Passen en meten op de werkvloer

Economie
3

Veel werknemers en werkgevers hebben het lastig in de anderhalvemetereconomie. Afstand houden is lang niet altijd haalbaar. Vakbonden mopperen, maar de economie moet doordraaien. Drie verhalen vanaf de werkvloer.

beeld RD

„Een douchebeurt op afstand lukt echt niet”

Naam: Anja van der Wal (40)

Beroep: Verzorgende IG in de thuiszorg

Woonplaats: Zwijndrecht

Een douchebeurt op afstand met 1,5 meter ertussen, valt niet mee. „Wat wel lukt is, met handschoenen aan en mondkapje op, toch de nodige zorg te verlenen”, zegt Anja van der Wal. „Bepaalde werkzaamheden in de zorg moeten nu eenmaal doorgaan.”

De inwoonster van Zwijndrecht werkt al bijna 12,5 jaar in de thuiszorg bij RST. Tijdens haar routes helpt ze steeds acht of negen cliënten bij het opstaan, wassen, aankleden en medicatie. „Daarnaast heb ik enkele andere taken, zoals bijvoorbeeld het doen van verpleegtechnische handelingen en wondverzorging. Ook ben in contactpersoon, aanspreekpunt voor cliënten en hun familie. Coördineren van de zorg aan huis heeft voor mij echt meerwaarde.”

Haar werkgebied is Dordrecht. Ze komt vooral bij ouderen over de vloer, maar ook wat jongere mensen met beperkingen behoren tot de doelgroep.

De komst van corona gaf begin maart de nodige onrust onder collega’s en cliënten. „Je vroeg je af wat er zou gaan gebeuren. Ik heb dat, om de woorden van onze predikant aan te halen, met enige vrees en beving afgewacht. Ook ga je met een gebed in je hart op weg, met de vraag of de Heere ook deze keer mee wil gaan in alles wat er op je pad komt.”

Twee van haar cliënten gaven aan zoveel mogelijk in quarantaine te willen leven. „Ze waren bang voor besmetting en wilden liever even geen thuiszorg meer. „Voor beiden gold dat een mantelzorger tijdelijk de zorg van ons kan overnemen. We hebben wel wekelijks contact.”

Verschillende andere ouderen toonden zich eveneens bezorgd. „We brachten in overleg het aantal bezoekmomenten soms terug. De meesten hebben geaccepteerd dat we volgens planning bleven komen.”

Ze had geen moment de gedachte om met haar werk, al dan niet tijdelijk, te stoppen. „Voor de zorg heb je met je hart gekozen. Daar ga je voor, met of zonder beschermingsmiddelen.”

Van der Wal geeft aan in de praktijk niet met gevallen van corona te zijn geconfronteerd. „We hebben bij één mevrouw vermoed dat er sprake was van het virus, maar de uitslag van de test was de dag erna gelukkig negatief.”

De veronderstelling alleen al bracht mee dat ze die bewuste dag beschermende kleding moest aantrekken compleet met handschoenen, specifiek mondmasker, bril en schort.

Richting de cliënten had ze niet direct de angst het virus op hen over te brengen. „We wassen bij de cliënt veelvuldig onze handen en hebben handgel op zak voor gebruik buitenshuis. Daarnaast moet je steeds goed nadenken wat je naast je werk doet, met wie je in aanraking komt en daar open over spreken als dat nodig is.”

Anja is vol lof over haar werkgever. „We hebben uitgebreide informatie gekregen, een e-learning over Covid-19 gevolgd en iedere dag is een leidinggevende beschikbaar voor vragen. We staan er wat dat betreft echt niet alleen voor. Enkele weken geleden is besloten het gebruik van medische mondkapjes verplicht te stellen binnen onze organisatie. Dat geeft, ondanks alle tegenstrijdige berichten, volgens ons voor beide partijen enige bescherming.” Voor de cliënten is het niet nadelig, heeft ze gemerkt. „Sommige mensen zijn echt blij dat we de mondkapjes dragen.”

beeld RD

„Gelukkig ben ik nooit bang geweest”

Naam: Jan Vossestein (66)

Beroep: buschauffeur

Woonplaats: Schoonrewoerd

Anderhalve meter afstand; dat is in de bus met een groeiend aantal passagiers niet vol te houden. Om die reden wordt per 1 juni het mondkapje verplicht gesteld. De chauffeur krijgt waarschijnlijk een afscheiding door middel van een plexiglas scherm.

