Onmisbare conciërge op basisschool

Werken met een beperking
Harm van Vulpen werkt als conciërge op de Bogermanschool in Houten. beeld RD, Anton Dommerholt

Voordat Harm van Vulpen op de Johannes Bogermanschool in Houten terechtkwam, deed hij geestdodend werk, vindt hij. Nu werkt hij met plezier als conciërge op de basisschool en kunnen de leerkrachten hem niet meer missen. „Als ik ziek ben, hebben ze hier een groot probleem.”

Een prachtige lentemiddag vormt het decor voor een interview op de reformatorische basisschool in Houten. De kleuters spelen op het schoolplein en de oudere kinderen zitten in het klaslokaal. Van Vulpen (47) doet zelf open. Met een twinkeling in zijn ogen. „Welkom, ik weet al waar u voor komt.”

In het Sociaal Akkoord van 2013, heeft het kabinet bepaald dat mensen met een arbeidsbeperking aan het werk moeten worden geholpen. Het gaat om 125.000 werkplekken, die zowel de markt als de overheid invullen. Van Vulpen werkt al sinds 1997 in Houten en verhuisde bij een verplaatsing van de school ook mee.

In de personeelskamer vindt het gesprek plaats, aan een lange, ovale tafel. Bas Dubbeldam, directeur van de school, hint op een bakje koffie en Van Vulpen begrijpt het signaal. „Ik heb het gezet.” Hij brengt de koffie en geeft de melk en suiker er gelijk bij.

Van Vulpen liep in de jaren 90 stage bij een fruitbedrijf. Zijn taak? „Fruit snijden voor ziekenhuizen. Ik sneed alleen te vaak in mijn vingers. Mijn baas zei: Ik vind je een beste kerel, maar het is niet zo fris.”

Vervolgens werkte hij een tijd bij een ander fruitbedrijf, want „ik moest toch wat.” Hier zette hij fruitkisten in elkaar en moest die daarna op pallets opstapelen. „Dat was helemaal geen leuk werk.”

Bas Dubbeldam heeft sinds 1991 de dagelijkse leiding op de school. Op veel scholen worden de kinderen uit de hoogste groep aan het werk gezet om klusjes te doen, stelt Dubbeldam. „Maar dat gaat vaak ten koste van het onderwijs, dat vind ik niet altijd verantwoord. Toch hadden we niet de financiën voor een volwaardige conciërge en gingen we op zoek in ons netwerk. Zo kwamen we bij Harm uit. Hij mag wat bovenop zijn uitkering verdienen.”

Gezelschap

Als deze baan voor Van Vulpen voorbijkomt, aarzelt hij niet. „Ik houd van gezelschap. En ik doe dingen die ik leuk vind.” Zoals? „Stofzuigen en koffiezetten.” Dubbeldam: „Nu breek ik in. Het mooiste vind je het als ik je op pad stuur voor een boodschap.” Van Vulpen geeft het grif toe: „Dat is waar.”

En zo heeft hij nog meer taken: papierprikken, vegen, het schoolplein opruimen, de post verdelen en de container buiten zetten. Ook neemt hij af en toe de telefoon op.

De conciërge geniet van het werken op de school. „Alle leerkrachten staan achter mij. Ze vinden het erg leuk dat ik er ben. Als ik ziek ben, hebben ze een groot probleem.” Dat klopt, lacht Dubbeldam. „Voor een leerkracht vinden we nog wel vervanging, maar voor meester Harm niet.”

Vanwege zijn motorische en verstandelijke beperking kan je niet alle klussen door Van Vulpen op laten knappen, merkte Dubbeldam. „Hij heeft vast omlijnde taken volgens een standaard rooster. Als hij onder druk staat, slaat de stress soms toe. Ook moet de aansturing van één kant komen.”

Dubbeldam en Van Vulpen hebben een goede band. „We plannen rustmomenten in en praten elke middag even bij.”

De situatie is door de jaren heen steeds gewoner geworden, aldus Dubbeldam. „Aan het begin had Harm minder verantwoordelijkheden dan nu. Hij bestelt zelf koffie en belt gerust de vuilnisdienst als de containers niet zijn opgehaald. Maar: kopiëren kun je beter niet aan hem overlaten.”

Verbinding

Van een organisatie vraagt het in dienst nemen van een arbeidsbeperkte werknemer wel wat aan begeleiding. Dat ziet de directeur echter juist als voordeel. „We zoeken als school ook die verbinding. Zo komen er vanuit zorginstelling Reinaerde af en toe mensen met een beperking langs die bijvoorbeeld de was doen. De kinderen van groep 8 voorzien hen dan van drinken en proberen een praatje te maken.”

En op de basisschool is de aanwezigheid van meester Harm een gegeven. „De kinderen zien hem regelmatig het plein schoonvegen.” Dubbeldam heeft tal van anekdotes. „De kleuters denken soms dat meester Harm de directeur van de school is.”

Dat de conciërge bij het team van leerkrachten hoort, spreekt inmiddels voor zich, vertelt Dubbeldam. „Bij de paas- en kerstvieringen zingt hij ook altijd mee in het koor van de personeelsleden. Hij hoort er helemaal bij.”

Onmisbare conciërge op basisschool

Onder andere in het onderwijs moeten banen worden gerealiseerd voor arbeidsbeperkte werknemers. In de sector kan er volgens Dubbeldam van alles gedaan worden voor deze groep. „Altijd in combinatie met een subsidie of uitkering vanuit de overheid.” Zeker bij grote scholen ziet de directeur mogelijkheden. „Onze school is niet de kleinste, maar toch hebben we geen geld voor een fulltime conciërge. Bij scholen met een groter budget zijn er allerlei klussen die gedaan kunnen worden door iemand die op één of andere manier beperkt is. Voor veel taken is geen opleiding nodig.” Hij denkt bijvoorbeeld aan het werk in de tuin. „Die van ons is niet zo groot, maar het werk gebeurt nu door ouders.” Als er maar goed gekeken wordt naar de mogelijkheden van een arbeidsbeperkte werknemer, zegt de directeur. „Met relatief weinig werk heeft iemand een grote rol binnen de school.” Maar: het vraagt een investering. „Wij hebben er profijt van, maar het kost je ook wat. Bij ons slaat de balans door in het voordeel van Harm.”