Ongeboren kalf blijkt vogelvrij

Dit jaar zullen vanwege de aanpak van het fosfaatoverschot in Nederland 160.000 koeien worden geslacht, waaronder duizenden drachtige dieren. De enige wettelijke beperking aan het slachten van drachtige koeien is dat transport in de laatste maand van de dracht verboden is. beeld ANP, Jeroen Horsthuis

Naar schatting 160.000 koeien maken dit jaar vervroegd de gang naar het slachthuis. Duizenden van deze koeien hebben een kalfje in de buik. Die ongeboren kalfjes gaan onherroepelijk dood. Er blijkt geen wet te bestaan die regelt hoe ze aan hun einde moeten komen of hoe het lijden van de dieren kan worden bekort.

Nederland telt te veel koeien. Beter gezegd: alle koeien samen produceren, via de mest, te veel fosfaat. Als er niets gebeurt, krijgen de boeren te maken met strenge milieuregels uit Brussel. Daarom grijpt de overheid in, met steun van de zuivelindustrie en boerenorganisatie LTO. Op 1 maart trad het zogeheten fosfaatreductieplan van staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken) in werking. Een van de onderdelen van dat plan is inkrimping van de veestapel. Dat moet een besparing van 2,5 miljoen kilo fosfaat opleveren, wat overeenkomt met de mestproductie van 160.000 koeien.

Boeren die vrijwillig hun bedrijf beëindigen, krijgen een premie. Zij verlichten namelijk de pijn voor de blijvers. Bedrijfsleven en overheid stellen voor deze zogeheten stoppersregeling samen 50 miljoen euro beschikbaar. Snelle beslissers krijgen een premie van 1200 euro per koe. Een aantrekkelijk bedrag: de eerste intekenronde was op de eerste dag, 20 februari, al meteen vier keer overtekend. Staatssecretaris Van Dam besloot begin deze maand om geld dat voor de tweede en de derde ronde bestemd was, naar voren te halen zodat alle aanvragen kunnen worden gehonoreerd.

Tot nu toe hebben bijna 500 boeren zich voor de stoppersregeling aangemeld. Samen hebben ze dik 40.000 dieren, volwassen koeien plus jongvee. Een boer van wie de aanvraag wordt toegekend, moet zijn dieren binnen zes weken afvoeren naar de slacht, of verkopen voor export.

Koeien krijgen op een melkveebedrijf normaal gesproken ieder jaar een kalf. Dat is nodig om de melkproductie op gang te houden. Gemiddeld is 80 procent van de koeien op een boerderij drachtig, in een al dan niet vergevorderd stadium. De stoppersregeling leidt er dan ook toe dat duizenden koeien met een kalf in de buik in de slachterij terecht zullen komen.

Geen verbod

Het slachten van drachtige koeien is in Nederland, en ook in de rest van de Europese Unie, niet verboden. De enige beperking is een Europese regeling die het transport van hoogdrachtige dieren verbiedt, zegt dierenarts Mark van der Heijden uit Harmelen desgevraagd. Hij is voorzitter van de Vakgroep Gezondheidszorg Herkauwer van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD), de beroepsorganisatie voor dierenartsen in Nederland. „Vervoeren mag niet vanaf het moment dat 90 procent van de draagtijd is bereikt. Koeien dragen negen maanden, dus dat komt ongeveer overeen met de laatste maand. En de eerste week na het kalven is transport ook niet toegestaan.”

In de stoppersregeling is voor koeien die al langer drachtig zijn, een uitzondering gemaakt: die mogen op de boerderij blijven tot een week nadat het kalf geboren is. De grens voor deze uitzondering ligt op 5,5 maanden drachtigheid. „Ons advies is om daar gebruik van te maken. Vanuit het oogpunt van dierenwelzijn zijn wij tegen het vroegtijdig euthanaseren van gezonde drachtige dieren”, zegt Van der Heijden.

Een woordvoerster van het ministerie van Economische Zaken laat weten dat stoppende boeren de grens van 5,5 maanden in acht móéten nemen. „Die koeien moeten tot een week na het kalven op de boerderij blijven, anders vervalt het recht op de premie.”

Op de vraag waarom de grens voor de uitzonderingsbepaling op 5,5 maanden is gelegd, blijft zij het antwoord schuldig. „Deze grens sluit aan bij recente wetenschappelijke discussies in Europa. Veel preciezer kan ik niet zijn.”

