Uddelse broers nog steeds actief in veehandel

Doorwerken
Marten (l.) en Jan Bronkhorst. beeld RD, Anton Dommerholt

Ze krijgen de vraag regelmatig: maken jullie weleens ruzie? De broers Marten (81) en Jan (79) Bronkhorst kunnen dan naar eer en geweten met nee antwoorden. Ze trekken altijd samen op. Na de lagere school leerden ze van hun vader het handelen in vee. En in die handel zijn ze nog steeds actief.

Een schoondochter belt opa Marten op omdat de interviewer is gearriveerd. „Ik moet nog even een paar koeien voeren, dan kom ik eraan.” Het geeft aan dat Marten ondanks zijn leeftijd nog niet echt stil kan zitten. „Ze zijn alle dagen op pad”, zegt Dina, de vrouw van Jan, even later. „En altijd samen.”

Dat was vroeger al niet anders. De moeder van Marten en Jan overleed toen de jongens pas enkele jaren oud waren. Vader was veehandelaar en vaak van huis. Familieleden ontfermden zich over de jongens.

Toen de lagere school aan ’t Hof op Kroondomein Het Loo doorlopen was, nam hun vader hen onder de hoede. Ze moesten leren handelen. Hij gaf hun toen ze 12 of 13 waren elk 500 gulden. Dat bedrag moesten ze vermeerderen. Marten en Jan begonnen een handeltje in oud ijzer en lompen. Maar dat was hun vader te min: vee, daar zat echt handel in.

Zo kochten de jongens hun eerste kalf bij de boer. Om de beurt mochten ze met pa mee naar de veemarkt. De ander bleef thuis om op het vee te passen. Eens vroeg een inspecteur op de veemarkt of zoon Bronkhorst niet naar school moest. In plat Uddels klonk het: „Hie zit op de beste schoele die d’r is.” Ofwel: de praktijk is de beste leermeester.

Kalveren

Naast veehandelaar waren de Bronkhorsts ook kalvermester. Marten: „Dat kwam in 1958 zo’n beetje van de grond. Mijn vader begon gelijk in het groot. Hij bouwde een stal voor vijftig beesten, kocht in Groningen een stuk of veertig kalveren tegelijk en mestte ze vet tot ze een kilo of 110 waren. Ze werden geslacht bij De Haas in Winterswijk. Daar werkten alleen maar Joden.”

De kalvermesterij heeft Uddel groot gemaakt, zeggen de broers. „Iedereen in het dorp had er wel een of meer kalveren staan: de slager, de bakker, de bloemist.”

Marten en Jan hadden elk thuis ook een kalvermesterij, maar het liefst handelden ze in kalveren. Jan: „Daar was meer mee te verdienen dan met koeien. We gingen op dinsdag naar Doetinchem, op woensdag naar ’s-Hertogenbosch en op vrijdag naar Zwolle. Alles ging handje contantje. Je liep soms met tienduizenden guldens op zak.”

Ruzie hadden en hebben ze nooit, maar in de begintijd was het één keer wel bijna zover. Marten: „We handelden allebei en rekenden ook allebei af. Dat gaf een hoop onduidelijkheid. Toen heb ik gezegd: je mag handelen wat je wilt, maar voortaan ga ik over de centen.” Dina laat een oude foto zien waarop de rolverdeling duidelijk te zien is: Jan doet handjeklap met een handelaar op de veemarkt in Zwolle, Marten houdt de boel goed in de gaten om straks af te kunnen rekenen.

Inmiddels heeft de zoon van Jan de veehandel overgenomen. De veemarkt bestaat niet meer, maar elke donderdag zijn Marten en Jan nog in Zwolle te vinden. Daar is een verzamelcentrum aan de Lichtmisweg waar handelaren hun vee verkopen aan Jan junior. De broers helpen hem met het sorteren. Desgevraagd geven ze ook nog weleens advies. „Meestal zit onze prijs niet ver naast die van Jan”, glimt vader Jan.

Slagerijen

De broers vinden het prachtig om collega-veehandelaren te ontmoeten in Zwolle. „Van onze leeftijd zitten er niet veel meer. Vroeger zag je elkaar nog weleens bij een feestje, nu zien we elkaar nog bij een begrafenis”, zegt Jan.

„We zijn allebei gelukkig goed gezond, hoeven geen medicijnen of iets dergelijks te slikken. Maar dat kan zomaar anders worden.” De broers zijn allebei aangesloten bij de gereformeerde gemeente in Uddel.

Het dorp op de Veluwe heeft twee slagerijen. Marten en Jan zorgen dat er elke veertien dagen een koe voor elk ervan wordt geslacht. „Die kiezen we dan uit via marktplaats.nl. Maar we kopen nooit een koe zonder hem gezien te hebben, dus we gaan altijd samen even kijken.”

Voor de ene slagerij gaan de broers ’s maandagsmorgens al heel vroeg op pad om de koe naar de slachterij in het Gelderse Oosterwolde te brengen. Jan: „Half vier gaat het wekkertje. Om half zeven ben ik dan weer thuis. Kan ik nog net voor het ontbijt een uurtje slapen.”

Loopbaan M. en J. Bronkhorst

Geboren: 12 augustus 1938 (Marten) en 4 juli 1940 (Jan), te Uddel

Lagere school: School met de Bijbel in Uddel

Banen: veehandelaar, kalvermester

Bent u of kent u ook iemand die doorwerkt na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd? Mail naar econ@refdag.nl.