Vragen genoeg rond belastingheffing op cryptomunten

beeld AFP

Uit recent onderzoek blijkt dat ongeveer een half miljoen Nederlandse huishoudens cryptovaluta bezitten. Niet verwonderlijk, want de waarde van deze valuta is in korte tijd hard gestegen.

Daarmee is het voor velen een alternatief voor spaargeld geworden. Voor de goede orde, cryptovaluta zijn, kort gezegd, digitale betalingssystemen die net als gewone valuta gebruikt kunnen worden om betalingen te verrichten.

De discussies over de risico’s van het investeren in cryptovaluta nemen toe. Anders dan bij spaargeld vallen deze valuta niet onder een depositogarantiestelsel en is er doorgaans geen centrale uitgever om aan te spreken in het geval van misstanden.

Daarnaast zijn er zorgen over het gebruik van cryptomunten zoals de bitcoin voor criminele doeleinden, zoals fraude en witwassen. Toezichthouders wijzen herhaaldelijk op deze risico’s en roepen op tot regulering. Dit is door het complexe, digitale en internationale karakter van cryptovaluta echter niet eenvoudig.

Ook de fiscale aspecten krijgen aandacht. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Snel van Financiën dat het zogeheten ”minen” van en het handelen in cryptomunten in beginsel niet leiden tot een „bron van inkomen” en dus niet zijn belast met inkomstenbelasting.

Hoewel dit van geval tot geval beoordeeld moet worden, acht Snel het minen van en het handelen in cryptovaluta te speculatief. Daarnaast kan door verrichte arbeid het eindresultaat –de waardering van de digitale munt– niet worden beïnvloed. Voor ondernemers gelden overigens andere regels die ik hier buiten beschouwing laat.

Koers

Cryptovaluta zullen voor particulieren veelal behoren tot de vermogensrendementsgrondslag van box 3 in de inkomstenbelasting (inkomen uit sparen en beleggen). De waarde ervan moet, net als bij spaargeld, worden vermeld in de aangifte, met 1 januari van dat jaar als peildatum. De op dat moment geldende koers is leidend.

Maar ja, er zijn verschillende koersen voor cryptomunten. Nu er geen wettelijk voorschrift bestaat met betrekking tot de vraag welke koers er gehanteerd moet worden, is de koers op de peildatum van het zogeheten omwisselplatform de meest voor de hand liggende. Belastingplichtigen zijn uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor een juiste en volledige aangifte, dus ook voor de vaststelling van de juiste koers.

Staatssecretaris Snel schrijft in de brief ook over mogelijke handhaving. Immers, hoe controleer je of een belastingplichtige zijn cryptovaluta netjes heeft aangegeven? Op dit moment lijkt het erop dat de Belastingdienst hier geen of nauwelijks toezicht op kan houden, tenzij er misschien grote verschuivingen in de vermogenspositie van een belastingplichtige plaatsvinden. Snel kondigt aan dat er snel onderzoek komt naar handhavingssystemen. Denk bijvoorbeeld aan een meldplicht voor banken als er vanaf een reguliere betaalrekening cryptovaluta worden aangekocht.

Of dit werkt, is maar zeer de vraag. Het lijkt mij dat de platformbeheerders van cryptovaluta bij deze informatieuitwisseling een leidende rol moeten gaan spelen, net als nu bij banken het geval is.

De auteur is werkzaam bij BDO Belastingadviseurs. Reageren? fiscaal@refdag.nl