Meebetalen aan de studie van je kind

Een vierjarige opleiding kost ongeveer 40.000 euro. beeld ANP, Koen Suyk

Nu het nieuwe studiejaar is begonnen, zullen veel gezinnen zich beraden op de vraag hoe die opleiding moet worden bekostigd en wie dat allemaal gaat betalen.

Studeren is een kostbare aangelegenheid geworden sinds de basisbeurs is afgeschaft, en elk studerend kind geeft weer extra druk op de gezinsbegroting. Daarbij maakt het een groot verschil of de opleiding gevolgd wordt in de nabije omgeving, of in een stad aan de andere kant van het land die het noodzakelijk maakt het ouderlijk huis te verlaten. Niet alleen moet de kamerhuur dan worden bekostigd, ook qua levensonderhoud gaat het dan om meer dan een bord meer of minder op tafel.

Volgens de meest gangbare berekeningen heeft een uitwonende student een maandelijks budget nodig van 1100 euro, hoewel daar wel het een en ander op valt af te dingen. Als ouder zou ik persoonlijk niet graag meebetalen aan een vaste maandelijkse kostenpost van 80 euro voor persoonlijke verzorging of 144 euro voor sport, ontspanning en uitgaan. Bovendien vervallen de kosten van 55 euro voor vervoer zodra een ov-kaart wordt aangevraagd, en dekt de zorgtoeslag doorgaans de goedkoopste basisverzekering.

Zo verandert het rekensommetje aanzienlijk en kom je uit op een eindbedrag dat praktisch is gehalveerd. Het collegegeld (van circa 2000 euro per jaar) is dan echter nog niet meegenomen, net zomin als kosten voor boeken, excursies en ander studiemateriaal. Al met al kost een vierjarige opleiding voor een uitwonende student ongeveer 40.000 euro, hoewel dat bedrag veel lager uitvalt voor wie tijdens de opleiding thuis blijft wonen.

Er zijn ouders die koste wat kost willen voorkomen dat hun kind een studieschuld opbouwt. Daar valt veel voor te zeggen, hoewel je dat beladen onderwerp ook rationeel kunt bekijken. Zelf had ik na het behalen van mijn diploma een schuld van ruim 20.000 gulden, die ik in korte tijd wist weg te werken. Ouders zouden hun pas afgestudeerde kind daarom ook kunnen aanbieden om het eerste jaar na de opleiding weer thuis te komen wonen –of nog even thuis te blijven wonen– zonder kostgeld te berekenen. Op deze wijze kunnen pas afgestudeerden hun volledige nettosalaris benutten voor het terugbetalen van de schuld.

Wie verstandig is, begint al bij de geboorte van het eerste kind te sparen, met de aantekening dat het opgespaarde bedrag later natuurlijk ook kan worden ingezet voor het volgen van een vakopleiding, het opzetten van een eigen bedrijf of de aankoop van een woning. Ook mooi is het dat steeds meer grootouders voor elk kleinkind een aparte rekening openen met daarop een startbedrag voor later. De meeste banken hebben daarvoor inmiddels al een speciale voorziening in het leven geroepen met aantrekkelijke voorwaarden.

In veel gevallen zal het eerste jaar van de studie samenvallen met het vieren van de achttiende verjaardag. In die situatie zouden ouders ook kunnen besluiten om het kind gedurende de gehele opleiding op de gezinspolis te laten staan en het de zorgtoeslag te laten houden. Dat bedrag is natuurlijk niet toereikend voor het voltijds volgen van een opleiding, maar het is wel alvast een mooie maandelijkse toelage van bijna 100 euro waarmee een thuiswonende student een heel eind kan komen.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl