Overijssel in de knel met handhaving stikstofregels

Stikstof
Oktober 2019: Overijsselse boeren demonstreren bij het provinciehuis in Zwolle tegen het stikstofbeleid.  beeld ANP, Vincent Jannink

Drieduizend boeren zijn formeel in overtreding sinds de Raad van State in mei 2019 de stikstofregels (PAS) buiten werking stelde. Toegezegde reparatiewetgeving is er nog niet. Moeten provincies handhaven? Overijssel zit ermee in haar maag.

Het zijn de milieuactivisten van de in Nijmegen gevestigde organisaties Mobilisation for the Environment (MOB) en Leefmilieu die de knuppel in het hoenderhok hebben gegooid. Boeren zijn daar boos over, maar feitelijk ligt de bal bij de overheid, bleek vrijdag tijdens een hoorzitting op het provinciehuis in Zwolle.

Wat is er aan de hand? MOB en Leefmilieu hebben Overijssel gevraagd om zestien boeren aan te pakken die de afgelopen jaren hun bedrijf hebben aangepast of uitgebreid zonder een vergunning volgens de Wet natuurbescherming. De betrokken boeren hadden –geheel volgens de regels van het PAS– volstaan met een zogeheten melding. Dat kon omdat bijvoorbeeld de bouw van een nieuwe stal minder dan 1 mol stikstofneerslag per hectare per jaar op kwetsbare natuur veroorzaakte. Maar met het vervallen van de PAS zijn die meldingen niet meer geldig.

Legaliseren

Minister Schouten (Landbouw) heeft toegezegd de situatie van de PAS-melders alsnog te legaliseren. Ook heeft ze met de provincies afgesproken dat die de ‘overtreders’ niet zullen aanpakken, totdat de wetgeving is gerepareerd.

MOB en Leefmilieu zijn het daar niet mee eens. Ze deden bij Overijssel een verzoek tot handhaving bij een willekeurig gekozen groep boeren. De provincie wees dat af, maar de rechter besliste vorige maand dat de provincie een nieuw besluit moet nemen.

Tijdens de hoorzitting konden zowel MOB en Leefmilieu –vertegenwoordigd door jurist Valentijn Wösten– als de boeren hun zegje doen. Tien boeren maakten van die gelegenheid gebruik.

Bij alle veehouders overheerst het onbegrip. „Wij hebben ons gewoon aan de regels gehouden”, benadrukte de een na de ander. Biologisch vleeskuikenhouder B. Vehof uit Diepenheim vond het oprakelen van de zaak „geneuzel.” „Ik feliciteer de heer Wösten dat hij ontdekt heeft dat de overheid haar zaakjes niet op orde heeft. Maar nu onze melding niet meer geldig is, ben ik niet in overtreding, maar de overheid.”

Andere veehouders vonden dat de provincie de PAS-melders maar snel de vereiste natuurvergunning moet verstrekken, zonder daarvoor een rekening te sturen. „De provincie heeft alle gegevens al, ik hoef daar geen tijd meer in te steken”, zei melkveehouder Jan de Groot uit Kamperveen.

De boeren zijn verontwaardigd dat MOB juist hen eruit heeft gepikt, terwijl er alleen al in Overijssel zo’n 380 PAS-melders zijn. „Ik vind het respectloos dat u over de rug van deze mensen uw conflict met de overheid uitvecht”, zei Hans Verheul van voerfabrikant CAVV Zuid-Oost Salland, die een boer bijstaat.

Handreiking

Wösten reageerde geprikkeld. „Ik vind het pijnlijk dat u dit zegt. Mijn opdrachtgevers willen meewerken aan een oplossing voor het stikstofprobleem, als dat maar in samenspraak gebeurt.” Hij laakte de „achterkamertjesaanpak” in het ‘Catshuisontbijt’ van december, toen premier Rutte en minister Schouten „een lijstje toezeggingen” deden aan het Landbouw Collectief.

Wat Wöstens „handreiking” concreet inhoudt, werd niet duidelijk. Boerin M. Schottink heeft er niet veel vertrouwen in. „Ik denk dat de meesten van ons best een vergunning willen aanvragen, maar hoe gaat MOB daar dan mee om? Het is bekend dat die organisatie standaard bezwaar maakt.”