Urk wil prioriteit voor visserij bij onderhandelingen brexit

Dijkgraaf. beeld ANP, Sander Koning
3

Visserij moet een speerpunt worden in de onderhandelingen van de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk over de brexit. Die boodschap brachten SGP-Kamerlid E. Dijkgraaf en de Urker visserijwethouder G. Post vrijdag tijdens de jaarvergadering van vakorganisatie RMU, die in Urk werd gehouden.

Hoewel het optreden van de twee politici was aangekondigd als een debat met de zaal, was er sprake van grote eensgezindheid. Dijkgraaf en Post (eveneens SGP) hadden dezelfde boodschap en Urkers uit de zaal sloten zich daarbij aan: de visserij mag door Brussel en Den Haag niet als wisselgeld worden gebruikt, want dan kunnen de gevolgen voor gemeenschappen als Urk desastreus zijn.

Post benadrukte het belang van de visserij voor zijn gemeente. „Er werken 3350 Urkers op de vloot en in de visverwerkende industrie. Dat is 39 procent van onze beroepsbevolking. Vele anderen werken bij toeleverende bedrijven en in de transportsector en de scheepsbouw.”

De Britten, de Schotten voorop, roepen dat ze ‘hun’ viswater terug willen, en daarmee doelen ze dan op de economische zone (200 mijlszone) rondom hun eilandstaat. Post: „Dat is het meest visrijke deel van de Noordzee. Nederlandse kotters halen daar 60 procent van hun vangst weg.”

De wethouder kan zich nauwelijks voorstellen dat Nederlandse vissers na de brexit niet meer in Brits water mogen komen. Maar er blijven genoeg mogelijkheden over die de Britten als wisselgeld kunnen inzetten. „Misschien dat we er wel mogen vissen, maar alleen zonder pulskor (elektrisch vissen, een innovatieve techniek die door veel Nederlandse vissers wordt toegepast, maar waar de Britten fel tegen zijn, TR). Dat zal de nekslag voor Urk zijn. De vloot zal inkrimpen en daarmee ook de aanvoer van vis naar onze afslag en naar onze visindustrie.”

Een speciale groep vormen de vlagkotters: Nederlandse vissersschepen die onder Britse vlag varen en zo van de Britse visquota profiteren. „Misschien gaat het VK wel eisen dat die hun vis voortaan daar aan land brengen”, zei Post.

Toch wil de wethouder niet somberen. „Er valt wel degelijk wat te onderhandelen. De markt voor Noordzeevis, ook vis die de Britten zelf vangen, zit in Europa. De meeste schol gaat bijvoorbeeld naar Italië. De Europese Unie zou dat als drukmiddel kunnen gebruiken.”

Kamerlid Dijkgraaf diende twee weken geleden een motie in waarin de regering wordt opgeroepen de visserij topprioriteit te geven bij de onderhandelingen over de brexit. „Tot mijn verbazing kreeg ik veel tegenstand, ook vanuit het CDA en de VVD, partijen die normaal gesproken de visserij een warm hart toedragen. Ik heb de motie aangehouden. Er is meer lobbywerk nodig.”

Het Urker CDA-raadslid W. Foppen zegde alvast zijn steun toe. „Ik ga Geurts (visserijspecialist van de CDA-Kamerfractie, TR) meteen bellen”, beloofde hij.

Dijkgraaf en Post spraken hun teleurstelling uit over het gebrek aan daadkracht van staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken. „Van Dam weet niet wat lobbyen is. Hij gaat in Brussel nooit naar informele bijeenkomsten, terwijl je daar juist moet investeren in relaties”, zei Dijkgraaf.

Waar de Nederlandse regering het laat afweten, slaan lagere overheden en brancheorganisaties zelf de hand aan de ploeg. Post vertelde dat op initiatief van Urk tientallen visserijgemeenten uit Nederland, België, Denemarken en Frankrijk gezamenlijk optrekken bij hete hangijzers als de brexit en de aanlandplicht.

Post gaf ook een voorbeeld van een vruchtbare aanpak om weerstanden te breken. „Een deel van onze vloot vist in het Kanaal met flyshoot (een moderne vistechniek, TR). Franse vissers waren daar fel tegen. Totdat een Franse reder er zelf in investeerde. Maar hij bakte er niets van. Een Urker visser is aan boord gestapt en heeft de Fransen de kneepjes van het vak geleerd. Nu gaat het goed. Zo maak je van een tegenstander een medestander.”

----

Lichte groei ledental RMU

De RMU verwelkomde vorig jaar 882 nieuwe leden. Doordat er ook opzeggers waren, resteerde per saldo een beperkte groei van 84 naar in totaal 17.329 leden. Uit het vrijdag gepresenteerde jaarverslag blijkt verder dat de RMU voor haar leden 5971 zaken heeft behandeld. In 2015 waren dat er 5529. Het jaar werd afgesloten met een positief exploitatiesaldo van 53.593 euro.