Topman NN: Bied financiële educatie op school

beeld ANP, Lex van Lieshout
3

Burgers moeten steeds meer zaken op financieel gebied zelf regelen, bijvoorbeeld ten aanzien van hun pensioen. Maar kunnen ze dat? Topman Lard Friese van verzekeringsmaatschappij NN (Nationale-Nederlanden) maakt zich zorgen.

Hij richtte zich daarom woensdag, op een symposium in Amsterdam, tot „de minister van Onderwijs en alle scholen”; met een oproep: „Help mensen op jonge leeftijd met het huishoudboekje om te gaan, bied hun financiële educatie.”

Gegarandeerde uitkeringen voor de oude dag, het lijkt verleden tijd. Daardoor komt er meer verantwoordelijkheid te rusten op de schouders van de consument. De discussie over de hervorming van de pensioenen zal uitdraaien op een stelsel met daarin individuele keuzevrijheden. Hoeveel risico wil iemand accepteren, hoeveel premie inleggen?

Friese: „Mensen weten weinig over hun pensioen, bouwen soms niets op. Het jaarlijkse pensioenoverzicht is gecompliceerd, velen lezen het niet. Het is nodig dat jongeren zich al bezighouden met financiële planning, maar het valt niet mee hun belangstelling ervoor te wekken. Daar ligt dus een taak voor de scholen.”

Het symposium, georganiseerd door VBA en CFA Society Netherlands, beroepsverenigingen van beleggingsprofessionals, heeft als thema: ”Ethiek en integriteit 2017: het dichten van de kloof tussen samenleving en financiële sector”.

Kloof

Dat er nog steeds sprake is van een kloof, daarover bestaat geen verschil van mening. De crisis die in 2008 uitbrak en die tal van banken deed wankelen, heeft het vertrouwen van de burger in deze concerns ernstig geschaad. Uit onderzoek van de Monitoring Commissie Code Banken bleek dit jaar dat de bevolking in Nederland ze als rapportcijfer slechts een 5,8 toekent.

„In het verleden haalden mensen er geld of storten ze er hun spaarcenten, maar verder waren ze niet geïnteresseerd; politici evenmin”, analyseert Wim Mijs, CEO van European Banking Federation. „Dat is sinds de crisis wel anders. Iedereen beseft nu dat het door toedoen van de banken goed mis kan gaan.”

Er zijn dan ook volop maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen, zoals invoering van een gedragscode en van een eed voor bankiers en verhoging van de kapitaalbuffers. „De banken voldoen aan de voorgeschreven regels, maar het vertrouwen vanuit de maatschappij blijft ondermaats”, constateert Inge Brakman, voorzitter van de monitoringcommissie. „Communiceer in ieder geval in een taal die iedereen begrijpt”, zegt ze richting de financiële bedrijven.

Kees van Dijkhuizen, de hoogste baas van ABN AMRO, steekt de hand in eigen boezem. „Belangrijk is dat we als bankiers eerlijk toegeven dat er heel veel schade is aangericht door onze sector. Nog te vaak hoor je dat de schuld bij anderen wordt gelegd.”

Hij stelt vast dat voor de crisis de businessmodellen te veel risico’s inhielden. „Groter worden, de grens overgaan, dat werd gestimuleerd. Nu zijn we voorzichtiger.” Inmiddels zijn de banken verplicht meer kapitaal aan te houden, wat de kans dat ze bij de overheid moeten aankloppen voor steun, verkleint. Maar Van Dijkhuizen waarschuwt wel: „Raakt het hele systeem in problemen, dan is geen enkele partij daartegen bestand.”

Vette bonussen, een ander kritiekpunt. De topman van ABN AMRO benadrukt dat Nederland vooroploopt bij het aan banden leggen van buitensporige beloningen. De wet hier schrijft voor dat extraatjes maximaal 20 procent van het vaste salaris mogen bedragen. „Daarmee zijn we het beste jongetje van de klas.”

Bankkantoren

Friese beaamt dat het systeem sterker en weerbaarder is dan voor 2008. Maar als iemand vraagt of de regelgeving niet is doorgeslagen, wat een belemmering vormt voor de klantvriendelijkheid, plaatst hij toch een kanttekening: „We moeten nu wel de dialoog starten over hoe effectief de aanpak is. Heeft de klant er wat aan?”

En natuurlijk gaat het ook over de klacht dat veel bankkantoren verdwijnen. Mijs wijst op dit punt op een tegenstrijdigheid : „Iedereen wil het gemak van de digitalisering en tegelijk willen mensen toch een kantoor in de dorpskern.” Van Dijkhuizen: „Wij sluiten geen kantoren vanwege de kosten, maar omdat de klanten er niet meer komen.”