Stichting De Noordzee laakt quota visvangst

beeld RD

Vissers mogen nog steeds meer vis in de Noordzee vangen dan volgens wetenschappelijke normen verantwoord is, stelt Stichting De Noordzee. Vissersvoorman Pim Visser nuanceert de kritiek: „Visserij gaat ook over mensen.”

Van de Europese visquota die overbevissing moeten voorkomen, is bijna de helft te hoog, constateerde de stichting maandag. De organisatie wijst erop dat eerder is afgesproken dat alle visquota vanaf 1 januari 2020 duurzaam moeten zijn. Directeur Floris van Hest roept minister Carola Schouten (Visserij) op „de wetenschappelijke vangstadviezen te volgen”. In december stellen de Europese visserijministers de vangstquota vast. Op dit moment is volgens de stichting 48 procent van de quota nog altijd hoger dan wat wetenschappers adviseren. Door overbevissing is de stand van de kabeljauw in de Noordzee bijvoorbeeld al „onder een kritiek punt.”

Van de visquota die aan Nederlandse vissers zijn toegewezen, ligt 37 procent volgens de analyse boven een duurzaam niveau. Een groot deel van de overbevissing gebeurt in wateren als de Keltische Zee en het Kanaal.

Pim Visser, directeur vissersorganisatie VisNed, vindt dat dit getal ook kan worden omgedraaid: 63 procent van de Nederlandse quota voldoet wél aan het criterium ”maximaal duurzame oogst”, waar stichting Noordzee op doelt. Bestanden van schol, kabeljauw, schelvis en koolvis zijn in tien jaar meer dan verdubbeld.

Maar dat criterium houdt volgens Visser geen rekening met de sociale dimensie. De EU-ministers doen dat volgens hem terecht wel. „Visserij gaat ook over gemeenschappen, over mensen, over bedrijven en vooral over voedsel.”

Visser vindt het verder niet eerlijk dat de stichting de Keltische Zee noemt. „Daar vissen de Nederlanders niet.”