Italië vormt risico voor nieuwe eurocrisis

Corona
De Italiaanse premier Giueseppe Conte overlegt via een videoverbinding met Brussel. beeld EPA, Filippo Attili

Italië was binnen de eurozone toch al het zorgenkind. Nu behoort het ook nog eens tot de landen die het zwaarst getroffen worden door de uitbraak van het coronavirus. De gevolgen voor de economie zullen waarschijnlijk dramatisch zijn, met het gevaar van een nieuwe eurocrisis. Enkele vragen.

Eurocrisis? Waar hebben we het dan ook alweer over?

We gaan terug naar 2010. Als gevolg van de bankencrisis, die in het najaar van 2008 in alle hevigheid losbarstte, en de daaropvolgende recessie was het begrotingstekort in Griekenland totaal ontspoord. Beleggers haastten zich om hun staatsobligaties te verkopen, uit angst dat Athene deze schulden niet meer zou aflossen. De rente knalde omhoog. De Griekse overheid kon niet langer kapitaal aantrekken op de financiële markten. Andere lidstaten en de Europese Unie moesten gedurende enkele jaren met enorme noodleningen te hulp schieten om een faillissement van het land en het uiteenvallen van de muntunie af te wenden.

Toen reeds bestond de vrees dat de problemen zouden overslaan naar andere delen van Zuid-Europa, waaronder Italië. Dan praten we over een economie die qua omvang die van Griekenland ver overtreft. Eventuele reddingsoperaties daarvoor zullen dus veel en veel duurder zijn.

Hoe staat Italië er in economisch opzicht voor?

Niet best; en dat is niet iets van vandaag of gister. De groei bedroeg in de periode 2013-2018, toen elders de zon volop scheen, jaarlijks gemiddeld slechts 0,5 procent. Hervormingen om de bedrijvigheid aan te jagen, bleven uit. De laatste tijd balanceerde het land al op de rand van een recessie en die zal nu keihard toeslaan. Het heeft binnen het eurogebied na Griekenland de hoogste staatsschuld, bijna 140 procent van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl volgens de Europese spelregels de grens ligt bij 60 procent. De regering kwam de afgelopen jaren voortdurend in botsing met Brussel omdat zij onvoldoende bezuinigde om het begrotingstekort terug te dringen. Zij had voor 2020 een negatief saldo voorzien van 2,2 procent, niet ver van de toegestane 3 procent. En dat bij een tot enkele weken geleden internationaal gunstige conjunctuur. Door de huidige ontwikkelingen dreigt het tekort te ontploffen.

En dan komt een nieuwe eurocrisis dichtbij?

Grote kans dat Italië dan niet meer zelf zijn uitgaven kan financieren. Voordeel is wel dat we geleerd hebben van de eerdere situatie rond Griekenland. De Europese Centrale Bank (ECB) bijvoorbeeld treedt nu snel en daadkrachtig op. Half maart schoot de Italiaanse tienjaarsrente omhoog naar 3 procent; overigens nog ver onder het hoogtepunt van 7,5 procent tijdens de vorige crisis. De ECB reageerde meteen door de geldsluizen wagenwijd open te zetten en slaagde erin met zwaar geschut de markten voorlopig te kalmeren.

Dankzij de ervaringen met Griekenland beschikken we vandaag de dag ook over het zogeheten Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM), een instrument dat we toen nog moesten uitvinden. Dat is een noodfonds met daarin honderden miljarden euro’s om eurolanden die in financiële moeilijkheden verkeren met leningen de helpende hand te reiken.

Wat houdt de aanpak van de ECB concreet in?

President Christine Lagarde kondigde op 18 maart ’s avonds laat –wat duidt op de urgentie– een aanvullend programma van 700 miljard euro aan voor het opkopen van obligaties. Daarmee komt het totale bedrag dit jaar uit boven de 1000 miljard. Door vraag naar staatspapier van Italië, daalt de rente voor dat land. Verder weten premier Giuseppe Conte en zijn kabinet dat er dus altijd een partij is om hun schuld uit de markt te nemen. Eigenlijk zegt de ECB: zoveel als nodig, want verdere uitbreiding sluiten de monetaire beleidsmakers in Frankfurt niet uit en bestaande beperkingen, die een limiet stellen aan het percentage van de leningen van een lidstaat uit de eurozone dat de centrale bank mag opkopen, worden desnoods terzijde geschoven. Het lijkt op een herhaling van wat voormalig president Mario Draghi in 2012 verzekerde: „Whatever it takes” (koste wat kost), we zullen de euro redden.

Italië wil ook financiële steun door te putten uit het ESM en door de uitgifte van eurobonds. Waarom ligt dat moeilijk?

Noordelijke landen, met Nederland en Duitsland voorop, vinden het vroeg om nu al geld uit het ESM te halen. Bewaar dat voor als de situatie verder verslechtert, zeggen zij. Bovendien schrijven de regels van dat noodfonds voor dat aan de leningen voorwaarden worden verbonden, bijvoorbeeld afspraken om in de toekomst de overheidsfinanciën op orde te brengen, en dat wil Italië niet.

Eurobonds, in dit specifieke geval aangeduid als coronabonds, zijn gemeenschappelijke obligaties van de eurolanden. Uitgifte daarvan is altijd een politiek heikel punt geweest en is nog nooit toegepast. De zuidelijke partners zouden ervan profiteren doordat zij, dankzij een lage rente, goedkoper uit zijn, maar het noorden voelt er weinig voor –dat wordt ook nu benadrukt– om op die manier garant te staan voor een deel van de schuld van de lidstaten rond de Middellandse Zee.