Vervuilers, jazeker, maar we kunnen niet zonder hun producten

beeld ANP, Robin Utrecht

Verrassend snel ging het kabinet overstag en kondigde het een CO2-heffing aan voor bedrijven. De maatregel belooft de komende tijd een belangrijk onderwerp te worden in de politieke discussie.

Centrumrechts is aan de macht, met de VVD als voornaamste smaldeel. Maar de grote ondernemingen beleven er niet enkel plezier aan. In het regeerakkoord spraken de partijen af de dividendbelasting te schrappen, bedoeld om het vestigingsklimaat te versterken. Een jaar lang voerde de Tweede Kamer er debatten over, veelal was het een herhaling van zetten. Met het vooruitzicht dat de coalitie de meerderheid in de Senaat zou kwijtraken en nadat Unilever bij nader inzien besloot Rotterdam niet aan te wijzen als hoofdzetel van het concern, koos het kabinet eieren voor zijn geld en verdween deze lastenverlichting van tafel.

Bij de CO2-taks kostte het de oppositie –onverwacht– minder moeite om te scoren. De reactie op de cijfers over het klimaatakkoord lag klaar. De premier liet onmiddellijk weten dat genoemde heffing er toch zal komen.

Het had uiteraard alles te maken met de verkiezingen en, net als bij de intrekking van het plan ten aanzien van de dividendbelasting, met de politieke realiteit. De nieuwe verhoudingen in de Eerste Kamer dwingen tot compromissen. Met de voorgenomen ingreep hoopt het kabinet de basis te hebben gelegd voor voldoende steun in het parlement voor het klimaatbeleid. GroenLinks haakte af bij de formatie, weigerde regeringsverantwoordelijkheid te dragen, maar krijgt zo heel wat voor elkaar.

Hoe de heffing er precies gaat uitzien, weten we nog niet. Het wordt waarschijnlijk flink puzzelen. Een „verstandige” aanpak zal het zijn, benadrukte Rutte. Dit fiscale instrument moet effectief zijn, een prikkel om fabricageprocessen aan te passen, maar mag geen banen wegjagen over de grens.

Leuk voor de kiezer: hij hoeft minder te betalen voor het klimaat, het bedrijfsleven draait op voor een forser aandeel van de kosten. De vervuiler betaalt, een slogan die het goed doet. De industrie is de boosdoener, die blaast immers het merendeel van al die tonnen CO2 de lucht in.

Jawel, maar vergeten we dan niet dat die uitstoot van broeikasgassen samenhangt met het maken van materialen en producten die wij als burger grif kopen, die we als samenleving gewoon niet kunnen missen? Er is vraag naar, in die zin zijn de betrokken ondernemingen dienstbaar aan de consument.

Waar zouden we zijn zonder het staal van Tata Steel, een van de grootste CO2-vervuilers in ons land? En denk aan de (petro)chemie. Die vervaardigt tal van stoffen –met voor iemand die geen verstand heeft van scheikunde heel moeilijke namen– waar we allemaal van profiteren. Ze zijn verwerkt in allerlei producten die we dagelijks gebruiken, zoals kleding en plastic.

Bedrijven worden belast. Maar volgens het Centraal Planbureau (CPB) zullen ze 80 procent van de heffing doorberekenen in de prijzen van hun afzet. Op die manier belanden de kosten uiteindelijk toch grotendeels, alleen wat minder zichtbaar, op het bordje van de consument.

Misschien is dat ook wel eerlijk. Want hij bepaalt in belangrijke mate met zijn leefstijl en koopgedrag –we staan er misschien niet bewust bij stil– hoeveel CO2 er uit die schoorstenen in bijvoorbeeld IJmuiden en Europoort komt.