Vierjarigenlogica maakt economische wereld iets té eenvoudig

beeld Fotolia

Af en toe ben ik best jaloers op mijn zoontje van vier. Die heeft zo’n heerlijk ongecompliceerd wereldbeeld.

Laatst had hij bedacht dat er geen enkele reden was om te leren schrijven. Hij kon het toch ook gewoon vertellen? En er waren toch genoeg andere mensen die konden schrijven? Vierjarigenlogica maakt de wereld een stuk overzichtelijker.

Ik moest aan dit soort logica denken toen ik teksten las over de toekomstige economische ontwikkelingen. Daarbij gaat het vooral over de financiële waarden: de economische groei op de korte termijn, de huizenprijzen, de industriële productie. Mij bekruipt regelmatig het gevoel dat we niet alles in de analyse meenemen wat er toe doet. Alsof we vierjarigenlogica gebruiken: een enorme versimpeling van waar het om gaat en een kwestie van geen reden zien om te leren hoe het anders kan. Maar economie en vooruitkijken is niet alleen uit te drukken in economische groei en financiële waarden.

Voor iemand die een beetje thuis is in de economische literatuur zijn dit soort gedachten volstrekt overbodig. Vanzelfsprekend moet economie gaan over een breed begrip van welvaart, over schaarsheid en het afruilen daartussen. Voor zo-iemand is spreken over welvaart en welzijn een tautologie.

De werkelijkheid voor beleidsmakers, journalisten en veel economen ligt echter anders. In de praktijk gaat het over winst- en groeicijfers, prijsstijgingen, vertrouwenscijfers en financiële waarden. Economische groei op korte termijn is daardoor veel belangrijker dan de achterliggende, voor de samenleving veel relevantere afruilen, zoals tussen zekerheid en de efficiëntie van de arbeidsmarkt, of tussen de overheidsfinanciën en het inkomensperspectief van huishoudens.

Hoe komt het toch dat financiële waarden in economische analyses altijd zo op de voorgrond staan?

Begrippenkader

Ten eerste –en dat is een ontnuchterende conclusie– omdat dit nu eenmaal belangrijk is gezien de inrichting van onze samenleving. Economische groei staat in verband met banengroei en met hogere belastinginkomsten. Hogere huizenprijzen helpen als onderpand bij de schulden die rusten op deze huizen.

Ten tweede is het belang van financiële waarden verbonden met de historie van ons economisch begrippenkader. Zo was bij het ‘uitvinden’ van het bruto binnenlands product (bbp) in de jaren dertig het produceren van spullen wel degelijk een van de belangrijkste maatstaven voor de ontwikkeling van de welvaart van mensen. Economische groei correleerde met tal van andere ontwikkelingen in de levensstandaard, zoals levensverwachting, gezondheid en inkomen.

Ten derde is economische groei verbonden met ons begrip van vooruitgang, van perspectief. Dat hebben we nodig als samenleving en dat heeft de politiek nodig om burgers tevreden te houden.

Maar nu komt het erop aan dat we deze versimpeling van de economische beleidsanalyse los kunnen laten. Ten eerste omdat economische groei veel minder samenhangt met wat de welvaart van mensen bepaalt. Aan de positieve kant zien we allerlei zaken die de welvaart vergroten, maar juist kunnen leiden tot economische krimp, zoals vrij beschikbare informatie. Aan de negatieve kant zien we bijvoorbeeld in Nederland dat de economie de afgelopen vijftien jaar wel is gegroeid, maar het reële gemiddelde inkomen niet. Dan is de vraag wat economische groei en welvaart zelfs in materiële zin met elkaar te maken hebben.

Ten tweede laten we sociale en economische waarden totaal buiten het begrippenkader, en dus ook buiten de afruilen. Alsof dat niet „binnen de economie” valt, zoals iemand me laatst zei. En als het daar juist in een samenleving knelt, verdient dat een centrale plaats in de analyse van de toekomst van de samenleving.

Nu wordt vaak gezegd dat het lastig is, zo’n compleet plaatje. Maar dan kom ik weer terug bij mijn zoontje: het is luiheid om niet te willen leren. Het is in de jaren dertig ook gelukt om een relevante indicator te maken voor waar het toen qua welvaart om ging. Dan moet dat nu ook lukken, eveneens vooruitkijkend. Want doorgaan met alleen maar zaken te analyseren die steeds minder relevant zijn voor onze samenleving is net zoiets als niet willen leren schrijven.

De auteur is hoofdeconoom Nederland van de Rabobank.