Migranten sturen recordbedrag naar thuisland maar armoede blijft

Na een aardbeving in Noord-Marokko in 2004 stuurden landgenoten uit Nederland tonnen euro’s aan steun.  beeld AFP, Abdelhak Senna

Migranten zullen eind dit jaar 409 miljard euro naar familie en vrienden in het land van herkomst gestuurd hebben. Ondanks dit hoge bedrag hebben deze zogeheten remittances of geldtransfers weinig tot geen positieve invloed op de armoedige toestand van het thuisland. In Brussel werd vorige week het startschot gegeven om dat te veranderen.

De wereld telt op dit moment in totaal één miljard migranten, het hoogste aantal in de geschiedenis. Zo’n 258 miljoen hiervan hebben een plek gevonden in het buitenland terwijl 760 miljoen binnen de grenzen van het eigen land blijven.

Slechts 35 procent van alle internationale migratie gebeurt van het zuidelijk halfrond naar het noordelijk halfrond. Het merendeel, 100 miljoen migranten, beweegt zich tussen landen ten zuiden van de evenaar. Dat blijkt uit cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

Nuance

Die miljoenen migranten sturen elk jaar geld naar huis. Dit jaar zal dat bedrag wereldwijd goed zijn voor 409 miljard euro. Dit cijfer behoeft nuance. In een land als België is 38 procent van alle remittances bestemd voor buurland Frankrijk en 4 procent voor Luxemburg. De landen Senegal, Congo, Rwanda en Bangladesh zijn samen goed voor minder dan één procent van het totale bedrag aan transfers.

Toch is 409 miljard euro driemaal het bedrag dat jaarlijks wereldwijd uitgegeven wordt aan ontwikkelingshulp. „Indien remittances een land was mocht het zetelen in de G20”, merkt Valéry Paternotte droogjes op.

Paternotte is handelsingenieur bij het Belgische Réseau Financité, een netwerk van organisaties die zich inzetten voor solidariteit in de financiële wereld. Hij is één van de experts die zich vorige week tijdens een conferentie in het Brussel boog over de vraag hoe remittances kunnen bijdragen aan duurzame ontwikkeling. Want net dat blijft ondanks decennia hulp in de meeste ontwikkelingslanden ijdele hoop.

De 5,6 miljard euro die jaarlijks Marokko binnenstroomt is even belangrijk voor de economie daar als de gehele fosfaatsector of het toerisme. De 7,9 miljard euro die de zes miljoen leden van de Congolese diaspora naar het thuisland zenden, zijn goed voor het dubbele van het nationaal budget.

Wereldwijd zijn remittances een onmisbare bron van inkomsten voor 750 miljoen mensen. Onderzoek in 71 ontwikkelingslanden geeft bovendien aan dat een stijging van 10 procent in remittances leidt tot een daling van 3,5 procent van het aantal mensen dat moet leven met minder dan één dollar per dag.

Andere studies tonen aan dat remittances de eerste hulp zijn die gebieden bereiken bij natuurrampen of epidemieën. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de ebolacrisis in Sierra Leone en de recente aardbeving in Nepal.

Niet geïnvesteerd

Maar tot échte ontwikkeling leiden ze vooralsnog niet. „Eén van de belangrijkste obstakels is dat het ontvangen geld niet geïnvesteerd maar uitgegeven wordt”, zegt Valéry Paternotte. „dat is helemaal te begrijpen. In de minst ontwikkelde landen heeft minder dan een kwart van de volwassenen toegang tot een eenvoudige bankrekening. Het geld wordt onder de matras bewaard. Dat is een heel praktische, maar heel belangrijke drempel om te investeren in de lokale economie.”

Volgens Paternotte zijn klassieke banken niet geïnteresseerd om filialen neer te poten in ontwikkelingsgebied. Laat staan in landbouwgebied in die ontwikkelingslanden. En al zeker niet voor sociale projecten zoals scholen, ziekenhuizen en coöperatieve bedrijven. Die leveren te weinig rendement op.

Daarnaast blijken veel migrantengemeenschappen ook niet goed met geld te kunnen omgaan. Pedro de Vasconcelos werkt voor het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling, een VN-agentschap in Rome. Hij ziet het meeste heil in financiële vorming en geeft het recente voorbeeld van een Filippijnse gemeenschap in Italië.

Geen nee zeggen

„We kwamen erachter dat migranten om de haverklap uit het thuisland gebeld werden voor geld en geen nee konden zeggen”, vertelt hij. „Dat is eigen aan de cultuur. Het was werkelijk een openbaring voor velen van hen toen we hen duidelijk maakten dat je mag en kan weigeren.

Toen begonnen ze te sparen. Tweehonderd op elke duizend euro. Dat is veel. Het spaargeld werd geïnvesteerd in het thuisland. Van drie boerderijen voor legkippen gingen ze snel naar vijf. Op Facebook volgde de diaspora alles wat er thuis gebeurde.”

Verschillende investeerders keerden na het succes van het project terug naar het thuisland. „Omdat ze zien dat daar nu iets mogelijk is. Dat er werk kan gecreëerd worden. De Filippijnse regering is nu aan het kijken hoe dit project over het hele land verspreid kan worden, om met behulp van de diaspora echte economische groei te verwezenlijken.”

Remittances kunnen dus een rol spelen in het tegengaan of omkeren van migratie. Maar om dat te bereiken mag volgens agronoom Jean-Jacques Schul van de Belgische ngo IDAY een belangrijke factor niet uit het oog verloren worden: de betrokkenheid van de plaatselijke overheid.

Vicieuze cirkel

„Remittances dragen een risico”, aldus Schul, „dankzij het geld uit het buitenland hoeft de overheid niet te luisteren naar haar burgers want die stellen het goed zonder hun steun. Zonder een regering die naar haar burgers luistert ziet niemand een toekomst in eigen land en vertrekt men. Het is een vicieuze cirkel.”

De oplossing? Bij alle transfers naar het zuidelijk halfrond moeten de burgermaatschappij en de overheid gestimuleerd worden om samen te werken. Schul: „Zorg voor een beleid waarin remittances dienen om samen met de overheid projecten op te starten. Als er ontwikkelingshulp komt, zorg er dan voor dat burgerbewegingen kunnen controleren waar dat geld naartoe gaat. Dat is nu allerminst het geval.”

Alleen bij een samenwerking tussen burgerbeweging en overheid zal er duurzame verandering ontstaan, denkt Schul. „Nobelprijswinnaars Amartya Sen en Angus Deaton verkondigen dit al jaren, waarom luisteren we niet?”