Wereldwijd leven op de pof

Economie
beeld iStock
2

Het zijn duizelingwekkende getallen, we kunnen ons er nauwelijks een voorstelling van maken. De wereld leeft op de pof. En de schuldenberg groeit, zeker nu: overheden smijten met miljarden om de coronacrisis het hoofd te bieden.

Bij de vorige wereldwijde crisis, die vanaf het najaar van 2008 in volle hevigheid om zich heen greep, speelden schulden een belangrijke rol. Het begint op de Amerikaanse huizenmarkt. Geldverstrekkers in de Verenigde Staten strooien kwistig met hypotheken. Ook burgers met minder gunstige inkomensvooruitzichten krijgen financiering voor het kopen van een woning. De omvang van de uitstaande leningen dijt uit, terwijl de kwaliteit ervan –de zekerheid dat rente en aflossingen keurig betaald blijven worden– afneemt.

Het loopt verkeerd als de rente en daarmee de lasten van huiseigenaren gaan stijgen. Steeds meer mensen kunnen hun verplichtingen niet langer nakomen. Dat zadelt financiële spelers op met verliezen. Zij schrijven forse bedragen af op hun kredietportefeuille. Vaak hebben zij hypotheken doorverkocht, gebundeld in pakketten en, soms via ingewikkelde, ondoorzichtige constructies, verhandeld aan andere partijen. Door die verwevenheid verspreiden de problemen zich snel. We weten waar het op uitdraaide: overheden, in de VS en Europa, moesten honderden miljarden uittrekken om banken te redden. Schulden lagen aan de basis van een wereldwijde malaise. Verdere vergroting van de schulden was nodig om die te bestrijden.

Griekenland

Korte tijd later, 2010. Weer een crisis die veroorzaakt wordt door hoge schulden. Het begrotingstekort van Griekenland blijkt volledig te zijn ontspoord. Dat betekent de hoogste alarmfase bij beleggers. Zij gooien hun Griekse staatsobligaties massaal in de verkoop, uit angst dat de schatkist in Athene op enig ogenblik leeg is en zij hun bezit in rook zien opgaan. De rente op die waardepapieren knalt omhoog. Lenen wordt voor de Zuid-Europese natie onbetaalbaar, zij kan niet langer voor de benodigde financiële middelen terecht op de internationale markten. Het land stevent af op het faillissement en dat zal waarschijnlijk de Europese muntunie in de val meeslepen. Einde euro.

De EU rukt uit met zwaar materieel. In diverse rondes stroomt er grootschalig noodsteun naar Griekenland. Aanvankelijk gebeurt dat met onderlinge leningen van partners uit de eurozone, verderop met leningen uit speciaal opgerichte fondsen. Uit die tijd stamt, waar we nu volop van horen, het Europees Stabiliteitsmechanisme. Elk van de lidstaten stort een bedrag in die pot en vervolgens haalt het ESM met die buffer een veelvoud aan kapitaal op. Lenen, lenen, lenen; opnieuw het in zo’n situatie onvermijdelijke recept: meer schulden maken om schuldenproblemen op te lossen en erger te voorkomen.

Je zou denken dat iedereen zijn lesje heeft geleerd. Breng de zaak op orde, bouw de schulden af zodra de zon schijnt. Die goede voornemens klinken ook wel, maar de ervaring leert dat ze meestal snel zijn vergeten. Er liggen in economisch opzicht topjaren achter ons, we beleefden hoogconjunctuur van het beste soort. Je mag dus verwachten dat er flink is gespaard voor een slechtere periode, die onvermijdelijk een keer aanbreekt.