Opvallend genoeg is 5,5 maanden hetzelfde als 24 weken. En laat dat nu ook de grens zijn die in Nederland geld als uiterste voor een toegestane abortus provocatus bij de mens. Toeval? „Er is gekeken naar de situatie van de koe, niet die van de mens”, stelt de woordvoerster van EZ.

Ophef

Het slachten van drachtige koeien heeft de laatste jaren al herhaaldelijk tot ophef geleid. In juli 2015 zendt de Duitse televisiezender ARD een documentaire uit waarin dierenartsen stellen dat ongeboren kalveren in slachterijen een „verstikkingsdood” lijden die wel twintig minuten duren kan. De dieren gaan dood nadat ze, gehuld in de nog gesloten baarmoeder, uit de gedode koe zijn gehaald. Volgens de documentaire worden er in Duitsland jaarlijks 180.000 drachtige koeien geslacht.

In Nederland stelt fractieleider Thieme van de Partij voor de Dieren Kamervragen. Een paar maanden later, in december, dient Thieme met steun van ChristenUnie-Kamerlid Dik-Faber een motie in waarin de regering wordt opgeroepen een einde te maken aan het slachten van drachtige koeien. De motie krijgt alleen de steun van SP, PVV, D66, GroenLinks en de groep Kuzo/Öztürk –te weinig om aangenomen te worden.

In diezelfde maand wordt er in Nederland voor het eerst een veehouder door de rechter veroordeeld voor het toebrengen van pijn en letsel aan een ongeboren kalf. Dierenmishandeling dus. Het proces, dat diende bij de Rechtbank Noord-Nederland, was gestart na overleg tussen de boer en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA houdt toezicht op de slachterijen: elke koe wordt vóór het slachten door een dierenarts van de NVWA beoordeeld. De NVWA wilde met het proefproces duidelijkheid krijgen over wat nu precies wel en niet is toegestaan. Volgens de rechter zijn veehouders zelf verantwoordelijk voor het aanbieden van (hoog)drachtige koeien. Ze kunnen hun verantwoordelijkheid dus niet afschuiven op de keurmeesters van de NVWA.

Hoewel er dus jurisprudentie is, heeft de uitspraak volgens Bert van den Berg, programmamanager veehouderij bij de Dierenbescherming, geen praktische gevolgen gehad. De discussie over het slachten van drachtige koeien loopt al vele jaren, zegt hij. Normaal gesproken komt het weinig voor. „Een boer insemineert (kunstmatige bevruchting, TR) zijn koeien niet om die met kalf en al te laten slachten.” Maar bij grootschalige slacht is het onvermijdelijk dat drachtige koeien aan de slachthaak belanden. „Dat speelde in 2001 bij de ruimingen om verspreiding van de mond- en klauwzeer te voorkomen. En nu met het fosfaatreductieplan speelt het weer. Door dat plan moeten er dit jaar 160.000 koeien worden afgevoerd. Daar zitten geheid drachtige dieren tussen.”

Een kwalijke zaak, vindt Van den Berg. „Zolang het om zieke of gewonde drachtige dieren gaat, is het nog te billijken om die naar de slachterij te brengen. Maar je praat nu over gezonde dieren. Wij hadden liever gezien dat de melkveestapel in Nederland geleidelijk zou worden ingekrompen. Boeren zouden dan de tijd hebben om alleen niet-drachtige koeien te selecteren voor de slacht.”

Hoe denkt Van den Berg over het doden van ongeboren kalveren? „Ethisch gezien vinden wij dat een dier geen wegwerpartikel is. Als er snel zuurstof bij het ongeboren kalf komt, kan dat tot bewustzijn komen en ondergaat het de verstikkingsdood. Slachterijen zijn er niet blij mee. Ik heb met VION (Nederlands grootste slachterijconcern, TR) gesproken en dat wil geen drachtige koeien slachten. Maar het is duidelijk dat het toch gaat gebeuren. Als het hoogdrachtige koeien betreft, vinden wij dat die geëuthanaseerd moeten worden.”

VION slacht zo’n 120.000 runderen per jaar. Een woordvoerster bevestigt dat het concern het beleid heeft om geen drachtige koeien te accepteren. „Dat vinden we ethisch niet verantwoord. We spreken dat ook zo af met de boeren.”

Toch is het niet uitgesloten dat er drachtige koeien worden aangeboden, erkent zij. „Je ziet het niet altijd aan de buitenkant. Als de keurmeester constateert dat een koe drachtig is, spreken we de betrokken boer daar op aan.”

