Melkveehouder Ruitenbeek: Voor het geld moet je geen boer worden

PUTTEN. Melkveehouders zijn volgens het CBS vaak ”miljonair”. Maar dat zegt volgens Bert Ruitenbeek uit Putten niets over hun inkomen. beeld André Dorst

Nee, miljonair voelt Bert Ruitenbeek uit Putten zich niet. Formeel is hij het niet eens, want de meeste grond die hij in gebruik heeft, is gepacht. Wel plaatst de melkveehouder een duidelijke kanttekening bij de CBS-cijfers van dinsdag. „Voor het geld moet je geen boer worden. Boer zijn is een manier van leven.”

De meeste van de ruim 106.000 miljonairs in Nederland komen uit de agrarische sector: bijna 13.000, zo maakte statistiekbureau CBS dinsdag bekend. Vooral melkveehouders lijken ruim in de slappe was te zitten. Althans, die conclusie zou je op het eerste gezicht kunnen trekken.

bills-496229_1920Landbouwers aan kop miljonairslijst

De cijfers vertellen echter niet het hele verhaal. Het CBS wijst er al op dat agrariërs een groot deel van hun vermogen in hun onderneming hebben zitten, onder andere in grond. Daar zit hem nou net de kneep. Die grond is in het vrije economische verkeer weliswaar veel geld waard, maar ze kan niet te gelde worden gemaakt zolang het bedrijf voortbestaat.

Bert Ruitenbeek (48) heeft een melkveehouderij in Putten. Een echt gezinsbedrijf is het: iedereen steekt er van tijd tot tijd de handen uit de mouwen. Echtgenote Geerta (50) net zo goed als de kinderen Alette (19) en Jan (16). En ook vader Jan (76) is nog vrijwel dagelijks op de boerderij te vinden.

Met 90 melkkoeien en een krappe 40 hectare land, waarvan 4,5 hectare in eigendom, is het een bedrijf van gemiddelde omvang. Die grond is zo’n 60.000 tot 70.000 euro per hectare waard. Tel er de waarde van de bedrijfsgebouwen bij op, inclusief de nieuwe stal die negen jaar geleden is gebouwd, en je praat over een behoorlijk vermogen. Maar vermogen is geen inkomen. En dus kan een „rijke” boer zelfs wel moeten schrapen om rond te komen.

Ruitenbeek weet ervan. „Vorig jaar was de melkprijs erg laag, toen draaiden we verlies. Momenteel ontvangen we zo’n 40 cent per liter en gaan we de goede kant weer op. Het is altijd hard werken, zeseneenhalve dag in de week, terwijl je gemiddeld genomen minder verdient dan een werkman.”

De grondprijzen zijn de laatste decennia schrikbarend gestegen. „In mijn jeugd kocht je een hectare grond voor 20.000 gulden. Nu wordt er in sommige streken al 100.000 euro voor betaald”, zegt Ruitenbeek.

Zelf zal hij momenteel geen extra grond kopen. De financiële ruimte die er is heeft hij nodig om fosfaatrechten aan te schaffen, een systeem waarmee de overheid het mestoverschot in de melkveehouderij wil terugdringen. Ze worden volgend jaar ingevoerd.

Ruitenbeek: „Ik schat dat wij voor 25 tot 30 koeien fosfaatrechten moeten kopen, want onze stal is op de groei gebouwd. Naar verwachting gaat het om een investering van 6000 euro voor één melkkoe. Het duurt zeker tien jaar voordat we dat terugverdiend hebben.”

Intussen piekert hij er niet over om te stoppen. „Boer zijn is een manier van leven. Ik hoop dat ik net als mijn vader op mijn oude dag nog op deze boerderij mag rondscharrelen. Gelukkig wil onze dochter het bedrijf in de toekomst overnemen. Als het financieel haalbaar is en er is perspectief op een gezonde bedrijfsvoering, dan wordt zij mijn opvolger.”

Boeren laten bij de overdracht van het bedrijf aan hun zoon of dochter meestal behoorlijk geld in het bedrijf zitten. Dat moet wel, zegt Ruitenbeek. „De waarde in het economisch verkeer kun je niet rekenen. Dan is het voor de opvolger onhaalbaar.”