RIVM zit goed met cijfers en modellen over stikstof

Stikstof
Boeren protesteren op 16 oktober massaal bij het RIVM in Bilthoven, omdat ze de stikstofcijfers van het instituut niet vertrouwen. Een door minister Schouten ingesteld adviescollege concludeerde donderdag echter dat de berekeningen wetenschappelijk voldoende zijn onderbouwd. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

De meet- en rekenmethodes voor stikstof die het RIVM hanteert zijn van voldoende wetenschappelijke kwaliteit. Wel zijn verbeteringen nodig om dat zo te houden, en om onzekerheden te verkleinen.

Dat schrijft het adviescollege Meten en Berekenen Stikstof in een donderdag uitgebracht eerste advies. De groep wetenschappers deed op verzoek van landbouwminister Carola Schouten onderzoek naar de manier waarop het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bepaalt hoe vrijkomende stikstof zich verspreidt. Het stikstofbeleid van de overheid is mede gebaseerd op de RIVM-cijfers.

Aan de hand van RIVM-gegevens wordt bijvoorbeeld beoordeeld hoe belastend een bouwproject, nieuwe snelweg, of uitbreiding van een boerderij is voor de natuur en of daar een vergunning voor mag worden afgegeven.

Afgelopen najaar trokken belangenorganisaties van met name boeren en ook sommige politici de betrouwbaarheid van de RIVM-modellen in twijfel. Schouten stelde daarop het adviescollege aan, onder leiding van emeritus hoogleraar Leen Hordijk.

Het adviescollege concludeert dat het model dat het RIVM gebruikt om de verspreiding van stikstof te berekenen, daarvoor geschikt is. „Zeker op lokale schaal.” Wel adviseren de wetenschappers meer onderzoek te doen naar de oorzaken van kleine verschillen tussen modelresultaten en metingen, waar nu voor wordt gecorrigeerd.

Zo moet het aantal meetpunten op de grond flink worden uitgebreid. De afgelopen jaren is daar volgens de onderzoekers juist op bezuinigd. Zij adviseren daarnaast om ook satellietmetingen te gaan gebruiken waarmee de uitstoot nauwkeuriger in kaart kan worden gebracht.

Verder stelt het adviescollege vast dat de buitenlandse bijdrage aan de stikstofdepositie in Nederlandse natuurgebieden „mogelijk wordt onderschat”. De relatieve verdeling van de bijdragen van bijvoorbeeld landbouw, industrie, verkeer en scheepvaart in Nederland is „voldoende onderbouwd”.

Boerenorganisatie roepen al een tijdje dat de bijdrage van de landbouw aan neerslag van stikstof in kwetsbare natuurgebieden door de rekenmodellen zwaar wordt overschat. Maar volgens Hordijk klopt de wetenschappelijke onderbouwing en zit het RIVM er „hooguit enkele procentpunten” naast.

Minister Schouten is blij met die conclusie. „Goed te constateren dat de stikstofaanpak, en dus ook de maatregelen die het kabinet neemt, is gebaseerd op wetenschappelijk verantwoorde cijfers en feiten”, reageert zij.

Trienke Elshof, een van de onderhandelaars van het Landbouw Collectief dat met minister Schouten overlegt, reageert in het Friesch Dagblad ook positief. „Het rapport laat zien dat er geen grote onvolkomenheden zijn, maar wel dat er wat ruis op de lijn is. Het RIVM moet hiermee aan de slag, want hier wordt beleid op gebaseerd met ingrijpende gevolgen.”

Volgens Elshof is het belangrijk dat het vertrouwen in het RIVM wordt hersteld. „Of het aandeel van de landbouw in de stikstofcrisis nou 30 of 40 procent is, wij zullen hoe dan ook wat moeten doen. Wij hopen dat er snel beleid komt waarmee we aan de slag kunnen en weer het land op kunnen gaan.”

Rapport wijst op tekortkomingen

Hoewel het adviescollege het RIVM per saldo een voldoende geeft, heeft het in zijn rapport ook kritiek.

- de invloed van stikstof uit het buitenland wordt onderschat

- er is onvoldoende gedaan met de nieuwste inzichten over stikstofemissies van grasland en stallen

- de rekenmodellen worden met weinig metingen gevalideerd

- berekende concentraties komen niet genoeg overeen met metingen

- transparantie over de eigen werkwijze kan beter