Rechter bekijkt MKZ-aanpak uit 2001

MKZ
Een MKZ-verbodsbordje bij een boerderij. beeld ANP ANP

Er was geen MKZ in Kootwijkerbroek en Kamperveen in 2001, stellen veehouders. In elk geval had het besluit tot ruiming niet mogen worden genomen, want het rust op ondeugdelijk bewijs. Dinsdag buigt de rechter zich hierover.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) gaat beoordelen of er in 2001 in Kootwijkerbroek en Kamperveen tienduizenden dieren hadden mogen worden gedood. De rechter hoort dinsdag informatie die in ruim dertien jaar met stukjes en beetjes boven tafel is gekomen.

Tegenstrijdige krantenberichten wisselden elkaar af, de afgelopen jaren, met koppen in de trant van: ”Er wás MKZ in Kootwijkerbroek”. ”Er was geen MKZ in Kootwijkerbroek”. ”Besluit tot ruiming in 2001 was terecht.” ”Besluitvorming 2001 moet over.” Veehouders bezochten hoorzittingen in Den Haag, hoorden uitspraken van verschillende landbouwministers aan, gingen ertegen in beroep, en begonnen later nieuwe bodemprocedures.

Enkele belangrijke data op rij in een proces waaraan dit jaar waarschijnlijk een einde komt.

2001. Op 29 maart worden 456 dieren van boer Teunissen in Kootwijkerbroek MKZ-besmet verklaard. Het ministerie besluit ook 240 bedrijven in de omtrek preventief te gaan ruimen. Argumenten voor de maatregelen vormen een klinische diagnose (zichtbare ziekteverschijnselen), een fax met drie laboratoriumuitslagen van 28 maart en een epidemiologische link, oftewel het spoor waarover het MKZ-virus Kootwijkerbroek zou zijn binnen gekomen. Het laatste argument sneuvelt in april 2001: de bewuste timmerman was niet op de besmette bedrijven, en kwam al maanden niet bij Teunissen.

In de weken na de fax van 28 maart worden in Kootwijkerbroek zo’n 60.000 dieren gedood.

Veehouder Gert-Jan Dokter tekent, samen met andere boeren, bij het ministerie van Landbouw bezwaar aan tegen de besluitvorming.

2002. Het ministerie wijst alle bezwaren van Dokter af. Veehouders gaan in beroep bij het CBb.

2004. Een mondelinge behandeling bij het CBb heeft plaats op 20 januari. Tijdens deze zitting stelt het ministerie dat uitsluitend de uitslagfax bepalend is geweest voor het besluit, niet de klinische diagnose. Van de drie pijlers onder het ruimingsbesluit blijft dus alleen het laboratoriumonderzoek over. De veehouders krijgen geen inzage in het dossier.

2005. Het CBb doet op 18 januari een tussenuitspraak en bevestigt dat de klinische verschijnselen definitief buiten de discussie worden geplaatst. De drie laboratoriumuitslagen blijken betrekking te hebben op slechts één monster; 455 van de 456 dieren van Teunissen zijn ten onrechte besmet verklaard. Het CBb legt vragen voor aan het Europees Hof.

2006. Het Europees Hof doet de uitspraak dat de gedupeerden recht hebben op inzage in het laboratoriumdossier.

2008. Op 9 september 2008 doet het CBb een belangrijke uitspraak. De rechter vernietigt het besluit op bezwaar uit 2002: het is onzorgvuldig genomen. Het ministerie van Landbouw moet alsnog bewijzen dat de maatregelen tijdens de MKZ-crisis terecht waren. Boeren moeten inzage krijgen in het labdossier en de juistheid van de uitslagfax moet worden beoordeeld.

De gewenste informatie is hierna niet bepaald binnengestroomd, zei Lau Jansen van de Stichting MKZ Crisis Kootwijkerbroek vorige week. „We moesten er keer op keer voor vechten om weer een flard van de labdossiers in handen te krijgen.” „Een tactiek van rekken en uitstellen” van de kant van het ministerie is volgens hem de reden dat de rechter pas nu –zes jaar later– weer naar de zaak kan kijken.

2009. Op vragen van Kamerleden erkent de minister dat twee van de drie testen uit de uitslagfax niet gebruikt mochten worden als grondslag van de besmetverklaring. Er blijft één test van één monster van één dier over.

