Op de bres voor de boer

Het Gesprek
Steven van Westreenen. beeld RD, Anton Dommerholt

Ooit onderhandelde hij met Volkert van der G., de latere moordenaar van Pim Fortuyn over vergunningen voor veehouders. Steven van Westreenen begon als controleur, maar loodst alweer 25 jaar boeren met investeringsplannen door het woud van regels en procedures. „Ik vind dat een overheid naar oplossingen moet streven.”

Onder agrariërs in het midden en oosten van Nederland hoef je hem niet voor te stellen: Steven van Westreenen, oprichter van het gelijknamige adviesbureau in Barneveld. Honderden boeren hebben de vergunning voor een nieuwe stal aan hem en zijn collega’s te danken. Tot bij de Raad van State maakt Van Westreenen zich sterk voor zijn klanten. Ook in politiek Den Haag, waar hij zitting heeft in een denktank van de SGP, komt hij voor de landbouw op: „Boeren hebben recht op een duidelijk beleid. Het zijn ondernemers die willen weten waar ze de komende vijf tot tien jaar aan toe zijn. Als die helderheid er maar is, zetten ze zich zeker in voor het milieu, voor dierenwelzijn en voor de kringlooplandbouw die minister Schouten nastreeft. ”

Maar in de praktijk van alledag lopen boeren aan tegen een starre overheid. Die morrelt aan bestaande rechten, houdt vergunningsprocedures voor hypermoderne, dier- en milieuvriendelijke stallen soms langdurig op en verandert maar al te vaak tussentijds de spelregels.

Wat hebt u met boeren?

„Ik ben opgegroeid op het platteland. Mijn vader hield koeien en varkens. Ik ging naar de landbouwschool en deed agrarische vervolgopleidingen. Later ging ik aan de slag bij het toenmalige Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen, het IMAG, in Wageningen. Daar werkte ik mee aan onderzoek naar emissiearme stallen. Ik heb altijd dicht op de boerenpraktijk gezeten. Ook vandaag ben ik nog het liefst op het boerenerf.”

Van onderzoeker via controleur naar adviseur. Hoe kwam u tot die ommezwaai?

„Bij het IMAG was ik op projectbasis in dienst. Dat gaf onzekerheid: het was altijd maar afwachten of er een nieuw project kwam. In 1990 kon ik bij de gemeente Ede in vaste dienst komen. Ik was daar ambtenaar vergunningverlening, primair voor de agrarische sector. Ik deed controles en behandelde ook nieuwe aanvragen. Als zo’n aanvraag dreigde mis te lopen, dan probeerde ik met de boer tot een oplossing te komen. Ik vind dat de overheid daarnaar moet streven. Maar het schuurde tegen advisering aan en dat werd bij de gemeente minder gewaardeerd. Ik vond ook dat de vergunningverlening soepeler moest. Er was destijds overal een enorme achterstand in de behandeling van aanvragen. Milieuclubs waren in opmars en maakten vaak bezwaar als een veehouder wilde uitbreiden. Veel boeren liepen vast bij de Raad van State. Pas in 1994 zorgde de Interimwet ammoniak en veehouderij dat er weer schot in de vergunningverlening kwam. Toen was ik al ondernemer. In 1993 werd ik partner bij bureau Drieklomp in Voorthuizen, waar ik de advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening heb opgezet. Dat onderdeel heb ik later overgenomen en voortgezet onder mijn eigen naam.”

En toen kwam u milieuactivisten tegen?

„Ik stond aan de kant van de boer, dus tegenover hen. Een heel actieve organisatie in die tijd was de Vereniging Milieu-Offensief. Die was opgericht door Volkert van der G., de latere moordenaar van Pim Fortuyn, en Sjoerd van de Wouw, die later bij Wakker Dier aan de slag ging. Ik heb heel wat keren met die twee om de tafel gezeten, in hun kantoortje aan de Droevendaalsesteeg in Wageningen. Dan probeerde ik het met hen op een akkoordje te gooien, zodat ze hun bezwaar zouden intrekken. Een klant van mij wilde bijvoorbeeld met 200 varkens uitbreiden, terwijl ik wist dat een andere boer in de buurt zijn vergunning niet meer gebruikte. Als we nou eens af konden spreken dat die laatste boer zijn vergunning inlevert? Daar had Milieu-Offensief wel oren naar. Je kunt het een beetje zien als voorloper van de latere handel in ammoniakrechten. Die koehandel met milieuactivisten was nou niet bepaald mijn hobby, maar het voordeel was dat mijn klant verder kon, die wilde bouwen maar kreeg pas financiering als de vergunning onherroepelijk was.”

