Onzichtbaar maar zeker: een pad

Carriereswitchers
Christel Vels uit Zwolle had een goede baan bij het ministerie van Financiën. „Als je mij drie jaar geleden had voorspeld dat ik mijn baan zou opgeven, en mijn huis, zou ik gezegd hebben: Hebben we het over dezelfde?” Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Haar relaas klinkt als een hedendaagse psalm. „Ik was aan het zwemmen, en God heeft mij een reddingsboei toegeworpen. Ik was Hem kwijt, maar Hij heeft mij omhooggetrokken.” Christel Vels had een goede baan. Maar ze was niet gelukkig. Ze veranderde drastisch van koers. Je zou kunnen zeggen dat ze een carrièreswitch maakte. Alleen vindt ze carrière maken niet zo belangrijk meer.

Een huis heeft ze niet op dit moment. Christel Vels (40) woonde tien jaar lang op een mooie plek in Zwolle, aan het water. Ze zegde de huur op en logeert de laatste twee maanden van dit jaar bij haar ouders in IJsselmuiden. Haar meubels zette ze op Marktplaats; enkele spullen sloeg ze op.

Vels werkte bijna tien jaar lang bij de Domeinen Roerende Zaken, een onderdeel van het ministerie van Financiën. Ze heeft een economisch-linguïstische opleiding aan de heao achter de rug en verdiende goed.

En toch. Het begon te kriebelen, vertelt ze in de woonkamer van haar ouders, waar rode banken staan, en olifantjes in vitrinekasten. „Ik was halverwege de dertig toen ik dacht: Is dit alles? Ik was niet happy op mijn werk, en niet in mijn privéleven. Ja, ik had prachtige vakanties, dat wel.”

Haar gevoel van onbehagen werd versterkt door een reorganisatie, waardoor haar oude functie verdween. Van het werk als accountmanager, dat ze vijf jaar deed –waarbij ze klanten buiten de deur bezocht, presentaties gaf en een spin in het web in de eigen organisatie was– genoot ze. Toen dat in 2004 veranderde in de functie van beleidsmedewerker, ging het minder. „Het was een baan van buiten naar binnen. Ik moest heel erg wennen, kreeg zelfs fysieke klachten. Aan de werkgever lag het niet, hoor. Die was goed.”

Eerst moest ze iets doen aan haar persoonlijke leven, besloot Vels. „En aan mijn geloof. Het christen-zijn straalde niet meer van mij af. Ik was afgedwaald.” In 2006 volgde ze een Alphacursus in haar kerk. „Als je mij toen had voorspeld dat ik mijn baan zou opgeven, en mijn huis, zou ik nog gezegd hebben: Hebben we het over dezelfde?”

Diep dal

Na de Alphacursus wist ze dat het christelijk geloof ook een plek moest krijgen in haar werkende leven. „Maar hoe? Dat zag ik niet. Ik zat op een dood punt. Er kwam een mooi baanaanbod, dat vervolgens niet doorging. Dat was erg teleurstellend. Ik zat in een diep dal.” Ze bezocht een loopbaancoach voor een baanadvies.

Een omslag kwam er toen ze in 2007 voor twee weken naar Uganda ging. Ze verbleef een week in een retraitecentrum: Mto Moyoni, Swahili voor ”rivier in het hart”. „Mensen komen daar tot zichzelf, maar vooral zijn ze er om dichter bij God te komen. Ze nemen hun leven onder de loep. Ik leerde er wat het betekent dat Hij je hart van steen tot vlees maakt. Ik denk dat de nood zo hoog is geweest dat ik aan het zwemmen ben geweest, en dat God mij een enorme reddingsboei toewierp. De week duurde vijf dagen; voor mij ging er een wereld open.” Daarna werkte ze mee in een kinderkamp.

Terug in Nederland praatte ze met haar loopbaancoach. „Ik heb altijd wat met talen gehad, heb economie gestudeerd, heb veel gereisd – zou ik naar het buitenland moeten gaan? Of werk zoeken bij een christelijke organisatie met internationale betrekkingen? Op mijn tiende schreef ik al in een opstel dat ik zendeling wilde worden.” Vels stopt even, lacht. „Of kapster. Zendeling of kapster.”

Ze sprak een man die eveneens in Uganda was geweest. „Hij zei: „Waarom ga je geen discipelschaptraining doen bij Youth with a Mission?” Na twee dagen besloot ik: dit is het. Zo’n besluit neem ik normaal niet zo snel, ik ben nogal kat-uit-de-boomkijkerig.”

Youth with a Mission (YWAM) –in Nederland: Jeugd met een Opdracht– is een internationale organisatie die christenen wereldwijd toerust en inzet voor evangelisatie en hulp op allerlei manieren. Ze biedt onder andere een training aan voor dertigplussers, Crossroads DTS (Discipleship Training School).

Dat laatste, een cursus rond de Bijbel op een kruispunt in je leven, sprak Vels erg aan. „Het betekent dat je drie maanden les krijgt, elke week over een ander onderwerp. Over het kruis, over zonden belijden, over missiewerk, over het vaderhart van God. Na drie maanden ga je twee maanden aan het werk – op outreach noemen ze dat. Dan bezoek je ziekenhuizen bijvoorbeeld, of hindoedorpen. Je kunt zo’n DTS op honderden locaties volgen. Ik koos Californië.”

Toen ging het snel. In november 2007 was Vels teruggekomen uit Uganda. Op 1 januari 2008 had ze een school gekozen. In maart zegde ze haar baan op; half juli had ze haar laatste werkdag.

Dichtbij

Ze begon in september met de opleiding. „Het is de beste beslissing die ik ooit heb genomen”, zegt Vels. Ze vertelt gloedvol en zonder te stoppen. „Ik wist niet dat geloof zo mooi kon zijn. De dingen van de wereld kunnen er niet aan tippen. Ik hoorde tijdens die opleiding in Californië de gelijkenis van de verloren zoon; ik voelde mij de verloren dochter. Ik ben jarenlang keihard een andere kant uit gerend, terwijl God al wachtte. Hij was mij niet uit het oog verloren, maar ik Hem wel. Ik was Hem kwijt, maar Hij heeft mij omhoog getrokken, naar Zich toe. Hij heeft een pad gemaakt waar ik niet eens een pad zag. Ik wist niet dat je God zo persoonlijk kunt ervaren, en dat Hij wil dat wij Hem kennen. Hij staat niet op een afstand, Hij is heel dichtbij.”

Vroeger dacht ze dat het geloof vooral beperkingen gaf. „Nu zie ik dat de geboden in de Bijbel uit liefde zijn gegeven. Zodat wij niet gewond raken en beschadigd worden. Dat weten geeft zo’n opluchting en vrijheid.”

Wij zijn hier met een opdracht, bezig in Gods Koninkrijk, ontdekte Vels. „Hij gebruikt ons als een werktuig. Wij kunnen in materiële dingen verzinken, veel geld uitgeven, en intussen gevangen zitten in zaken die niet belangrijk zijn.”

Voor de twee praktijkmaanden van de opleiding bezocht ze de Fiji-eilanden. „We hebben er onder andere met mensen gebeden in ziekenhuizen en voor de kinderen een vakantiebijbelschool georganiseerd. We deden aan straatevangelisatie. Daarna, in januari, maakten we een vreselijke regenval mee. Zevenduizend mensen zaten zonder huis, het Rode Kruis was er. Opeens zaten we in een rampgebied en konden we onze planning niet uitwerken. De wegen waren afgesloten; plekken waren onbereikbaar. De mannen deden wat kluswerkzaamheden. We probeerden wel mensen te spreken, en toen ontmoette ik er een meisje dat op mij leek. Ze had geloofd, was afgedwaald, maar wilde terug naar de kerk. Ik nam haar mee daarnaartoe.”

Spaargeld

Na haar verblijf in Amerika ging Vels naar Engeland, waar ze drie maanden een Bijbelcursus volgde. „We bestudeerden twaalf Bijbelboeken, in de diepte. We bespraken sleutelverzen, thema’s, de context – we leerden de Bijbel lezen.” In januari vertrekt Vels naar de VS om de cursus af te maken.

En dan? Vels leeft nu van haar spaargeld, maar dat kan niet eindeloos, weet ze. „Ik heb gemerkt dat ik graag vrouwen begeleid, en dat ik iets met het buitenland heb. Op dit moment is het belangrijkste dat God mij leidt in mijn beslissingen. Verder kan ik even niet kijken. Ik kan nu niet solliciteren. Ik moet eerst klaar zijn met een aantal zaken. Nu is de tijd aan God. Hij zal mij de volgende stap laten zien.”

Terugkijkend op haar oude baan zegt ze: „Die periode is mij gegund. Ik ben er gelukkig geweest, en het salaris was ook een zegen: daardoor kan ik dit nu doen. Maar ik denk niet het de bedoeling was dat het geloof op zo’n laag pitje kwam te staan.”

Dat zij zo’n grote stap zette, betekent niet dat die voor anderen ook goed is, meent ze. „De een wordt blij als hij in Afrika zit, de ander heeft zijn taak in Zwolle. Gods plannen zijn groot voor een ieder van ons. Je hoeft niet alles kant-en-klaar te weten. Hij brengt je van A naar B en van B naar C, en slaat niets over, anders zou je een stap missen. Belangrijk is wel je af te vragen: als God een deur opent, ga je er dan ook door?”

Dit is het eerste deel in een serie over mensen die een grote stap zetten in hun loopbaan.


„Mensen maken langgekoesterde dromen waar”

Is dit het of is dit het niet? Blijf ik of ga ik? En als ik weg moet, waarheen dan? Vragen over de keus van het dagelijks werk zijn van alle tijden. De economische crisis zet mensen wel extra tot nadenken aan.

In ‘goede’ tijden overweegt een half miljoen Nederlanders totaal ander werk te gaan doen, bleek enkele jaren geleden uit een studie van onderzoeksbureau Motivaction. Vaak zijn het hoger opgeleiden die daadwerkelijk de stap zetten. Ze zeggen hun mooie baan met leaseauto vaarwel en worden – zeg, bakker. Zoals bedrijfseconoom Menno ’t Hoen in Rotterdam. Hij gaf allerlei zekerheden op om cursussen in Parijs te volgen, en runt nu een goedlopende bakkerij, met Frans brood als specialiteit.

Naast de durfallen die een carrièreswitch maken, zijn er vanwege de recessie nu extra veel mensen die noodgedwongen nadenken over ander werk. Banen verdwijnen, ontslagen vallen; er zijn inmiddels ruim 400.000 werklozen in Nederland. Bevordering van „intersectorale arbeidsmobiliteit” en „brede inzetbaarheid” zijn speerpunten van minister Donner (Sociale Zaken).

Aline van der Marel is adviseur bij het mobiliteitscentrum in Nijmegen. Zo’n centrum –Nederland heeft er 33– is erop gericht mensen die worden bedreigd met ontslag zo snel mogelijk aan nieuw werk te helpen. In de eerste tien maanden van dit jaar hielpen de mobiliteitscentra 10.795 werknemers vanuit hun baan naar ander werk; 81.324 mensen vonden binnen drie maanden na hun ontslag een andere baan.

Wat ziet u bij ontslagen werknemers? Blijven ze in hun oude vak, of kiezen ze iets heel anders?

„Veruit de meeste ontslagen werknemers blijven –in elk geval in eerste instantie– zoeken naar werk dat in het verlengde ligt van wat ze nu al doen. Ik schat dat 5 procent van de werkzoekenden voor iets heel anders kiest.”

Komt een carrièreswitch vaker voor tijdens een economische crisis, of klampen mensen zich juist vast aan oud en vertrouwd?

„Ik denk dat zo’n switch tijdens een economische crisis vaker voorkomt. Bepaalde functies komen definitief te vervallen. Op dit moment zie ik dat veel bij productiebedrijven, en dan vooral voor de functie van operator – dat is iemand die machines bedient of een complete fabriek aanstuurt op computergebied. Men kiest voor efficiënter werken. Minder winstgevende lijnen binnen het fabricageproces worden afgestoten; werkgevers wijken uit naar goedkope arbeidslanden. Het oude en vertrouwde is er gewoon niet meer.”

Welke branches zijn populair voor mensen die een heel ander beroep kiezen?

„Mensen kiezen voor sectoren waarin veel werk is, bijvoorbeeld in de beveiliging, de zorg, het onderwijs. Soms ook zijn het banen die in de lijn liggen van de huidige functie, maar die ze in een compleet andere sector of eigen onderneming gaan uitoefenen. Zo kan een technicus bijvoorbeeld terechtkomen in een ziekenhuis, in plaats van in een productiebedrijf.”

Hoe gaat het financieel als mensen omscholing nodig hebben? Wanneer helpt de overheid?

„Omscholing met behulp van subsidies gebeurt uitdrukkelijk alleen als de scholing de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner maakt, of als er afspraken zijn gemaakt in het sociaal plan met de werkgever.”

Wat is de spannendste switch die u zag?

„Ik ken een operator met belangstelling voor informatietechnologie; privé had hij hier cursussen voor gevolgd. Na zijn ontslag is hij een eigen bedrijf gestart in het reperaren van computers. Zijn ontslagvergoeding heeft hem daarbij geholpen. Verder weet ik van een logistiek planner bij een productiebedrijf die is gestart met een broodjeszaak. Dat wilde hij al heel lang, en de ontslagvergoeding bezorgde hem het startkapitaal om er mee te beginnen. Mensen maken dromen waar die ze al jarenlang koesteren.”