2010. Omdat het ministerie de bewijsvoering over moet doen, komen er ook nieuwe hoorzittingen. Kootwijkerbroekers dienen aanvullende schriftelijke bezwaren in bij het ministerie. De bezwaarmakers hebben zich intussen helemaal gericht op de kwaliteit van de laboratoriumtests, die als enige grondslag voor de ruimingen zijn overgebleven.

2011. Op 18 maart wordt er een hoorzitting gehouden in Den Haag. Voordat staatssecretaris van Economische Zaken Bleker een uitspraak doet, geeft hij twee externe experts opdracht om de laboratoriumgegevens te evalueren.

In oktober concluderen de twee experts dat er terecht MKZ is vastgesteld in Kootwijkerbroek. Tegelijk uiten ze kritiek op de gevolgde testprocedure. Naar aanleiding van het rapport van deze deskundigen wordt er een nieuwe hoorzitting aangekondigd.

2012. Eind maart meldt Bleker aan de Kamer dat er voor het ene positieve Kootwijkerbroekse monster in 2001 ook een negatieve testuitslag is geweest. Het laboratorium heeft de uitslag destijds niet doorgegeven aan het ministerie van Landbouw, aldus Bleker. Hij laat de tot dan toe onbekende negatieve uitslag onderzoeken door adviesbureau PwC.

Op 18 april is er een hoorzitting met de Kootwijkerbroekse boeren. Lau Jansen betoogt namens ”Kootwijkerbroek” dat de conclusie van de twee experts uit 2011 niet strookt met de bevindingen in hun rapport. Tijdens de hoorzitting wordt er diep ingegaan op technische zaken rond de laboratoriumuitslag van 28 maart 2001.

Dat de uitspraak vervolgens wat langer op zich laat wachten, wijt woordvoerder Coen Gelinck van het ministerie aan de „veelheid van argumenten” en de zorgvuldigheid die de zaak vraagt.

In juli beslist Bleker dat de bezwaren ongegrond zijn. Hij wijst erop dat hij heeft voldaan aan de eis van het CBb uit 2008. Hij twijfelt niet aan de laboratoriumuitslag en stelt dat het ruimingsbesluit in 2001 inderdaad genomen had mogen worden op grond van de uitslagfax van 28 maart.

2012. Veehouders gaan opnieuw in beroep bij het CBb.

2013. Staatssecretaris Dijksma, die Bleker heeft opgevolgd, laat weten dat het onafhankelijke onderzoek –dat in 2011 kans leek te maken– er niet komt. Een samenloop met de lopende bodemprocedure bij het CBb zou de zaak te complex maken, aldus Dijksma.

In december overlegt Dijksma de testprotocollen van alle bedrijven die in 2001 getest zijn. De ruim 8000 interne documenten uit de tijd van de MKZ-crisis betekenen „een forse stap” voor de bezwaarmakers: de informatie die ze nodig hebben wordt steeds completer.

2014. De rechter buigt zich dinsdag over de zaak van drie Kootwijkerbroekers (samen één procedure) en dertien Kamperveense veehouders (samengevoegd tot één andere procedure). Vanwege de inhoudelijke overeenkomst worden ze tegelijk behandeld. De zaak Kootwijkerbroek is wat bekender, maar in Kamperveen zijn sinds 2001 ook veehouders aan het procederen. In het beroep van de Kootwijkerbroekse veehouders draait het om de juistheid van de fax van 28 maart 2001, en om de gang van zaken destijds in het laboratorium.

Voor Kamperveen staat eveneens een test centraal: volgens de bezwaarmakers „een niet-geaccrediteerde, niet officiële test op basis waarvan het ministerie niet mocht besluiten.”


’t Grote verhaal in een notendop

Op 20 februari 2001 wordt in Groot-Brittannië bij twintig varkens mond-en-klauwzeer (MKZ) of tongblaar ontdekt. Een maand later volgen de eerste gevallen in Nederland. Vanwege EU-afspraken en exportbelangen worden dieren op grote schaal geruimd, ook al is de ziekte zelf meestal niet dodelijk. Op zo’n 2600 Nederlandse bedrijven, vooral in de driehoek Apeldoorn-Zwolle-Deventer, worden ruim 270.000 evenhoevigen –zoals koeien, varkens, schapen– preventief geruimd.