nodig had. „Als mijn medewerkers piekeren over hoe ze die avond eten op tafel krijgen of hoe ze een nieuwe winterjas moeten betalen, lijdt de klant daaronder. Het contact is dan geen plezierige ervaring. Als ik die zorgen kan verlichten, kunnen medewerkers hun aandacht honderd procent aan de klant geven.”

Op verschillende manieren ondersteunt de NS zijn ruim 21.000 personeelsleden. Allereerst met de ”Fitwijzer”: een gids op het besloten informatieplatform van de organisatie. Daarin kunnen alle medewerkers niet alleen tips vinden om lichamelijk en mentaal gezond te blijven, maar ook om grip te houden op hun inkomsten en uitgaven. Contactgegevens van professionele begeleiding staan erbij vermeld. De leidinggevende moet akkoord gaan met eventuele coaching, maar mag niet vragen naar de reden of inhoud van de begeleiding, licht de teamleidster toe.

Daarnaast heeft de NS een noodfonds voor acute situaties. Bij dreigende huisuitzettingen en afsluiting van gas, water en elektra, kan de medewerker een lening krijgen om achterstallige betalingen te voldoen. Maar het fonds is niet bedoeld voor afbetaling van aankopen, bijvoorbeeld een auto.

De NS verstrekt geen voorschotten meer aan zijn personeelsleden. Door alvast een deel van het salaris van de volgende maand te krijgen, kunnen mensen namelijk juist in de problemen raken, legt Hopstaken uit. Een verzoek om een voorschot kan een aanwijzing zijn dat iemand niet goed zijn maandelijkse inkomsten en uitgaven kan spreiden.

Toch kunnen er wel middelen zijn bij de werkgever, maar blijven die nog vaak onbenut. Schaamte om voor de geldnood uit te komen, speelt daarbij doorgaans mee, zegt de teamleidster. „Zeker als de zorgen redelijk snel elkaar opvolgen. Een scheiding bijvoorbeeld is al ingewikkeld genoeg.”

Vaak verwachten medewerkers ook niet dat de werkgever mogelijkheden heeft, zegt Hopstaken. Neem daarom als leidinggevende zelf het voortouw om het aan te kaarten, luidt haar devies. „Medewerkers zijn daar vaak alleen maar blij mee. Wil een medewerker niets delen, respecteer dat dan. Ik benadruk zelf altijd dat als iemand er niet over wil praten, het niet hoeft.”

Het gesprek over geldzaken gaande houden, vindt Hopstaken sowieso belangrijk. Regelmatig polst ze nog bij Saskia hoe het gaat.

Mantelzorg

Wie veel te verwerken krijgt, zoals Saskia, kan niet of nauwelijks aandacht opbrengen voor het ordenen van de administratie en het bijstellen van financiële keuzes. Laat staan om eens goed te gaan zitten voor het uitzoeken van dat ene belastingvoordeel. Veranderingen in het leven, soms plotseling, zijn vaak een oorzaak van geldzorgen. Denk aan ziekte, mantelzorg verlenen, echtscheiding, ontslag of overlijden van de partner.

Financiële problemen variëren van regelmatig rood staan en moeilijk kunnen rondkomen tot en met het achterlopen met het betalen van de hypotheek of huur en het niet meer kunnen betalen van rekeningen. Oplopende schulden kunnen uitmonden in loonbeslag: dan roomt een schuldeiser bij de werkgever een deel van het salaris af om een openstaande rekening te voldoen.

Hoewel het aantal mensen met serieuze schulden de laatste jaren iets afneemt, is de aard van betalingsproblemen ernstiger geworden, constateerde het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting in 2018.

Uit een eerder onderzoek van het instituut bleek al dat 62 procent van de werkgevers personeel met geldzorgen heeft. Maar de helft van de werknemers weet niet of hun werkgever hulp biedt, concludeerden onlangs onderzoekers van ”Wijzer in geldzaken”, een initiatief van de overheid en diverse organisaties.

De helpende hand toesteken aan werknemers met besognes om geld hoort hij goed werkgeverschap, vindt 64 procent van de werknemers. Ruim 55 procent zou graag bij de werkgever terechtkunnen met vragen over de eigen financiële situatie. Dat kan al gaan om minder werken, deeltijd pensioen of minder inkomen door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Een even groot deel zegt dat een goede werkgever medewerkers helpt om ”financieel fit” te zijn.

Vroeg of laat krijgt elke werkgever wel een keer te maken met financiële zorgen onder zijn personeel, zeggen werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland. Of de laatste jaren sprake is van een toe- of afname kunnen zij echter niet aangeven. „Het gaat economisch goed, maar dat zegt niet alles. We weten dat er veel mensen zijn met (problematische) schulden, al neemt dat aantal kennelijk wel af”, zegt woordvoerster Mieke Ripken. Wel zien de belangenorganisaties dat bedrijven steeds vaker bezig zijn met (preventief) beleid voor financiële fitheid. „Iets doen met dat thema, past in beleid voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Bedrijven zijn daar massaal mee bezig”, aldus Ripken.

