Koopwoningen vliegen weg

beeld ANP, Lex van Lieshout
2

De woningmarkt draait op volle toeren. In het eerste kwartaal werden 10 procent meer huizen verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar, terwijl de gemiddelde verkoopprijs met 8,8 procent steeg. Het aanbod te koop staande woningen is vergeleken met het dieptepunt van de crisis in 2012/2013 inmiddels meer dan gehalveerd.

Dat blijkt uit cijfers die makelaarskoepel NVM vandaag naar buiten bracht. De bij de NVM aangesloten makelaars, samen goed voor pakweg driekwart van de markt, hebben minder dan 79.000 woningen te koop staan. Dat is bijna een derde minder dan een jaar geleden. Vooral bij appartementen is het hard gegaan. Vier jaar geleden stonden er nog bijna 170.000 woningen te koop.

Voorzitter Ger Jaarsma vindt dat het nieuwe kabinet zich moet inspannen om jaarlijks 80.000 nieuwbouwwoningen te realiseren, met name in en rondom de steden. „Ik vind dat het Rijk en de gemeenten proactiever hun rol moeten oppakken. Beleggers, ontwikkelaars en makelaars staan te trappelen om er een succes van te maken”, zei hij in Amsterdam bij de presentatie van de cijfers over het eerste kwartaal.

De bouw van nieuwe woningen zit wel in de lift, maar het gaat volgens Jaarsma nog veel te traag. In de laatste vier kwartalen werden in heel Nederland 32.000 nieuwbouwwoningen te koop gezet, vooral in de Randstad, maar dat is „bij lange na” niet genoeg om aan de vraag te voldoen.

NVM-makelaars verkochten de afgelopen drie maanden een kleine 39.000 woningen. Het aantal transacties in de totale markt raamt de organisatie op ruim 50.000. Woningen staan steeds minder lang te koop: op dit moment gemiddeld 77 dagen. Begin 2016 was dat nog 108 dagen, vier jaar geleden 169. Bijna twee op de drie woningen die te koop komen, hebben binnen drie maanden een nieuwe eigenaar.

Gemiddeld bracht een woning bij verkoop in het eerste kwartaal 248.000 euro op. De prijzen stijgen nog steeds, maar minder hard dan in de vorige vijf kwartalen. Vergeleken met de laatste drie maanden van 2016 bedroeg de stijging 1,1 procent.

Volgens Jaarsma is in vrijwel alle regio’s sprake van hogere verkoopprijzen dan een jaar eerder. De grote steden lopen daarbij voorop. Amsterdam spant de kroon met een plus van ruim 20 procent. In delen van Noord-Nederland en in Zeeuws-Vlaanderen stijgen de prijzen echter nauwelijks of is er sprake van een lichte prijsdaling.

Wie nu een huis wil kopen, kan gemiddeld kiezen uit zes woningen. De regionale verschillen zijn echter zeer groot, stelt de NVM. In Groningen, Amsterdam, Utrecht en de Zaanstreek hebben kopers de keuze uit minder dan drie huizen. „Daar is sprake van zeer krappe woningmarkten met een groot tekort aan aanbod”, zei Jaarsma.

Het nieuwe kabinet moet vooral rust brengen op de woningmarkt, vindt de NVM. Dat betekent onder meer niet te veel morrelen aan de leennormen en stevig inzetten op nieuwbouw. Jaarsma wil ook meer investeringen in infrastructuur, om het woon-werkverkeer te verbeteren en krimpgebieden weer aantrekkelijker te maken.