Record

De cijfers tonen echter een andere werkelijkheid. We kijken naar de vorige maand gepubliceerde gegevens van het Institute of International Finance (IIF), een denktank van banken en organisaties in de financiële sector. Eind 2019 bedroeg de wereldwijde schuld een record van 255 biljoen dollar, omgerekend ongeveer 233 biljoen euro. Voluit geschreven: 255.000.000.000.000, 255 met twaalf nullen erachter. Dan hebben we het niet alleen over overheden. Die stonden gezamenlijk voor 70 biljoen dollar in het krijt. Financiële ondernemingen deden mee voor 63 biljoen, niet-financiële bedrijven voor 74 biljoen en alle huishoudens samen voor 48 biljoen. Bij de crisis in 2008 reikte de teller voor het totaal tot 180 biljoen dollar. Daarna tekende zich per saldo dus een toename af van meer dan 40 procent.

Vooral vanaf 2017 is de schuldenberg weer flink uitgedijd. Het bedrijfsleven zorgde voor de grootste stijging. Vreemd vermogen aantrekken was de afgelopen jaren ook wel erg goedkoop. Door het extreem ruime beleid van de centrale banken daalde de rente overal naar historisch lage niveaus. Overheden met een traditioneel uitstekende kredietstatus, zoals die van Duitsland en Nederland, kunnen zelfs al lange tijd tegen een negatieve rente de schatkist vullen: lenen en geld toekrijgen.

We moeten al die gigabedragen uiteraard in het juiste perspectief plaatsen. Ofwel: we moeten ze zien in relatie tot de omvang van de economie. Maar misschien schrikken we dan nog harder. De genoemde 255 biljoen dollar is meer dan drie keer het mondiale bruto binnenlands product (bbp), meer dan drie keer wat we op deze aardbol jaarlijks met z’n allen verdienen. Om precies te zijn: 322 procent. In 2007 was er sprake van een schuldratio van 278.

Jaap Koelewijn, hoogleraar corporate finance aan de Universiteit Nyenrode, relativeert de cijfers enigszins. „Het klinkt dramatisch en spannend, maar een hypotheek is vaak ook gebaseerd op driemaal het jaarinkomen. Bij de huidige lage rente valt dat heel goed te financieren.

Bovendien is schuld van de een het bezit van de ander. Tegenover al die schulden staan bezittingen. Denk aan de enorme vermogens van de pensioenfondsen. Dat betekent overigens tevens dat je niet simpel met één pennenstreek schulden kunt verminderen. Dan zijn er altijd partijen die pijn lijden, dan moeten we vrezen voor onze pensioenen.”

Jaap Koelewijn. beeld Financieel Denkwerk

Coronacrisis

De coronacrisis scherpt de problematiek verder aan. Nieuwe records liggen in het verschiet. Overheden delen miljarden uit, soms tientallen of honderden tegelijk, om in economisch opzicht te redden wat te redden valt, om de klap van de door hen afgekondigde beperkende maatregelen op te vangen en straks het herstel te bespoedigen. Begrotingstekorten schieten omhoog, voor de financiering ervan doen regeringen een beroep op de kapitaalmarkt. Zij geven staatsobligaties uit en vergroten daarmee hun schuld. Als tegelijk het bbp krimpt, klimt de omvang ervan in verhouding tot die van de economie nog harder.

Ook in Nederland loopt de rekening fors op. Maar wij verkeren in een relatief gunstige uitgangspositie. Eind 2019 bedroeg de staatsschuld volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 395 miljard euro, bijna 23.000 euro per inwoner. Het totaal komt neer op 48,6 procent van ons bbp. In het zogeheten stabiliteitspact hebben de EU-lidstaten afgesproken dat deze quote de 60 niet mag overschrijden. Wij voldeden dus ruim aan die norm en behoorden binnen Europa, dankzij zuinig beleid in de afgelopen jaren, tot de braafste jongetjes van de klas. Tussen haakjes: Nederlandse huishoudens torsen een nog zwaardere schuldenlast mee. Die hebben meer dan 700 miljard euro aan hypotheken opgenomen.

Kettingreactie

„Het probleem in Europa is dat besparingen en schulden ontzettend ongelijk verdeeld zijn tussen noord en zuid”, zegt Koelewijn. „Over Nederland zit ik niet in. Hoekstra kan al die extra uitgaven voorlopig lachend betalen. Ik maak me wel grote zorgen over Italië.”