Hebt u zich weleens bedreigd gevoeld?

„Ja, na de moord op Pim Fortuyn in 2002. Die middag ben ik enorm geschrokken. Toen de eerste beelden naar buiten kwamen zei ik: Dat is Volkert! Ik had hem juist die week nog ontmoet tijdens een zitting bij de Raad van State. Het was een heftige tijd met harde acties van dierenactivisten. Die lieten nertsen los en staken pluimveeauto’s in brand. Een paar jaar eerder (in 1996, TR) was milieuambtenaar Chris van de Werken uit Nunspeet vermoord, en nu Fortuyn. Ik besefte dat ik ook weleens op het lijstje zou kunnen staan. De recherche is verschillende keren bij ons op kantoor geweest. Die wist dat ik vaak tegenover activisten stond. Wij waren zo’n beetje de belangrijkste adviseur van de pelsdierhouders in die tijd. De politie raadde mij aan om de media te mijden. Dat heb ik gedaan. Ik kreeg allerlei uitnodigingen, voor talkshows en interviews, maar ik heb alles afgewimpeld, ik wilde me niet in de kijker spelen.”

Waarom zouden activisten het op u voorzien hebben?

„Wij hielpen boeren om vergunningen te krijgen en daarbij zochten we natuurlijk de grenzen van de wet op. Dat frustreerde clubs als Milieu-Offensief, die toch al teleurgesteld waren omdat ze door de Interimwet ammoniak en veehouderij min of meer buitenspel waren komen te staan.”

Hebt u uw tegenstanders later nog ontmoet?

„Van de Wouw een paar keer. Die heeft een enorme draai gemaakt. Hij werd later communicatiestrateeg bij Wakker Dier (waar hij inmiddels niet meer werkt, TR). Die actiegroep benadrukt dat ze niet tegen boeren zijn. Wakker Dier zet supermarkten onder druk om goedkoop vlees uit de schappen te weren en boeren een hogere prijs te betalen voor hun producten. Er zijn nog wel clubs die vergunningen proberen tegen te houden, maar de tijd van harde acties is voorbij. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden naar de politiek. Kijk maar naar de Partij voor de Dieren, die zit al jaren in de Tweede Kamer. Ook de traditionele partijen zijn kritischer over de landbouw dan vroeger.”

Een partij die wel als boervriendelijk bekendstaat, is de SGP. U adviseert de fractie.

„Ik heb zitting in het ondernemersplatform, maar dat is vooral op het mkb gericht. Daarom heb ik me sterk gemaakt voor de vorming van een agrarisch platform. Dat komt een paar keer per jaar bij elkaar. Ook buiten de SGP heb ik contacten. Soms raakt een relatie wat bekoeld, zoals vorig jaar toen Gelderland een verbod op de uitbreiding van de geitenhouderij instelde. De provincie wil voorkomen dat Brabantse geitenhouders de rivieren oversteken. Sommige politici zijn het daarmee eens. Ik niet en dat laat ik ook merken. Dat waardeert niet iedereen. Maar in een rechtsstaat hoor je rechten te beschermen, niet rücksichtslos te blokkeren. Want dat is wat hier gebeurt: boeren kunnen geen gebruik meer maken van hun bestaande rechten. Gelderland doet een sector op slot omdat uit één onderzoek dat in Brabant is uitgevoerd bepaalde risico’s voor de volksgezondheid naar boven zijn gekomen. Maar je kunt dat niet zomaar naar Gelderland doorvertalen. Mijn ervaring is dat als er eenmaal een slot op de deur zit, je het er niet meer af krijgt. Er zou binnen een jaar aanvullend onderzoek komen naar de relatie tussen de geitenhouderij en de volksgezondheid, maar er is nog niets gebeurd. Al die tijd staan de ondernemers weer stil. Gewone burgers zouden het niet accepteren als er zo met hun rechten zou worden omgegaan.”

U bent behoorlijk kritisch op de overheid?

„Ja, want diezelfde overheid laat het afweten als het op concreet beleid aankomt. Kijk maar naar de toekomstvisie die minister Schouten deze maand naar buiten bracht. We moeten naar kringlooplandbouw, maar hoe dat dan vervolgens moet, mag het bedrijfsleven zelf uitzoeken. Maar wel de stok achter de deur: „Als jullie niet opschieten, ga ik ingrijpen.” Boeren zijn ondernemers die behoefte hebben aan duidelijkheid. Ze moeten weten welke kant het overheidsbeleid de komende vijf tot tien jaar op gaat, dan kunnen ze daarop inspelen. Maar die duidelijkheid geeft de overheid niet.”