Als er onverhoopt ongeboren kalveren tijdens het slachten op de band terechtkomen, hoe gaat VION daar dan mee om? „We proberen het lijden van zo’n kalf zo snel mogelijk te laten ophouden. Het is heel vervelend als zoiets gebeurt”, zegt de woordvoerster.

Overigens is VION volgens haar niet betrokken geweest bij de voorbereiding van het fosfaatreductieplan. Ook bij de vaststelling van de grens voor de slacht van drachtige koeien (5,5 maanden) heeft het bedrijf geen inspraak gehad. „Het zou goed zijn als dat in het vervolg bij zulke maatregelen wel gebeurt.”

Zoals gezegd houdt de NVWA toezicht op de slachterijen. De inspecteurs doen dat zowel bij de aanvoer als tijdens de slacht. Het aanvoeren van drachtige koeien is niet strafbaar, bevestigt een woordvoerder van de NVWA. „Behalve van dieren die 90 procent of verder gevorderd zijn in de dracht. Deze mogen volgens de Europese Transportverordening niet vervoerd worden. Bij overtreding treden wij op.”

Als een inspecteur op de slachterij een hoogdrachtig dier aantreft, maakt hij een verklaring op. Vervolgens krijgt de betrokken veehouder bezoek. Vorig jaar gebeurde dat 266 keer (zie tabel). Veehouders die zich niet aan het vervoersverbod voor hoogdrachtige dieren houden, krijgen eerst een schriftelijke waarschuwing. Bij herhaling volgt er een boete van 1500 euro. In 2016 gaf de NVWA 212 schriftelijke waarschuwingen en legde ze 15 boetes op.

In de eerste helft van 2017 zal de toezichthouder strenger optreden, meldt de woordvoerder. „Nu krijgt een boer al meteen bij de eerste overtreding een boete.”

Eerdergenoemde uitspraak van de rechtbank heeft bij de NVWA niet geleid tot een andere aanpak rond het slachten van drachtige koeien. Volgens de woordvoerder is het wachten op onderzoek door de Europese voedselautoriteit EFSA „naar de impact van slacht voor de foetus en het advies hoe hiermee om te gaan.”

In haar antwoord op de Kamervragen van PvdD-leider Thieme uit september 2015 verwees de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken, Dijksma, ook al naar dat EFSA-onderzoek. Om dat onderzoek is in augustus van dat jaar gevraagd door vier lidstaten van de Europese Unie: Duitsland, Denemarken, Zweden en Nederland.

Een van de vragen die de landen stellen is of een ongeboren kalf pijn lijdt als het, nog gehuld in de baarmoeder, uit de moederkoe wordt gesneden. Deskundigen zijn het daar niet over eens, stellen de landen in een toelichting op hun verzoek. Sommige wetenschappers denken dat het dier niet bij bewustzijn is zolang het niet aan de buitenlucht wordt blootgesteld. Het zou dan ook geen pijn ervaren. Anderen wijzen er echter op dat, zeker als de dracht al in een later stadium is gekomen, de hersenstam van het ongeboren kalf wel degelijk prikkels ervaart.

De vier landen vinden dat de huidige praktijk, waarbij slachterijen op advies van de eerste groep wetenschappers het ongeboren kalf in de baarmoeder laten totdat het is doodgegaan, herzien moet worden. Er moeten „passende verdovings- en dodingsmethoden” komen voor „foetussen van geslachte moederdieren in de kritieke fase van de dracht.”

Het rapport van het EFSA-onderzoek is overigens uitgesteld. De organisatie verwacht het eind mei gereed te hebben.

Geen registratie

Op de vraag hoeveel drachtige koeien er in Nederland worden geslacht, kan niemand een antwoord geven. „Dat wordt niet geregistreerd”, meldt de NVWA-woordvoerder. Dat het vaker gebeurt dan de ruim 260 gevallen waarin rapport wordt opgemaakt, lijkt echter wel zeker. Er is geen reden om aan te nemen waarom Nederland zou afwijken van omringende landen. De Duitse documentaire noemde voor het eigen land een aantal van 180.000.

En afgelopen oktober publiceerde de Franse dierenrechtenorganisatie L214 een gruwelijke video die in het geheim door een medewerker van een slachthuis in de Franse stad Limoges is gemaakt. Daar worden wekelijks duizend runderen geslacht, waaronder zeker vijftig drachtige koeien. De video verwijst naar EFSA-studies in Duitsland, Italië, België en Luxemburg waaruit zou blijken dat 10 tot 15 procent van de ter slacht aangeboden koeien drachtig is.