Weguitbreidingsproject misschien achterhaald door pandemie

Column Gerhard Hormann
Bord over de uitbreiding van de A16 bij Rotterdam. beeld iStock

In Rotterdam wordt hard gewerkt aan het doortrekken van Rijksweg A16. De kans bestaat echter dat het project al is achterhaald voordat het over enkele jaren is voltooid.

Elke dinsdag fiets ik een route van zo’n dertig kilometer rond de pittoreske rivier waar de stad Rotterdam zijn naam aan heeft ontleend. Daarbij passeer ik in totaal een keer of vier de bouwlocatie waar hard wordt gewerkt aan het doortrekken van de A16. Kun je nu als automobilist bij het Terbregseplein alleen naar links of rechts, straks wordt het mogelijk een stuk af te snijden en rechtstreeks door te steken naar de A13.

De geraamde kosten van dit project bedragen 1 miljard euro. De uitbreiding moet de filedruk in en om de stad verminderen. Volgens Rijkswaterstaat wordt zo indirect gezorgd voor een betere leefbaarheid langs beruchte sluipwegen en op stukken snelweg waar het verkeer tijdens de spits vaak stilstaat.

Waar straks een geasfalteerde vierbaansweg moet komen te liggen, loopt nu een litteken van zand door de stad. Het is alsof er middenin een oerwoud een brede strook bomen is gekapt voor een provisorisch vliegveld. Dat zeg ik niet zomaar. In het iets noordelijker gelegen Lage Bergse Bos moest voor dit project zoveel begroeiing wijken dat je kunt spreken van een kaalslag. Wie er een tijdje niet was geweest, liep ontredderd rond en herkende het gebied bijna niet meer terug.

Nu benadruk ik altijd dat je elk eindoordeel moet opschorten totdat alle werkzaamheden zijn afgerond. Je kunt een project niet halverwege al beoordelen, zeker niet als daarbij de plechtige belofte is gedaan dat alle omringende recreatiegebieden met elkaar zullen worden verbonden middels een netwerk van fiets- en wandelpaden. Tegelijk kun je vaststellen dat de leefbaarheid van de één vaak ten koste gaat van die van de ander en al naar gelang de context ook iets heel anders kan betekenen.

De weg zou eind 2024 gereed moeten zijn, maar dat kan gemakkelijk nog iets later worden. Nu wist natuurlijk niemand van de komst van de pandemie toen de werkzaamheden in 2019 begonnen, maar het zou ironisch zijn als het fileprobleem vanzelf wordt opgelost doordat werknemers steeds meer thuiswerken. In zekere zin is het verbreden van bestaande snelwegen en het aanleggen van nieuwe verbindingen een oude reflex en een dure, omslachtige oplossing. In het ergste geval ben je nu voor 100 miljoen euro per kilometer een probleem aan het oplossen dat inmiddels al tot het verleden behoort.

Zelf vind ik het nog steeds erg druk op de weg, maar in de krant lees ik dat de filedruk dankzij de coronacrisis op sommige plaatsen met meer dan 70 procent is afgenomen. Je zou je dus op z’n minst moeten afvragen of er ook zou worden gekozen om de A16 door te trekken als dat besluit vandaag nog moest worden genomen. Het is niet alleen de burger die straks moet bepalen of het nog wel verantwoord is om naar de andere kant van de wereld te vliegen, maar ook de overheid die overal met een andere blik naar moet kijken.

De auteur is publicist. Voor eerdere columns zie rd.nl/hormann.