Marktkooplui bezorgd over vergunning

Marktkraam in Rotterdam met verschillende soorten kaas. beeld iStock

Markthandelaren maken zich grote zorgen over de beperkte looptijd van veel standplaatsvergunningen.

„Welke ondernemer durft nog te investeren als hij niet de garantie heeft dat hij over twee jaar nog een verkoopplek heeft?”, zegt voorzitter Henk Achterhuis van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH).

Nieuwe Europese wetgeving verplicht gemeenten een bepaalde duur te stellen aan vergunningen die worden verstrekt. Uit onderzoek van de CVAH blijkt dat het standplaatsen- en vergunningenbeleid sterk verschilt per gemeente. De geldigheidsduur van een vergunning voor een vaste standplaats varieert van één tot tien jaar. De meest voorkomende vergunningsduur is vijf jaar.

Veel marktkooplieden beschouwen een vergunning met een korte duur als een bedreiging. „Zij vrezen dat in één klap weg kan zijn wat zij in veelal tientallen jaren hebben opgebouwd. Zij investeerden jarenlang in de markt en een vaste klantenkring, deden hun best om goed personeel op de standplaats te krijgen, zorgden voor een goede exploitatie en zijn bang dat dit allemaal voor niets is geweest”, zo staat in het onderzoeksrapport ”Schaarse vergunningen op de markt”, dat de CVAH de afgelopen week aan staatssecretaris Mona Keijzer aanbood.

Het rapport schetst onder meer hoe de situatie handelaren onzeker maakt over langetermijninvesteringen in bijvoorbeeld een verkoopwagen. Ook zouden banken niet altijd meer leningen willen verstrekken en is bedrijfsopvolging moeilijk. De onderzoekers hebben berekend dat de meeste marktkooplieden in alle redelijkheid investeringen terug kunnen verdienen bij een vergunningsduur van vijftien jaar, ook wanneer door omstandigheden één marktdag per week zou vervallen.

De kwestie is een gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn voor een vrij verkeer van diensten in de Europese Unie. Die is na een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in januari vorig jaar ook van toepassing verklaard voor detailhandel en ambulante handel en daarmee voor lokale vergunningen. Overeenkomsten voor onbepaalde tijd, zoals de meeste gemeenten die aan markthandelaren verstrekten, zijn niet meer mogelijk.

Op initiatief van de leden Chris Stoffer (SGP) en Martin Wölsdörfer (VVD) vroeg de Tweede Kamer staatssecretaris Keijzer vorig jaar over de kortlopende standplaatsvergunningen te overleggen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Inmiddels heeft de VNG een handreiking voor gemeenten gepubliceerd die vooral ingaat op de juridische aspecten.

De CVAH houdt de komende maanden bijeenkomsten voor leden om haar onderzoek te bespreken en met elkaar na te gaan welke gemeenten een goed standplaatsen- en vergunningenbeleid hebben. „Deze voorbeelden kunnen worden gebruikt om bij voorkeur samen met gemeenten een leidraad op te stellen met tips en suggesties bij de inrichting van een vergunningstelsel en voor het onderbouwen van de vergunningsduur”, reageerde de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer.