Provincie regisseert slag om stikstof

Stikstof
Het kabinet stimuleert onder meer de ontwikkeling van stalsystemen die minder stikstof uitstoten. beeld RD, Anton Dommerholt

Landbouworganisaties vrezen een „leegverkoop” van het platteland door het nieuwe stikstofbeleid. Zes vragen.

Wat heeft het kabinet afgelopen weekeinde besloten?

Nederland maakt werk van herstel van de natuur, die lijdt onder een overmaat aan stikstof. Tot 2030 wordt ruim 2,8 miljard euro uitgetrokken voor onder meer het aanplanten van bos, het verhogen van de waterstand in veengebieden en het afplaggen van vergraste heide en stuifzanden.

Tegelijk moet de uitstoot van stikstof fors omlaag. Vooral de landbouw, die via ammoniak uit mest de meeste stikstof in de lucht brengt, zal daaraan moeten bijdragen. Het kabinet stelt een kleine 1,3 miljard euro beschikbaar voor het uitkopen van boeren die vrijwillig met hun bedrijf willen stoppen, plus nog eens 360 miljoen euro voor diverse landbouwtechnische maatregelen. Overigens worden ook de industrie, de scheepvaart, de energiesector, het weg- en vliegverkeer en de bouw gestimuleerd minder stikstof uit te stoten.

Uitkoop van boeren is een gevoelig onderwerp. Waarom?

Dat heeft alles te maken met de mogelijkheid van extern salderen, die in het nieuwe beleid is meegenomen. Dat betekent dat ‘stikstofruimte‘ verkocht kan worden aan de hoogst biedende. Als een boer zijn bedrijf beëindigt, zal hij eerder verkopen aan een kapitaalkrachtige projectontwikkelaar die een bedrijventerrein ontwikkelt, dan aan de buurman die een nieuwe stal wil bouwen maar minder kan betalen. „Groene economie wordt ingeruild voor grijze economie”, zeggen de landbouworganisaties. Zij vrezen dat de prijs van stikstofruimte de pan uit zal rijzen. Jonge boeren die het bedrijf van hun ouders willen overnemen of boeren die hun bedrijf willen uitbreiden zullen diep in de buidel moeten tasten.

Intussen blijven de landbouworganisaties erop hameren dat het uitkopen van boerenbedrijven een „minimaal” effect heeft op natuurgebieden: slechts een klein deel van stikstof die uit een stal vrijkomt, slaat neer op nabijgelegen natuur.

Is hun angst terecht?

Dat er vreemde dingen kunnen gebeuren, staat vast. Zo kocht de provincie Noord-Brabant onlangs boerderijen in Drenthe en Noord-Holland uit om industriepark Moerdijk uit te breiden. Daar kwam veel kritiek op: stikstofuitstoot in het noorden van het land heeft nu eenmaal niets te maken met bescherming van Brabantse natuur. Ook speculanten zouden op het idee kunnen komen om lukraak stikstofruimte op te kopen om die op een gelegen moment met winst door te verkopen. De minister wil zulke praktijken voorkomen door een gebiedsgerichte aanpak onder regie van de provincies. Wie stikstof wil kopen, moet bij de provincie een aanvraag indienen, onderbouwd met een plan om de stikstofruimte binnen drie jaar te benutten. En dat moet weer aansluiten op de plannen voor verbetering van de natuur in het gebied.

Het Landbouw Collectief wilde vrijkomende stikstof bij uitkoop van boeren voor de eigen sector reserveren. Waarom gaat de minister daar niet in mee?

De formele reden is dat dit een „verregaande vorm van marktafscherming” is, die ingaat tegen de vrije mededinging. Maar de minister heeft ook een ander belang. Zij wil met restanten stikstofruimte die niet benut worden door ontvangers een potje vormen. Dat kan worden benut om problemen op te lossen, zoals het legaliseren van zogeheten PAS-melders: ondernemingen die onder het oude stikstofbeleid (PAS) konden volstaan met een melding maar nu alsnog een natuurbeschermingswetvergunning moeten aanvragen. En met hulp van dit potje kunnen ook „projecten van nationaal belang” een vergunning krijgen. Dat zou zomaar het nieuwe vliegveld bij Lelystad kunnen zijn.

Door de coronacrisis is er minder weg- en vliegverkeer en scheepvaart. Fabrieken produceren minder draaien. Dat helpt toch ook?

Dat geeft letterlijk even (schonere) lucht, maar het is de vraag wat daarvan overblijft als de economie weer aantrekt. Een structurele oplossing is het in ieder geval niet. De SGP heeft gevraagd om deze ruimte te gebruiken voor een generieke vrijstelling van tijdelijke stikstofuitstoot bij bouwactiviteiten. Het kabinet heeft dinsdag toegezegd daarnaar te kijken.

Is het nieuwe beleid houdbaar?

Dat moet nog blijken. Twee organisaties hebben al aangekondigd de gang naar de rechter te gaan maken. LTO Nederland vindt het „diefstal” dat het kabinet nog niet benutte stikstofruimte in vergunningen van boeren wil innemen. Milieuorganisatie MOB (die de aanzet gaf tot het afschieten van het oude stikstofbeleid) vindt dat de natuur nog steeds aan het kortste eind trekt en dat de veestapel moet worden ingekrompen.