„Het was de afgelopen tijd soms best spannend, maar echt bang ben ik niet geweest”, zegt Jan Vossestein. Hij bestuurt bussen van vervoersbedrijf Qbuzz. Al 44 jaar zit Vossestein in het vak. De inwoner van Schoonrewoerd is de laatste jaren vooral actief in en om Utrecht.

In de 12 en 18 meter lange bussen vervoert hij gedurende 32 uur per week talloze mensen, vooral van en naar het Centraal Station in Utrecht. Veel scholieren en studenten van onderwijsinstellingen in Utrecht maken onder gewone omstandigheden gebruik van de lijnen die Vossestein zijn toebedeeld. „Iets meer dan twee maanden geleden vervoerde ik in een bus met 90 zit- en 60 staanplaatsen regelmatig 150 mensen.”

Toen de coranamaatregelen van kracht werden, zakte het aantal reizigers naar een dieptepunt. „De bussen waren ineens nagenoeg leeg, zeker de eerste week. Daarna nam het iets toe, tot circa 10 procent van het normale aanbod.”

Passagiers moesten vanaf die tijd achterin instappen om de chauffeur te beschermen, voor de frequentie van de bussen werd de weekendregeling ingevoerd. „Bij mij kun je sinds die tijd ook geen kaartjes meer kopen. Passagiers maken gebruik van een ov-pas of schaffen een kaartje op het station aan. Je hoort nog hooguit een goedemorgen of goedemiddag.”

Voor een 18 meter lange bus gold de afgelopen weken een maximum van 15 passagiers. „Daarmee kan een afstand van 1,5 meter worden gegarandeerd. Wel moet onderling worden uitgezocht waar het beste een plaats kan worden ingenomen.” De laatste weken groeide het aantal passagiers gestaag. „We rijden daarom al enige tijd niet meer met de bussen van 12 meter op lijnen waar het drukker wordt.”

Per 1 juni wordt weer gereden volgens de zomerdienstregeling. Passagiers zijn verplicht om mondkapjes te dragen, waardoor de te vervoeren aantallen oplopen tot maximaal 40 procent van de capaciteit. „Anderhalve meter is echt niet haalbaar. We hebben straks rond de 50 zitplaatsen die gebruikt kunnen worden. Gezinnen mogen bij elkaar, anderen dienen enige afstand te houden.”

Ook de controleurs, die her en der opstappen en een stukje meerijden om plaatsbewijzen te controleren, komen weer terug. Bij incidenten kan Vossestein contact opnemen met beschikbare bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s). Zelf krijgt hij ook bescherming, in de vorm van een plexiglas scherm of een mondkapje. „Vermoedelijk wordt het een fysieke afscheiding. Acht uur met een mondkapje op aan het werk is ook geen pretje. Daarnaast hebben we nadrukkelijk meegekregen onze eigen gezondheid voorop te stellen.”

De afgelopen tijd reed hij onbeschermd rond. Volgende maand hoopt Vossestein met pensioen te gaan. Met zijn 66 jaar en drie maanden behoort hij tot de leeftijdsgroep die zich in coronatijd niet zonder risico’s tussen de mensen beweegt. „Gelukkig ben ik nooit bang geweest, hoewel je weet dat we allemaal besmet kunnen raken. Daarom moet je je stipt houden aan de voorschriften van de overheid. Belangrijker is dat je op de Heere vertrouwt. Hij bestuurt alles en mijn dagen zijn in Zijn Hand.”

