Nedco gewilde werkplek voor jongeren met een beperking

Werken met een beperking
Jan Willem Kasbergen (l.) vouwt platen van acrylaat bij Nedco in Nieuwerkerk aan den IJssel. Rechts zijn baas Klaas van de Wetering. beeld RD, Anton Dommerholt
2

„Bij ons bedrijf zijn 25 van de 80 werknemers op de één of andere manier beperkt”, zegt Klaas van de Wetering. Hij is hoofd productie en logistiek van groothandel Nedco in Nieuwerkerk aan den IJssel. „De meesten lopen heel hun leven tegen die beperking aan. Maar als je hier komt, val je niet meer op.”

Al pratend laat Van de Wetering het productieproces van de groothandel zien. „Ons bedrijf heeft zich sinds 1986 gespecialiseerd als een producent in kunststoffen, ook maken we alles op ventilatiegebied. Roosters voor badkamers waar de lucht doorheen komt verkopen we, maar ook de slang van de kraan naar de wasmachine.

In 1996 kreeg het bedrijf voor het eerst de vraag om iemand met een ‘rugzak’ als stagiair aan te nemen. Van de Wetering: „We dachten: waarom niet?” In 2001 volgde een stageplaats voor een meisje met het syndroom van Down. „Op die manier werden we bekend bij scholen en kregen we stagiairs structureel aangeboden vanuit het onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen.”

Inzet

Inmiddels komt het gros van het personeel van Nedco dan ook van het speciaal onderwijs. „Als de scholieren veertien of vijftien jaar zijn komen ze een dag per week, het jaar daarna twee. We geven ze een stageplek en werken naar een arbeidsovereenkomst toe. Dat is altijd de inzet.”

Nedco is een gewilde werkplek onder de jongeren, merkt Van de Wetering. „Dat ze beperkt zijn, wordt hen heel hun leven ingewreven, links en rechts. Hier werkt personeel met verschillende soorten verstandelijke beperkingen. De jongeren weten zelf dat ze anders zijn. Maar als je hier komt, val je niet meer op. Een collega zei eens tegen mij: „Hier kan ik mijzelf zijn, want er lopen er nog meer rond als ik.”

Van de Wetering loopt door een grote ruimte, waar zo’n tien mensen hard aan het werk zijn. Jeanne van der Elst kijkt op van haar werk. „Vandaag pak ik folderbakken in. Maar dat doe ik het liefst niet de hele week, ik houd wel van een beetje afwisseling. Ik kwam binnen met mijn stage en werk hier nu vier dagen. In oktober werk ik hier al tien jaar.”

Normale baan

Bij de groothandel blijven, net als Van der Elst, veel werknemers met een beperking lang werken. Dit komt volgens Van de Wetering omdat ze hetzelfde worden behandeld als andere werknemers. „Dat geeft ook de bevestiging dat ze een normale baan hebben. We zien ze ook als collega’s. Natuurlijk heeft de één een schop onder z’n kont nodig en de ander een aai over zijn bol. Je moet deze werknemer tactisch benaderen. Ook geven we ze ruimte om te groeien. We beginnen bij iedereen onderaan, met stickers plakken. Daarna kijken we waar ieders plafond ligt. Voor elke werknemer hebben we passende klussen.

„Kan ik achterlangs?”, vraagt Van de Wetering aan een werknemer. Zijn heftruck verspert de weg. Hij draait de heftruck een kwartslag en loodst zijn bezoek verder, naar een hal waar platen van acrylaat, een soort kunststof, gevormd worden tot verkoopbare producten zoals displays. Jan-Willem Kasbergen vouwt deze platen, zodat het standaarden worden. „Ik heb eerst het folie van de platen afgehaald en nu leg ik het op verwarmingsdraden, zodat ze zacht worden. Kijk, deze is net klaar.” Hij haalt de plaat van het draad af en duwt ’m een machine in.

Kasbergen werkt nu acht jaar bij Nedco. „Ik ben als parttimer begonnen. Eerst zat ik thuis, en toen ben ik blijven hangen. Het werk is goed zo.” Hij gaat gauw weer aan het werk.

„Financieel kosten werknemers met een beperking ons niets extra”, zegt Van de Wetering. „Elk bedrijf zou dit dus kunnen doen. De werknemer wordt aan het begin van het arbeidscontract gekeurd door het UWV of door de gemeente. Deze instanties bepalen welke loonwaarde de werknemer heeft, hoeveel procent werk geleverd wordt ten opzichte van een niet-beperkte werknemer. Als dat bijvoorbeeld 50 procent is, hoef je als bedrijf ook maar 50 procent loon uit te keren. De overheid betaalt de rest.”

Dit vraagt wel wat van het bedrijf. „Natuurlijk moet je dit communiceren, bijvoorbeeld met leidinggevenden en werknemers die zich afvragen waarom zij meer moeten presteren dan ander personeel.”

Uiteindelijk betaalt het investeren in werknemers met een beperking zich uit, vindt Van de Wetering. „Bij verschillende werknemers weet je dat ze op hun 20e komen en op hun 67e pas weer weggaan. Als ze zich thuis voelen, vertrekken ze niet zomaar. Dat is pas een verantwoorde investering.”

Banenafspraak komt nog niet van de grond

In 2013 heeft het kabinet een Sociaal Akkoord gesloten. Daarin is vastgelegd dat markt en overheid 125.000 banen moeten creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Klaas van de Wetering, Hoofd productie en logistiek bij groothandel Nedco, ziet voldoende mogelijkheden voor de sector. „Je kan best kijken naar wat de werknemer wel kan, in plaats van naar wat hij niet kan.” Toch constateert Van de Wetering dat het in de praktijk bij veel van deze bedrijven nog niet van de grond komt. „De minister heeft gezegd dat je 5000 euro boete krijgt als je geen arbeidsbeperkte aanneemt. Ik ken groothandels die deze boete gewoon accepteren. Ook zijn er bedrijven die alle subsidies incasseren en na twee jaar de werknemer de laan weer uitsturen.” Sancties opleggen vindt Van de Wetering daarom niet zinvol. „De directie moet uitdragen dat het mensen met een beperking aanneemt en dat zij waardevol zijn voor het bedrijf. Alleen dan krijg je het hele bedrijf mee in die verandering.”

serie Werken met een beperking

Deel 3 in een serie artikelen over werken met een beperking.