Planbureau: bank en overheid te veel verweven

Europese banken en nationale overheden zijn nog vaak nauw met elkaar verweven. Grote financieel dienstverleners in bijvoorbeeld Italië en Spanje hebben relatief veel staatsleningen op de balans staan. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) kan dat tot problemen leiden in Europa, omdat publieke begrotingsproblemen direct kunnen overslaan naar de bankensector.

Binnen de eurozone gaan daarom stemmen op om banken te dwingen hun blootstelling aan overheden af te bouwen. Volgens het CPB gebeurt dit in bepaalde landen amper. De grootste Italiaanse bank, UniCredit, bouwde zijn portefeuille overheidsschulden nauwelijks af ten opzichte van 2016. Dat terwijl Italië onlangs op het strafbankje werd gezet omdat de overheidsbegroting niet aan de regels van de Europese Commissie voldeed. De Franse bank BPCE en het Spaanse Santander kochten zelfs voor tientallen miljarden euro’s aan staatsleningen van de eigen overheid bij.

Volgens het CPB kunnen strengere regels over het aanhouden van overheidsschulden helpen de risico’s te beperken. In Nederland is de blootstelling van de bankensector aan de overheid overigens beperkt. Dat komt doordat BNG Bank een belangrijke financier van de publieke sector is.

Het CPB komt met de waarschuwing in een uitgewerkt rapport over de jongste ramingen over de Nederlandse economie dit jaar. Begin deze maand meldde de adviseur van de regering dat de Nederlandse economie afkoelt. Waar sinds 2015 steevast groei van 2 procent of meer werd gemeten, raamt het CPB voor dit en volgend jaar een groei van 1,5 procent. De koopkracht van Nederlanders lijdt daar over het algemeen niet onder, omdat de werkloosheid laag blijft en lonen stijgen.

Met het oog op de afzwakkende groei adviseert het CPB de overheid wel werk te maken van het helpen van huishoudens met problematische schulden. In het geval van een recessie, worden die het hardst geraakt.