Op zich is er niks mis met schulden aangaan. Er circuleert immers volop vermogen, gevormd uit besparingen, dat vraagt om een productieve aanwending. Pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen zoeken een rendabele bestemming voor de ingelegde premies en toevertrouwde bedragen. Koelewijn: „Wereldwijd is er ruim genoeg kapitaal voor ook de nu groeiende vraag.”

Maar te véél schuld pakt soms slecht uit. We herinneren aan de Griekenlandcrisis. Echter: wat is te veel, waar ligt de kritische grens? Dat weten we niet, beaamt de hoogleraar. „Het draait erom of iemand, of een land voldoende verdiencapaciteit heeft om zijn financiële verplichtingen op te brengen. Bij een op enig moment stijgende rente, dreigt dat een probleem te worden.” Het gaat fout als het gevoel ontstaat dat het uitgeleende kapitaal mogelijk niet meer terugbetaald wordt. Het virus van onzekerheid, angst en paniek lijkt dan moeilijk te stoppen, het verspreidt zich razendsnel. Koelewijn: „Als eenmaal het vertrouwen wegvalt, komt een kettingreactie op gang. Dat is het mechanisme waarlangs een schuldencrisis zich ontvouwt.”

Nu een ongekende economische inzinking op ons af dendert, blijft het gevaar van de groeiende schuldenberg even buiten beeld. Niets doen is geen optie. De huidige situatie dwingt tot grootscheepse steunoperaties. Maar het medicijn van vandaag kan de oorzaak worden van de kwaal van morgen. Eerdere waarschuwingen gelden onverminderd. Onder andere het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft herhaaldelijk, afgelopen najaar nog, met klem gewezen op de risico’s. Schulden maken bedrijven, huishoudens, landen en het financiële stelsel als geheel kwetsbaar. En door de coronacrisis neemt de kans op ongelukken op dit terrein verder toe.

Jubeljaar als uitgangspunt

Leningen en schulden zijn van alle tijden, ook in de Bijbel lezen we erover. De christelijke traditie reikt mooie gedachten aan over wat behoorlijk is op dit terrein, vindt hoogleraar Jaap Koelewijn.

„De kerk heeft altijd moeizaam aangekeken tegen schuld maken en rente betalen”, stelt hij vast. Zo hanteerde de Rooms-Katholieke Kerk tot ver in de negentiende eeuw een verbod op rente. „Luther, die leefde in een traditionele, agrarische omgeving, was ook niet blij met een vergoeding over uitgeleend geld. Van Calvijn daarentegen, die woonde in een moderne stad als Genève, mocht je gerust rente berekenen.” Laatstgenoemde reformator zag de nuttige functie van een financier, van kapitaal en krediet om bedrijvigheid en handel te bevorderen.

Koelewijn: „Maar hij benadrukte wel dat je de schuldenaar altijd zo diende te behandelen dat die in staat was om te blijven betalen. Dat lijkt me ook het Bijbels uitgangspunt. Het oude Israël kende de instelling van het jubeljaar. Dan werden alle schulden kwijtgescholden. Dat zegt in feite: zadel iemand niet op met zoveel schuld dat hij diep door het stof moet om te kunnen aflossen en misschien geen menswaardig bestaan meer heeft. Personen in een financieel moeilijke positie, sociaal zwakkeren, laat je niet volop lenen tegen een hoge rente, want dan krijg je schrijnende situaties.

Oppassen met schulden maken, maar niet minder oppassen met geld uitlenen. Dat is de lijn van de christelijke traditie. Het gaat om een verantwoordelijkheid van beide betrokkenen. De opstelling moet zijn dat iemand die een lening verstrekt vooraf bekijkt of de tegenpartij aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen. En als blijkt dat de kredietgever dat verkeerd heeft beoordeeld of als de omstandigheden later veranderen, dient hij bereid te zijn om ook van zijn kant een stukje in te schikken. Dat is zíjn risico.”