„Mijn dochter weet niet anders dan dat ik met MKZ bezig ben”

MKZ
Protest tegen de ruiming van duizenden gezonde koeien, varkens, schapen en geiten in Kootwijkerbroek, voorjaar 2001. Een handjevol boeren houdt tot op de dag van vandaag vol dat er nooit MKZ in het dorp is geweest. Na 18,5 jaar procederen nadert de ontknoping.  beeld RD, Henk Visscher
2

Na 18,5 jaar nadert de juridische strijd over de rechtmatigheid van de MKZ-ruimingen in Kootwijkerbroek van 2001 zijn ontknoping. De laatste zitting bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) leverde woensdag geen nieuwe feiten op, wel emoties.

Weer zaten ze woensdagmiddag in de rechtszaal: vijf (voormalige) boeren uit Kootwijkerbroek die volhouden dat er in 2001 geen mond-en-klauwzeer (MKZ) in het dorp is geweest. Al 18,5 jaar zijn ze gewikkeld in een juridisch steekspel met de overheid, die destijds besloot om 240 boerderijen te ruimen. Ten kostte van 60.000 gezonde koeien, varkens, schapen en geiten.

Het is deze keer echt de allerlaatste zitting, daar is iedereen van overtuigd. De sfeer is gemoedelijk. Als blijkt dat er voor de twee partijen, hun advocaten en adviseurs te weinig zitplaatsen zijn, sleept iedereen met stoelen, inclusief de drie raadsheren van het CBb. Voorzitter mr. R.R. Winter zegt dat hij de touwtjes strak in handen houdt: „Op 13 mei hebben we de hele dag gespendeerd aan het doornemen van de zaak. We gaan de discussie niet nog eens overdoen.”

Eigenlijk had die maandag in mei al het slotakkoord moeten zijn. Maar de rechters bleven met een paar vragen zitten en heropenden het onderzoek. De door hen benoemde deskundigen –viroloog Ab Osterhaus en de microbiologen Ann Vossen en Bert Niesters (UMCG)– schreven daarop een aanvulling op hun in mei besproken rapport.

Jacques Sluysmans, advocaat van vier boeren, leest daarin dat het ministerie „er niet in is geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat er wel sprake was van een besmetting met MKZ.” Daarom moet het CBb het ministerie terugfluiten. Ook moet de overheid de proceskosten van de boeren vergoeden. Sluysmans raamt die voor zijn cliënten gezamenlijk op 120.000 euro.

Zijn collega Theo Linssen, die de vijfde veehouder bijstaat, rekende voor dat de boeren ook recht hebben op 15.500 euro schadevergoeding omdat de wettelijke termijn voor afronding van hun bezwaren fors is overschreden.

Al in mei stelden de deskundigen dat de laboratoriumtest waarmee het toenmalige ID-Lelystad MKZ vaststelde, aan alle kanten rammelde. De zitting dinsdag leverde geen nieuwe feiten op. Formeel buigt het CBb zich over de vraag of het ministerie de laatste bezwaarschriften van de boeren terecht heeft afgewezen. De vraag is of de rechters zich ook zullen uitspreken over het primaire ruimingsbesluit uit 2001. De boeren hopen dat wel. Namens de overheid wees advocaat Marije Batting die mogelijkheid ronduit af.

In de zaal ontstond enig rumoer toen Batting uitlegde waarom ID-Lelystad bij een latere dierproef, die de MKZ-besmetting moest bevestigen, slechts één proefdier had gebruikt. „Het is niet ethisch om meer proefdieren te doden voor hetzelfde resultaat”, zei ze. Deskundige Ab Osterhaus vond die opmerking niet kies „aangezien er (in 2001, TR) zoveel dieren zijn geruimd.”

Veehouder Gert Jan Dokter, sprak een emotioneel slotwoord. „Allerlei herinneringen komen boven. Eerst de geruchten dat er iets mis was, toen monsternemers in het dorp, het bericht dat er een dier besmet was en daarna de ruimingen. Maar er werd in Kootwijkerbroek niet één dier meer ziek. We hebben gesmeekt of ze met ruimen wilden wachten op een tweede geval. Brinkhorst (toenmalig minister van Landbouw ,TR) wilde er niet van weten.

Mensen zagen hun levenswerk vernietigd. We hebben zelfs het Europese Hof van Justitie in moeten schakelen om feiten boven water te halen. Mijn dochter van 18 weet niet anders dan dat ik met MKZ bezig ben.

De schade was groot, ook voor bedrijven in de 10-kilometerzone (die niet geruimd zijn, maar wel langdurig met allerlei beperkingen te maken hadden, TR). Ik hoop dat het ministerie daar nog eens met ons naar wil kijken.”

Het CBb doet uiterlijk 7 januari 2020 uitspraak.