Voorbereiding ondernemers op brexit verslapt

Vrachttransporten schepen in op de veerboot bij de Britse haven aan de kust van Dover. beeld AFP, Ben Stansall

Nederlandse bedrijven zijn minder goed voorbereid op de brexit dan een jaar geleden. Dat is woensdag gebleken uit een onderzoek onder vierhonderd ondernemingen die direct of indirect zaken doen met het Verenigd Koninkrijk.

Het percentage bedrijven dat zich een beetje tot in zeer grote mate heeft voorbereid op de brexit daalde van 76 procent in 2019 naar 60 procent dit jaar. Net als een jaar geleden is nog steeds een derde goed voorbereid.

De afgelopen drie jaar was 82 procent van de bedrijven die handelen met het Verenigd Koninkrijk redelijk tot zeer goed op de hoogte van de Britse uittreding uit de Europese Unie. Dat percentage is gedaald naar 59 procent.

De Britten verlieten de EU in februari, maar volgen tot eind dit jaar EU-wetgeving. Die periode had verlengd kunnen worden met twee jaar, maar dan had hierover voor 1 juli een akkoord moeten zijn bereikt. Londen wil geen verlenging.

Geen extra tijd

Uit het onderzoek van Kantar in opdracht van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken bleek dat een derde van de bedrijven verwacht dat die verlenging er wel zou komen. Die extra tijd komt er dus niet.

„De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat er voor bedrijven nog best wat werk aan de winkel is. Dus ga in gesprek met toeleveranciers en afnemers, zorg voor een douanenummer (EORI) en regel het transport goed en tijdig”, reageert minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel).

De onderhandelingen over een nieuwe (handels)relatie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk lopen stroef. Het kabinet roept bedrijven op zich in elk geval voor te bereiden op een zogeheten no-deal. De verwachting is dat er hooguit een beperkt akkoord zal komen.

Afhankelijk

Van de geënquêteerd bedrijven zegt 10 procent (heel) sterk afhankelijk te zijn van de zakenrelatie met het Verenigd Koninkrijk, tegen 15 procent in 2019. Ruim tweederde (65 procent) zegt niet of enigszins afhankelijk te zijn van de handel met de Britten, wat in 2018 nog bijna driekwart (74 procent) bedroeg.