Philips, de omvorming van een industriële veelvraat

beeld ANP, Lex van Lieshout

Philips is niet meer het Philips zoals de meeste mensen het kennen. Alleen de scheerapparaten zijn straks nog over van het brede scala van producten dat het concern pakweg een kwarteeuw terug aan de consument leverde. Een lang proces van afslanking en omvorming van deze industriële veelvraat nadert zijn voltooiing.

Gevoelens van nostalgie, daar hebben de jongste generaties bestuurders van wat nog steeds geldt als een icoon van het Nederlandse bedrijfsleven, geen last van. Zo behoort de hechte band met Eindhoven, de bakermat van Philips, sinds de verhuizing van het hoofdkantoor in 1998 naar Amsterdam, tot het verleden. En er veranderde heel wat meer. Veel is op de schop gegaan, tal van gezichtsbepalende onderdelen zijn in de laatste decennia afgestoten. Anno 2020 richt de multinational alle aandacht op medische technologie, op peperdure apparatuur voor ziekenhuizen.

Zelfs de gloeilamp, waar het in 1891 allemaal mee begon, verdween uit het assortiment. Tot het einde van de Eerste Wereldoorlog bleef het ‘peertje’ het enige product van Philips. Het legde de basis voor de groei naar een internationaal vermaarde gigant. Maar in 2016 was er het afscheid van de lichtdivisie, die sindsdien als zelfstandige, beursgenoteerde vennootschap opereert. De naam ervan wijzigde later in Signify.

Elektronica

Philips speelde vooral in de tweede helft van de vorige eeuw, toen het in de jaren zeventig verspreid over alle continenten meer dan 400.000 werknemers in dienst had, een prominente rol in de elektronicawereld. De onderneming maakte door de tijd heen voor de mensen thuis onder andere radio’s, grammofoonplaten, televisies, videorecorders, computers, stofzuigers en cd’s. In elke Nederlandse woning waren wel producten te vinden met het merk Philips erop. Dat behoorde bij ieders dagelijks leven.

Een kentering in de ontwikkeling naar steeds groter en steeds breder zette in rond 1990. Destijds moest toenmalig president-directeur Jan Timmer drastisch reorganiseren en tienduizenden banen schrappen om het voortbestaan van de Eindhovense firma veilig te stellen. Vanaf die periode groeide de lijst van activiteiten die onder de paraplu van een ander bedrijf of op eigen kracht hun weg vervolgden. Het betekende de overgang naar een Philips dat in weinig opzicht meer doet herinneren aan wat het ooit was. Het telt nu nog rond 80.000 medewerkers.

Een opsomming van enkele grote desinvesteringen. In 1990 komt de verkoop tot stand van Hollandse Signaal, het tegenwoordige Thales, gespecialiseerd in radar en andere elektronica voor militaire doeleinden. Het witgoed (wasmachines, drogers, koelkasten) gaat in 1991 verder onder de vlag van het Amerikaanse Whirlpool. ASML, dat vandaag de dag mondiaal vooroploopt met zijn chipmachines, krijgt in 1995 een eigen notering aan de beurs. In 1998 doet Philips zijn belang in radiofabrikant Grundig van de hand. De divisie van de halfgeleiders (chips) wordt in 2006 verzelfstandigd, onder de naam NXP Semiconductors. De televisietak vindt in 2012 onderdak bij het Chinese TPV Technology, dat volgens afspraak op de toestellen wel de naam van de vorige eigenaar blijft zetten.

Conglomeraat

Eind vorige maand maakte topman Frans van Houten bekend dat de huishoudelijke apparaten –waaronder de Senseo, de airfryer en het strijkijzer, maar niet het scheerapparaat en de elektrische tandenborstel– in de etalage staan. De komende anderhalf jaar wordt bekeken hoe de afsplitsing gestalte krijgt: via verkoop aan een ander bedrijf of een investeringsfonds (private equity), of via een beursgang.

Het betekent de laatste fase van de ontmanteling van het conglomeraat, de aanduiding voor een concern met een waaier van activiteiten waartussen weinig of geen samenhang bestaat. Philips maakt niet als enige die terugtrekkende beweging.

In de jaren zestig en zeventig van de voorbije eeuw won de redenering terrein dat diversificatie de stabiliteit van een bedrijf bevordert. Als de ene poot slecht presteert, biedt een andere misschien compensatie. Maar later zagen we vaak een terugkeer naar de kern, de core business. Zo doet het hedendaagse AkzoNobel alleen in verf en richt DSM zich vooral op voedingsingrediënten. Een bedrijf kan te log, te complex worden om efficiënt te opereren. Een investeringsfonds haalt soms een onderneming van de beurs, waarna het die opsplitst en reorganiseert, het rendement van de afzonderlijke onderdelen vergroot en die met winst verkoopt.

Wereldspeler

Philips staat inmiddels op de kaart als een wereldspeler op het gebied van hightech voor de medische sector. De betrokken markt kenmerkt zich door permanente groei –het beroep op de gezondheidszorg neemt alleen maar toe– en hoge winstmarges. Het concern levert apparatuur voor diagnostiek en behandelingen, zoals CT- en MRI-scanners, systemen voor patiëntbewaking, radiotherapie en data-analyse. Daarin ligt nu de toekomst van de oorspronkelijke gloeilampenfabriek. De naam Philips verdwijnt uit de keuken en de huiskamer, we vinden hem terug in de operatie- en onderzoekskamer.