Nieuw huwelijksvermogensrecht raakt hypotheekrenteaftrek

Het huwelijksvermogensrecht is veranderd.  beeld Sjaak Verboom

Stellen trouwen sinds 1 januari standaard in beperkte gemeenschap van goederen. Dit had aanvankelijk onbedoelde effecten op de post ”eigen woning” in de inkomstenbelasting.

Deze effecten zouden bijvoorbeeld kunnen optreden als partners samen een nieuwe woning kopen, terwijl een van beiden een zogeheten eigenwoningverleden heeft. Ik zal dit toelichten aan de hand van een voorbeeld.

Stel: een belastingplichtige heeft een woning gekocht voor 300.000 euro en de aankoop gefinancierd met een even grote aflossingsvrije lening (de eigenwoningschuld). Na verloop van tijd verkoopt hij of zij de woning voor een hoger bedrag, stel: 350.000 euro. De gerealiseerde winst van 50.000 euro wordt toegevoegd aan de zogenaamde eigenwoningreserve. Op het moment dat deze belastingplichtige een nieuwe woning koopt, voor bijvoorbeeld 400.000 euro, en opnieuw een lening afsluit, is er in beginsel door de toepassing van de eigenwoningreserve over 50.000 euro geen hypotheekrenteaftrek mogelijk.

Indien de oorspronkelijke lening voor 1 januari 2013 was afgesloten, geldt ter zake van de nieuwe lening daarnaast een overgangsregeling. Op basis daarvan mag voor de toepassing van de hypotheekrenteaftrek de oorspronkelijke eigenwoningschuld worden voortgezet. Dit betekent dat de nieuwe lening ook voor fiscale doeleinden aflossingsvrij mag zijn tot het bedrag van de oorspronkelijke lening, in dit geval 300.000 euro.

Persoonsgebonden

De hierboven genoemde eigenwoningreserve en de mogelijkheid om (deels) aflossingsvrij te blijven lenen, is in beginsel persoonsgebonden. Dit heeft gevolgen als een belastingplichtige trouwt in een beperkte gemeenschap van goederen en samen met de partner een nieuwe woning koopt waarvan beiden voor de helft eigenaar worden en waarvoor ze gezamenlijk een lening afsluiten. Hij of zij kan dan de eigenwoningreserve en de toepassing van het overgangsrecht niet automatisch voor de helft toerekenen aan de partner. Dit heeft effect op de omvang van de hypotheekrenteaftrek, bijvoorbeeld omdat een deel van de nieuwe lening niet kwalificeert als een eigenwoningschuld. Voor dat deel geldt de renteaftrek dan niet.

De staatssecretaris van Financiën vindt dit ongewenst en heeft onlangs goedgekeurd dat onder bepaalde voorwaarden het eigenwoningverleden van beide partners bij helfte wordt verdeeld om daarna de individuele eigenwoningschuld en het eigenwoningverleden te bepalen. Een van de voorwaarden is dat de partners de eigen woning aankopen en financieren in een gelijke verhouding (50-50). Daarnaast moeten zij beiden een beroep doen op de goedkeuring in de aangifte inkomstenbelasting. De gekozen verdeling mag daarna niet meer worden herzien of worden teruggedraaid in een later belastingjaar. De goedkeuring geldt met terugwerkende kracht vanaf belastingjaar 2013.

Een belangrijke kanttekening bij deze goedkeuring is dat ook de duur van de renteaftrek (in beginsel 30 jaar) aan de partner wordt overgedragen. Als al een deel van de 30-jaarsperiode is verstreken, kan dit nadelige gevolgen hebben omdat er voor het leningdeel van de partner dan geen nieuwe 30-jaarsperiode aanvangt.

De auteur is werkzaam bij BDO Belastingadviseurs. Reageren? fiscaal@refdag.nl