Nederland staat in Europa alleen met pulsvisserij

Pulsvisserij
beeld ANP, Sander Koning

Europa wil geen pulsvisserij. Dat is woensdag in Straatsburg heel duidelijk geworden. Dat de helft van de Nederlandse pulsvloot uitstel van executie krijgt, doet daar niets aan af.

Eerst de feiten. Onderhandelaars van de Europese lidstaten, het Europees Parlement en de Europese Commissie zijn het woensdag eens geworden over de toekomst van pulsvissen. Dat is een in Nederland ontwikkelde nieuwe techniek waarbij vissen die op de zeebodem leven met elektrische stroomstootjes worden opgeschrikt, zodat ze omhoog zwemmen, het net in.

Vissen met elektriciteit was in Europa al verboden, maar met een speciale ontheffing van Brussel kon er toch (tijdelijk) mee geëxperimenteerd worden. Nederland telt 84 vergunninghouders. De helft daarvan mag in het kader van een overgangsregeling tot 1 juli 2021 door blijven vissen. De vergunningen van de andere 42 lopen dit jaar af, op de eerder aan de vergunning gekoppelde einddatum. Voor de eerste kotters is dat al begin april. Er komen geen nieuwe vergunningen.

Zodra de nieuwe wetgeving ingaat –waarschijnlijk per 1 juni aanstaande– mogen los van het bovenstaande, kotters voor wetenschappelijk onderzoek met de pulskor vissen. Per onderzoeksproject gaat het om zes schepen. En als dat onderzoek uitwijst dat de pulsvisserij geen kwaad doet aan het milieu, flora en fauna, dan kán de Europese Commissie met nieuwe voorstellen komen.

Een muizengaatje, zo is dat laatste door de visserijsector ontvangen. Maar ook niet meer dan dat. En of het ooit zover komt, is onzeker. Want het woensdag bereikte onderhandelingsakkoord is pas definitief als het voltallige Europees Parlement én de Raad van Visserijministers zich er in maart achter scharen.

In beide instellingen slijpen de tegenstanders de messen. Er zijn europarlementariërs die aan de overgangsregeling willen morrelen. Vorig jaar nog stemde het voltallige parlement voor een onmiddellijk totaalverbod op de pulsvisserij. En de lidstaten? De meeste daarvan hebben geen belangen op de Noordzee en al helemaal niet bij de pulsvisserij. En grootmacht Frankrijk, dat zelf een verouderde vissersvloot heeft en maar al te graag de oren laat hangen naar de lobby van extremistische milieuactivisten, is faliekant tegen.

Eigenlijk zijn het alleen Nederlanders die hun kotters naar puls hebben omgebouwd, ten koste van een investering die per schip oploopt tot 300.000 euro. De paar Duitse en Belgische pulskotters zijn zogeheten vlagschepen: geregistreerd in dat land, maar eigendom van Nederlandse vissersfamilies.

Het is te danken aan de grote inzet van een paar mensen op sleutelposities dat er woensdag nog iets positiefs uit de onderhandelingen is gesleept: europarlementariër Peter van Dalen (ChristenUnie-SGP), die als schaduwrapporteur van de visserijcommissie aan de onderhandelingen deelnam, andere Nederlandse europarlementariërs die hun fracties probeerden te bewerken, de vissers en hun vertegenwoordigers en natuurlijk visserijminister Schouten en haar ambtenaren.

De „trieste waarheid” (aldus Van Dalen) is dat geen visserijmethode zo goed onderzocht is als de pulsvisserij. Jarenlang hebben tientallen schepen meegewerkt aan het verzamelen van gegevens. Het internationale onderzoeksinstituut ICES concludeerde al dat de pulsvisserij beter is dan de bestaande vangstmethoden.

Visserijvertegenwoordigers spreken van een slechte uitkomst. Leugens en emoties hebben het gewonnen van de wetenschap, stellen zij. Hoe je het ook wendt of keert: het verbod staat. Daar kan de sector de toekomst niet mee in.

Er is de komende tijd veel gedoe te verwachten. Scheve ogen op de vloot, waar niemand op zit te wachten. Vissers suggereren al om de resterende vergunningen tot 2021 met elkaar te delen. Of dat mogelijk is, zal minister Schouten duidelijk moeten maken. Volgende week komt ze met een brief naar de Tweede Kamer.