Op zondagsvissen kan geen zegen rusten

Dominee op zee
„Als je predikant wordt op Urk, moet je leren wat het betekent om zo nauw verbonden te zijn met de zee”, vindt ds. Van Zanden. beeld Cees van der Wal
2

De Noordzeevisserij is regelmatig in het nieuws. Maar hoe gaat het er nu eigenlijk aan toe op een kotter? Ds. G. van Zanden, gereformeerd predikant in Urk, voer deze week mee op de UK 189.

Morgen is het weer zondag. Een dag om onder het Woord op adem te komen. Een van de grootste zegeningen van Urk is de zondagsrust, die er meer dan in andere plaatsen in Nederland in ere wordt gehouden. Toch zie je dingen verschuiven. Vijftig jaar geleden werd je erop aangesproken als je op zondag een rondje fietste. Nu ligt bij mooi weer op zondagmiddag veel jeugd op het Urker strand en maken hele gezinnen een tochtje over de haven met de fiets of met de auto. Ook onder kerktijd. Niet iedereen heeft lust om de Heere te vrezen.

Dergelijke verschuivingen zijn er ook in de visserij. De meeste Urker kotters varen zoals wij, van maandag tot en met vrijdag. Er zijn echter ook rederijen die zijn overgestapt op het zogenaamde continu vissen. Je vaart dan van woensdag tot woensdag, waarbij twee ploegen bemanning elkaar afwisselen. De voordelen daarvan zijn niet alleen economisch, maar ook sociaal: je hebt meer tijd om met je vrouw door te brengen, je ziet je kinderen terugkomen van school, enzovoort.

Maar dan gaat er wel een streep door de zondagsrust. En dat is voor de meeste Urker vissers een brug te ver. Door omstandigheden gaat ook de UK 189 soms overweeks, maar dan wordt op zondag een haven opgezocht of dobbert de kotter wat rond op zee. Iedereen doet rustig aan en er wordt een preek geluisterd. Soms is het even slikken. Want juist op zondag lijkt het vaak fantastisch mooi visweer te zijn…

Er gaan stemmen op om terug te keren naar het aloude patroon: vissen van maandag tot en met vrijdag. Maar men vreest dat het zo zal gaan als met de koopzondagen: als er één schaap over de dam is, volgt de rest. Toch kan er geen zegen op rusten. Zoals landbouwers én het land rust moesten hebben (en het uiteindelijk van Godswege kregen tijdens de Babylonische ballingschap), zo verdienen ook de zeelieden én de zee hun rust.

Hoe ziet de toekomst eruit voor de visserij? Opvolging is in Urk geen probleem; er zijn genoeg jonge mannen die bereid zijn de zee te bevaren. Tegelijkertijd zijn er redenen tot zorg. Windmolenparken die het visgebied verkleinen. Een aanlandplicht die inhoudt dat je alles wat je vangt meeneemt. Een verbod op elektrisch vissen. Beperkingen door vangstquota en regelgeving.

Maar Urkers hebben voor wel hetere vuren gestaan. Al die stormen hebben ze getrotseerd, onder inwachting van des Heeren zegen. Als we dat vasthouden, mogen we ook in deze dingen hoop hebben. Als in Hebreeën 6: hoop als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is.

Klik hier voor eerdere afleveringen in deze serie.