Verpleegkundige Betsie de Waard: Wij zijn de ogen van de arts

Bezield werk
Ruim 35 jaar werkt Betsie de Waard als verpleegkundige in het Albert Zweitzer ziekenhuis in Dordrecht. „Soms heb ik mooie gesprekken, maar vaak is er geen tijd voor.” beeld RD, Anton Dommerholt

Verpleegkundige Betsie de Waard (55) uit Zwijndrecht moet er niet aan denken om níét aan het bed te staan. En als haar werk straks misschien te zwaar wordt, neemt ze gewoon haar rollator mee.

Ondanks de werkdruk is mijn vak het mooiste wat er is. Verpleegkundigen zijn zó belangrijk voor patiënten. We mogen zorgen voor mensen in een kwetsbare periode van hun leven. Maar we stoppen hen ook vol met slangen, katheters en drains. Ik zeg vaak tegen collega’s die in opleiding zijn: „Stel je eens voor dat een wildvreemde van alles aan jóúw lichaam doet. Bedenk hoe jijzelf behandeld zou willen worden.” Als je je bewust bent van wat je doet, dan werk je anders. Met respect.

Concreet? Als ik ’s ochtends binnenkom, zeg ik: „Hoe voelt u zich?” Dan komen de verhalen vanzelf. Soms heb ik heel mooie gesprekken. Niet dagelijks, want ik heb er vaak de tijd niet voor. Daar ben ik heel eerlijk in. Een voorbeeld: vroeger bleef iemand voor een nieuwe knie vier weken in het ziekenhuis. Nu twee dagen. Een bed is nog niet koud of er ligt alweer een nieuwe patiënt in.

Er zijn ook dingen ten positieve veranderd: de anesthesie is zo veel verbeterd dat mensen er niet meer ziek van zijn. Ze hoeven niet meer te braken, zoals vroeger. Dat scheelt hersteltijd.

Het is trouwens ook niet goed dat mensen lang in bed liggen. Want je takelt ervan af. De spiermassa wordt minder, de vatbaarheid voor longontsteking neemt toe. Mensen vallen sneller. Ouderen en een bed zijn vijanden van elkaar.

Natuurlijk is het niet altijd makkelijk om snel weer in de benen te moeten komen. Ik probeer altijd goed te onderbouwen waarom het toch nodig is. Over het algemeen pakken ouderen dit goed op. Ik heb trouwens wel een keer meegemaakt dat we met veel moeite iemand in een stoel hadden gekregen en die patiënt vervolgens tegen mij zei: „Hoe heet jij ook alweer? Bitchie of Betsie?” Ik kan daar om lachen, hoor. Dit maakt mijn werk zo fantastisch leuk. Ik probeer ook vaak wat jeu op een kamer te brengen.

Door de snelle wisseling van patiënten hebben we als verpleegkundigen wel een denkomslag moeten maken. Het klopt dat de werkdruk is toegenomen. Met minder mensen doen we hetzelfde werk. En vroeger was de zorg in een ziekenhuis minder intensief, doordat patiënten langer bleven. Nu is alles geconcentreerd in die paar dagen opname.

Ik heb wel een tijd gehad dat ik me afvroeg of ik dit werk wilde blijven doen. Tot ik besefte: ik kan hieraan blijven denken, me blijven druk maken over de werkdruk, maar er gaat tijd aan verloren die ik ook aan patiënten kan besteden. Ik heb een gesprek met mijn leidinggevende gehad en dat heeft geholpen.

Dit werk is niet alleen fysiek zwaar, maar ook qua verantwoordelijkheid. Wij zijn de ogen van de arts. We moeten zíén. Gaat het niet goed met iemand, dan bellen wij de dokter. Je moet dit vak écht serieus nemen.

Wat de fysieke last betreft. Ik ben nu 55 en als ik tot m’n 67e door moet, neem ik mijn rollator wel mee. Want ik moet er niet aan denken om niet meer aan het bed te staan.

Sinds een paar maanden werk ik twee dagen per week als verpleegkundig opnamecoördinator. Ik regel dat mensen die op de spoedeisende hulp binnenkomen een bed krijgen. Ik probeer altijd de patiënten zelf naar de afdeling te brengen en kom dus in het hele ziekenhuis. Maar op dag drie ben ik altijd op mijn eigen afdeling, chirurgie: aan het bed.

In het verleden heb ik collega’s opgeleid. Dat vond ik prachtig om te doen: jonge mensen begeleiden die met zó’n drive het ziekenhuis binnenkomen. Want dat is echt zo hoor: de meesten doen dit werk met hart en ziel. Dat van dichtbij meemaken; daar gaat je hart van open. Een van die jongeren zei een keer tegen me: „Wat weet jij veel!” Ja, zei ik toen, maar als jij straks 55 bent, weet je ook veel. Dan ben je zelf degene die een ‘guppy’ het vak leert.

Loopbaan Betsie de Waard

Betsie de Waard groeide op in Hardinxveld-Giessendam. Als 17-jarige begon ze met de zogeheten inserviceopleiding tot verpleegkundige in het Refajaziekenhuis (nu Albert Schweitzer) in Dordrecht.

Inmiddels werkt ze er ruim 35 jaar als algemeen verpleegkundige. Ze was actief op de afdelingen orthopedie, gynaecologie en urologie en staat nu aan het bed op chirurgie. Samen met haar man heeft De Waard drie kinderen.

Haar tweede dochter, van 27 jaar, is ook verpleegkundige in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Zij werkt op de longafdeling.

Bezield werk