Het is in het eigen belang van de werkgever om daarvoor oog te hebben en hulp te bieden waar mogelijk, stellen de werkgeversorganisaties. „Geldzorgen kunnen een grote impact op mensen hebben en dus ook op hun functioneren; slecht slapen, verminderde concentratie, ziekteklachten.” Zowel grote ondernemingen als het midden- en kleinbedrijf zien dat volgens hen in. Bij kleine bedrijven kent de ondernemer zijn mensen vaak goed; een voordeel.

Tegelijk wil circa de helft van de werkgevers ook vanuit betrokkenheid en menselijk oogpunt de helpende hand bieden. Ook als ze zich niet verantwoordelijk voelen. „Als werkgever wil je dat het goed met je mensen gaat”, licht Ripken toe.

2019-03-23-katZA10-Peterkamp-2-FC_webOnschuldig in de schulden; hoe kan dát gebeuren?

Bemoeien

Maar de uitvoering valt in de praktijk niet altijd mee. VNO-NCW en MKB-Nederland horen veel dat het ongemakkelijk is om financiële zorgen bespreekbaar te maken. Ripken: „Werkgevers zijn soms al snel bang om zich te veel met privézaken te bemoeien, als ze vermoedens van geldproblemen willen aankaarten. Van de kant van de werknemer kan er schaamte meespelen. En daarbij vragen werkgevers zich af welke woorden ze moeten kiezen.”

Daarnaast komen werkgevers vaak laat te weten wat er aan de hand is. Bijvoorbeeld pas als er loonbeslag wordt gelegd, aldus de woordvoerster. „Niet bij iedereen is makkelijk te zien dat er moeilijkheden zijn.” Grote persoonlijke gebeurtenissen kunnen geschikte momenten zijn om eventueel in gesprek te gaan, zegt ze.

Over het uitvoeren van loonbeslagen horen VNO-NCW en MKB-Nederland de nodige klachten. Werkgevers zijn verplicht om een loonbeslag uit te voeren. Maar het bijkomende regelwerk kost hen veel tijd en geld: ongeveer 1500 euro per loonbeslag, zegt de woordvoerster. „En niet te vergeten: gedoe van het bijkomende regelwerk en lastige gesprekken met de medewerker om wie het gaat.” Willen werkgevers iets betekenen, dan geven ze een voorschot op het salaris om een financieel moeilijke periode te overbruggen. Of ze bieden aan om tijdelijk wat extra uren te maken of hulp van een budgetcoach, aldus Ripken. „Maar het begint met het gesprek tussen werkgever en werknemer, waarbij de leidinggevende de vraag stelt wat hij zou kunnen doen en wat de werknemer nodig heeft.”

De naam en leeftijd van Saskia zijn om privacyredenen gefingeerd.

Tips om financiële fitheid te stimuleren

- Besteed regelmatig aandacht aan levensgebeurtenissen met een financiële impact. Denk aan een lunchpresentatie, personeelsblad, of verhalen op intranet.

- Verspreid checklists voor financiële fitheid via intranet, prikborden, enzovoorts.

- Zorg voor een overzicht van belangrijke websites over geldzaken en hulp bij geldzorgen.

- Informeer personeelszaken, leidinggevenden en bedrijfsarts over de mogelijkheden van begeleiding.

- Schrijf een stappenplan voor loonbeslag.

bron: financieelfittewerknemers.nl

„Diaconie kerk is belangrijke speler”

Werkgevers hebben er belang bij dat werknemers financieel onbezorgd zijn, zegt ook Jan Schreuders van de reformatorische vakorganisatie RMU. „Gedragsverandering is vaak aanleiding tot een gesprek. Werknemers met zorgen worden prikkelbaar, nerveus en maken fouten. Geldzorgen thuis kunnen hun weerslag hebben op het functioneren van de werknemer, net zoals dat het geval kan zijn bij andere privé-omstandigheden.”

Maar dat maakt de werkgever nog niet (primair) verantwoordelijk, zegt de coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid. „De werkgever kan en mag zich niet bemoeien met hoe de werknemer zijn salaris besteedt.”

Meedenken bij financiële problemen en bijspringen met een voorschot of lening, of doorverwijzen naar hulpverlening kan, maar moet vrijblijvend zijn, zegt hij. „Werkgevers kunnen hun hulp ook zelf begrenzen. De meeste leidinggevenden zullen niet zelf de rol van schuldhulpverlener oppakken. Dat is ook niet wenselijk.”

Lukt het om een medewerker „weer op de rails te krijgen”, dan geeft dat een leidinggevende veel voldoening, zegt hij. „De meeste ondernemers laten graag hun hart spreken.” Zeker als een personeelslid jarenlang goed heeft gefunctioneerd, voelt de werkgever „veel compassie” en is bereid „een extra mijl te lopen.”

Binnen de achterban van de reformatorische vakorganisatie is nog een andere belangrijke speler: de diaconie van de kerk. „Het gebeurt wel dat RMU en diaconie gezamenlijk optrekken om iemand weer financieel fit te krijgen.”