Wat doet de verplichte AOV in het pensioenakkoord?

Uitkering als vorm van vroegpensioen.  beeld ANP, Roos Koole

Het meest omstreden onderdeel van het pensioenakkoord lijkt de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers. Niet uit te sluiten valt dat het hier gaat om een afleidingsmanoeuvre.

Er zit slechts één letter verschil tussen AOW en AOV, maar verder betreft het onderwerpen die nauwelijks iets met elkaar te maken hebben. Ik kan mij daarom ook prima een pensioenakkoord voorstellen waarin met geen woord wordt gerept over de AOV.

Het enige logische verband dat je zou kunnen bedenken, is dat een uitkering bij ongeval of ziekte dienst kan doen als een vorm van vroegpensioen. Nu al vallen veel mensen met een zwaar beroep in loondienst voor de eindstreep uit en doen daarbij een beroep op collectieve voorzieningen. Voor zzp’ers ontbreekt een dergelijk vangnet, dus in die zin kan een verplichte AOV fungeren als een glijbaan naar de AOW.

Nadeel van een dergelijke verzekering is dat hij vaak kostbaar is en slechts kan worden afgesloten tot een bepaalde leeftijd, terwijl serieuze gezondheidsproblemen zich vaak pas voordoen ná die einddatum. Ook hoor je vaak bezwaren over clausules die specifieke gezondheidsklachten uitsluiten en verzekeraars die er alles aan doen om maar niet te hoeven uitkeren.

De maatregel komt ook een beetje uit de lucht vallen, omdat er geen discussie aan vooraf is gegaan en ook niet eerder is gebleken dat dit een enorm maatschappelijk probleem zou vormen. Daarnaast lijkt het niet wenselijke om alle zzp’ers een standaardoplossing op te dringen, omdat er ook genoeg eenmanszaken zullen zijn met een fulltime werkende partner of voldoende eigen middelen om arbeidsongeschiktheid zelf op te vangen.

Wanneer gekozen wordt voor een collectieve verzekering met een bescheiden maandpremie, zou je het solidariteitsprincipe kunnen aanvoeren om iedereen een bijdrage te laten leveren. Omgekeerd zou je van betutteling kunnen spreken wanneer deze maatregel een verplicht karakter krijgt, zonder de mogelijkheid af te zien van een misschien overbodige verzekering.

Objectief gezien lijkt het feit dat zzp’ers niet automatisch een aanvullend pensioen opbouwen en vaak zelf geen voorzieningen hebben getroffen een veel groter probleem, zeker voor de nabije toekomst. Hoewel ook daar een verplichting niet aan de orde zou moeten zijn, is het niet onverstandig om alle knelpunten op dit terrein in kaart te brengen.

De verplichte AOV zorgde voor zoveel rumoer, dat je bijna zou gaan denken dat het opzettelijk in het akkoord is opgenomen als afleidingsmanoeuvre of om te fungeren als breekpunt of politiek wisselgeld. Bij dit soort onderhandelingen is het niet ongebruikelijk, en getuigt het van tactisch inzicht, om iets in te brengen waar geen harde eis aan verbonden is. Bij verdere onderhandelingen kan het dan alsnog van tafel in ruil voor iets anders.

Ondertussen dient het als rookgordijn om te verhullen dat het trager stijgen van de AOW-leeftijd slechts een tijdelijke terugkeer betekent naar de oude situatie. Cynisch bekeken kun je zeggen dat de politiek éérst besloot die leeftijdgrens versneld op te trekken om nu weer wat gas terug te nemen. Zo heeft het pensioenakkoord alle schijn van een halbakken compromis en een sigaar uit eigen doos.