Tekst akkoord: handjevol kotters mag blijven pulsen

Pulsvisserij
De pulskotter HD 4 maakt zich in de haven van Den Helder klaar voor een visreis. beeld ANP, Niels Wenstedt

Onderhandelaars van het Europees Parlement, de Europese Commissie en de EU-lidstaten bereikten op 13 februari een akkoord over de toekomst van de pulsvisserij. Dinsdagavond werd de definitieve tekst vrijgegeven. Die biedt de vissers weinig hoop. Een eventuele harde brexit maakt de problemen nog groter.

Binnen enkele maanden zal het overgrote deel van de Nederlandse pulskorvloot moeten omschakelen naar een andere vistechniek. De vrijgegeven tekst, waar de visserijcommissie van het Europees Parlement zich op 7 maart over uit zal spreken, lijkt geen andere conclusie te rechtvaardigen.

Tijdens de transitieperiode die op 30 juni 2021 eindigt, blijft vissen met de pulskor toegestaan voor „niet meer dan 5 procent van de boomkorvloot per lidstaat”, zo staat er. In 2010 kreeg Nederland op grond van de 5 procent-regeling ontheffing om 22 kotters uit te rusten met de pulstechniek. Sindsdien is de vissersvloot echter behoorlijk gekrompen.

Volgens de meest recente cijfers van onderzoeksinstituut Wageningen Economic Research telde Nederland in 2017 286 kotters. Dankzij enkele nieuwbouwopdrachten zijn dat er inmiddels een paar meer. Hoe het ook zij, die 5 procent komt neer op maximaal 14 of 15 schepen. En dan is het nog maar de vraag of wel álle kotters tot de ”beam trawler fleet” mogen worden gerekend, anders worden het er nog minder.

Genoemd aantal is veel kleiner de 42 schepen, waar EP-onderhandelaar Peter van Dalen (ChristenUnie-SGP) op de avond van 13 februari over repte en waar ook visserijminister Schouten blij mee was. Van Dalen klampte zich vast aan de bepaling uit het akkoord dat in de transitieperiode „aan geen enkel schip nieuwe vergunningen worden verleend.” Hij leidde daaruit af dat bestaande vergunningen voorlopig van kracht blijven. Maar genoemde bepaling staat los van de voorwaarden waaronder pulsen voorlopig mogelijk blijft, zo blijkt uit de definitieve tekst.

De NOS, die beschikte over een gelekte versie, meldde dat al kort voor het Kamerdebat van 21 februari over de pulsvisserij. Naar nu blijkt, had de omroep het bij het rechte eind: de definitieve tekst verschilt op dit punt niet van de gelekte versie.

Onderzoek

Dan is er nog de onderzoeksoptie. Kotters mogen, los van de 5 procent-regeling, voor wetenschappelijk onderzoek met de pulskor vissen. Maar ook daar zijn strikte voorwaarden aan verbonden. Het is alleen voor een beperkte tijd toegestaan, volgens een goedgekeurd wetenschappelijk protocol, met in principe maximaal zes schepen per project.

Als het onderzoek vereist dat er meer dan zes schepen aan meewerken, moet dit minstens drie maanden voor de start van het project door de lidstaat bij de Europese Commissie worden gemeld. Die vraagt dan advies bij de STECF, een wetenschappelijk adviesorgaan van de Europese Commissie. Dat advies is bindend.

Al met al lijkt de onderzoeksoptie voor de Nederlandse pulsvloot, die 84 ontheffingen telt waarvan de helft sowieso de komende maanden afloopt, weinig soelaas te bieden.

Beperkingen

Naast beperkte ruimte voor pulsvisserij biedt het akkoord volgens de definitieve tekst ook beperkingen. Kuststaten mogen in de transitieperiode de pulsvisserij in hun territoriale wateren (tot 12 mijl, dat is 22 kilometer uit de kust) beperken of zelfs geheel verbieden. Ook mogen kuststaten schepen die in hun EEZ ( exclusieve economische zone, het water tot 200 mijl (370 kilometer) uit de kust) met de pulskor vissen, verplichten om een waarnemer aan boord te nemen.

Of het hier bij blijft, is nog maar de vraag. Na de visserijcommissie moet ook nog het voltallige Europees Parlement er zijn goedkeuring aan geven, en daarna de Raad van Visserijministers. Met name het traject door het parlement is geen gelopen race. Minister Schouten waarschuwde tijdens het Kamerdebat al dat amendementen op het akkoord niet uitgesloten zijn. Gezien de verhoudingen in Europa en de felle tegenstand bij een deel van de Europarlementariërs zou het zomaar kunnen dat de transitieperiode wordt verkleind.

Brexit

Een ander drama dat steeds dichterbij komt voor de pulsvissers is de brexit. Als het Verenigd Koninkrijk op 29 maart onverhoopt zonder akkoord uit de EU treedt –een zogeheten harde brexit– dan zijn Nederlandse pulskotters sowieso niet meer welkom in de Britse EEZ, die een groot deel van de Noordzee beslaat, ook niet in het kader van onderzoeksprojecten. De Britse staatssecretaris van Visserij George Eustice heeft noodwetgeving die dit regelt, juist op 13 februari -de dag van het EU-akkoord over pulsvisserij- door het Britse parlement geloodst. Volgens Eustice zijn er serieuze zorgen over de pulsvisserij en is het „verkeerd” dat de EU eerder ontheffingen voor de techniek heeft afgegeven.

Komt er wél een akkoord over de brexit, dan zal het verbod op puls ingaan na een in de deal afgesproken overgangsperiode. In de (door het Britse parlement verworpen) concept-deal liep die periode eind 2020 af. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een nieuwe deal een langere overgangsperiode zal bevatten. Overigens heeft het VK zelf drie pulsschepen in de vaart, één Schots schip en twee Engelse. Het Britse ministerie van Visserij zal hun vergunningen herzien.

Vlagkotters

Naast de eigen kotters telt Nederland ook een handjevol pulskotters die onder Duitse of Belgische vlag varen. Zij vallen sowieso onder de 5 procent-regeling en kunnen dus tot 1 juli 2021 door blijven pulsen –tenzij de vlagstaat moeilijk doet, maar dat ligt niet voor de hand.

Alsnog omvlaggen heeft voor Nederlandse pulsvissers geen zin. Immers, volgens het akkoord wordt aan geen enkel schip een nieuwe pulsvergunning verstrekt.

De Nederlandse visserijorganisaties spelen met het idee om de pijn voor de pulsvissers te verdelen. Ze willen geen tweedeling in de sector en stellen voor om de overblijvende ruimte voor puls tussen alle huidige vergunninghouders te delen. Die zouden dan allemaal een beperkt aantal dagen per jaar met puls de zee op mogen. De Nederlandse regering zou daaraan moeten meewerken.

Zo’n ‘zeedagenregeling’ heeft echter weinig zin als er inderdaad zo weinig vergunningen overblijven als de tekst van het akkoord doet vermoeden. De spoeling is dan immers zo dun dat er wel heel weinig zeedagen per kotter overblijven.

Daar komt bij dat minister Schouten in de Kamer al heeft gezegd er niet voor te voelen. Zij voorziet juridische procedures van vissers die dan een deel van hun rechten af moeten staan aan anderen, ze denkt dat een zeedagenregeling slecht te handhaven is en ze vindt die lastig uit te leggen aan Brussel.