„Niet tegen elkaar praten bij het passeren”

Wie: Bart Hoek (53)

Functie: eigenaar supermarkt

Woonplaats: Barneveld

De grote spanning onder klanten en werknemers in de supermarkt is grotendeels weggeëbd. Eigenaar van de Coop-supermarkt in Wekerom Bart Hoek merkt het ook bij zichzelf. „Er is duidelijk sprake van enige gewenning.”

Zijn winkel was al voor de coronacrisis te klein. De supermarktondernemer is daarom al geruime tijd met de gemeente in onderhandeling over nieuwbouw. De afgelopen periode werd hij nog eens nadrukkelijk bepaald bij het ruimtetekort. „De gangpaden bieden geen 1,5 meter ruimte bij het passeren. Dat betekent dat je goed rekening dient te houden met elkaar. In de praktijk gebeurt dat ook. Er is gewoonlijk voldoende doorstroming. Bij het naar binnen of naar buiten gaan wachten de mensen op elkaar. We hebben het aantal winkelkarretjes afgestemd op het maximaal toelaatbare aantal klanten.”

Hoek heeft steeds de adviezen van de brancheorganisatie opgevolgd. „Uiteraard voor zover dat mogelijk is.” Hij omschrijft zichzelf als redelijk nuchter, maar vond het aanvankelijk wel spannend. „Als mensen elkaar op korte afstand passeren en niet tegen elkaar praten, kan er echter weinig gebeuren.” Ook het personeel heeft volgens hem geen angst. „Zeker de jongeren niet, die gaan er toch wat laconieker mee om. Onze vakkenvullers dragen shirts met daarop de oproep om afstand te houden. In de praktijk moeten ze soms even wachten op de klant of de klant op hen.”

De 680 vierkante meter tellende supermarkt is al een tijdje coronaproof. „Bij de kassa’s zijn spatschermen aangebracht, medewerkers dragen handschoenen en klanten kunnen het handvat van het winkelwagentje desinfecteren. Op drukke dagen staat er buiten een medewerker die dit voor de bezoekers doet.”

Na de oproep van de premier om zoveel mogelijk thuis te blijven, was het direct raak. „Diezelfde avond was het merkbaar drukker in de winkel en de dag daarna nam dit voor ons ongekende vormen aan.” Hoek lacht als hij terugdenkt aan de momenten waarop massaal toiletpapier werd ingeslagen. „Dat is zo hard gegaan, we hebben dat qua merken en voorraad nog steeds niet helemaal op het oude peil. Waarom? Dat blijft een beetje de vraag.”

Ook desinfecterende producten, zeep, conserven, pasta’s en kook- en bakproducten gingen als warme broodjes over de toonbank. „Er is flink bijgevuld, maar tot op de dag van vandaag is nog niet alles verkrijgbaar.”

In de weken daarna trok de onlineverkoop stevig aan. Uit een steeds grotere regio werden er bestellingen geplaatst. „Wel het zesvoudige van voorheen. We hadden een auto om te bezorgen, maar hebben een tweede vervoermiddel moeten inzetten.” De afgelopen tijd heeft hij door middel van een zogenaamd tijdslot, waarbij er een maximaal aantal bestellingen per dagdeel kan worden verwerkt, de onlineverkoop enigszins aan banden gelegd. Hij ziet nu een zekere afvlakking. „Ik verwacht dat het deels van tijdelijke aard zal zijn.”

De totale omzet is flink gestegen. „De bestedingen per klant zijn toegenomen.” Of dat van blijvende aard is? „Dat is echt koffiedik kijken.” Hoek hoopt dat de onderhandelingen met de gemeente ertoe leiden dat eind dit jaar kan worden gestart met de sloop van een oude meelfabriek, iets verderop. Dat is de plek voor de nieuwe supermarkt. Daar krijgen we bijna het dubbele aantal vierkante meters winkeloppervlak. „Maar alles bij elkaar verwacht ik dat het nog wel twee jaar kan duren voor het zover is.”