Dat klinkt nogal verontrustend.

„Laten we wel wezen, er speelt nog een andere agenda: er moeten minder dieren in Nederland komen. Je ziet het in de melkveehouderij, waar transacties van fosfaatrechten 10 procent worden afgeroomd; je ziet het in de varkenshouderij, waar de overheid 200 miljoen euro in een opkoopregeling steekt. Ik kan er cynisch van worden. En kijk ook eens naar wat er bij de droogte van afgelopen zomer is gebeurd: Duitsland helpt zijn boeren, Nederland niet. Of bij de fipronilaffaire vorig jaar: België steunt de gedupeerde pluimveehouders, Nederland laat het afweten.”

Bent u buiten uw werk maatschappelijk actief?

„Ik ben penningmeester bij Trans World Radio, een christelijke organisatie die in moeilijk bereikbare gebieden het Evangelie verspreidt via onder meer de radio. Ik ontmoet daar christenen die het geloof anders vormgeven dan wij gewend zijn. Die samenwerking over kerkmuren heen vind ik mooi. De psalmdichter zegt: Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen die Uw naam ootmoedig vrezen. Laten we kijken naar wat ons als christenen verbindt, niet naar wat ons scheidt. Dat werk voor TWR zie ik als een kleine bijdrage aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Tegelijk helpt het mij om dingen te relativeren. Tijdens een werkbezoek in Kenia ontmoette ik een man in een hutje. Hij bezat niets, maar hij had wel de Heere Jezus leren kennen. Dat was voor hem het allerbelangrijkste.”

En voor u zelf?

„Dan denk ik terug aan het overlijden van onze zoon Auke in oktober 2017. Hij was nog maar 23 jaar. Dat was heel ingrijpend. Het zette mijn leven op z’n kop. Het heeft me ook geestelijk aan het denken gezet. We missen onze zoon nog elke dag. Tegelijkertijd ervaren we Gods goedheid en genade, de ondersteuning van de Heere. In deze weken komt alles weer zo heftig naar me toe. Een jaar geleden was Auke thuis om te sterven. Je komt erachter dat je veel meer op je netvlies hebt dan je dacht. Maar ook dat ik de Heere God dagelijks nodig heb. Daarbij word ik omringd door het gezin, mijn vrouw en kinderen, en ook door geestelijke vrienden. Dat vind ik een weldaad. Door Aukes overlijden ben ik er steeds meer achter gekomen dat één ding nodig is, te weten het eigendom te zijn van de Heere Jezus Christus. Al het andere moet je in het uur van sterven achterlaten.”

We mogen alles voor het aangezicht van de Heere brengen, de moeilijke en de vreugdevolle dingen. Ik moet denken aan twee muziekstukken van Bach, die ik vaak met Auke beluisterde als we op weg waren naar het ziekenhuis: het koraal ”Jesus bleibet meine Freude” en de aria ”Erbarme dich, mein Gott” uit de Matthäus Passion. Vreugde en erbarmen, die twee dingen. Het klinkt vreemd, maar er is ook een vreugdevol sterven, als je op Gods tijd het leven kunt loslaten en zeggen: Het is goed Heere. Zulke gedachten bewaren mij op moeilijke momenten voor opstandigheid. Dat neemt niet weg dat ik vragen houd: waarom Heere? Het kan zijn dat God een tipje van de sluier oplicht, maar het kan ook zijn dat het antwoord blijft liggen voor de eeuwigheid.”

Levensloop Steven van Westreenen

Steven van Westreenen wordt op 23 april 1968 geboren in IJzendoorn. Zijn vader is veehouder, fruitteler en handelaar in steenkolen. Steven volgt een reeks agrarische opleidingen en in de avonduren een cursus milieutechniek. Aanvankelijk is hij onderzoeker, later milieuambtenaar. Vanaf 1993 adviseert hij boeren en bedrijven in de agri-foodbranche op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Van Westreenen trouwt in 1989 met Cornelia Veldhuizen. Ze krijgen zes kinderen. Zoon Auke overlijdt na een ernstige ziekte in 2017. Sinds 2004 woont het gezin in Kesteren. Ze zijn aangesloten bij de hersteld hervormde kerk.