Huizenkoper kan de helft nog steeds aflossingsvrij lenen

Column Gerhard Hormann
Aflossingsvrij lenen is relatief goedkoop.  beeld ANP, Lex van Lieshout

De aflossingsvrije hypotheek is stilletjes aan een comeback bezig. Is dat een probleem? Sinds ik me bezighoud met het onderwerp hypotheken, stuit ik voortdurend op misverstanden.

Zo zijn er mensen die oprecht menen dat ze niets hoeven af te lossen op hun aflossingsvrije hypotheek. Of ze denken ten onrechte dat de schuld na de looptijd van dertig jaar als vanzelf verdwijnt. Ook wordt nogal eens gedacht dat je altijd een boete krijgt wanneer je tussendoor extra aflost of vermogensbelasting moet gaan betalen wanneer de woning niet langer onderpand is van de bank.

Door gerichte overheidscampagnes en media-aandacht neemt de bewustwording bij de consument steeds verder toe. De praktijk leert echter dat daar telkens weer andere misverstanden voor in de plaats komen, zodat consumenten financiële beslissingen blijven nemen op basis van achterhaalde feiten; regels die niet langer van kracht zijn of adviezen die door economische ontwikkelingen hun waarde hebben verloren.

Zo menen veel huizenbezitters en aspirant-kopers dat aflossingsvrije hypotheken niet langer mogen worden verstrekt. Op 1 januari 2013 werden nieuwe regels van kracht die een einde maakten aan de ongebreidelde groei van hypotheekvormen die uitnodigden tot risicovol gedrag of die oneigenlijk gebruik maakten van de regels. Het versimpelde het landschap en betekende het einde van de spaarhypotheek die een kleine dertig jaar eerder werd bedacht om maximaal te profiteren van de hypotheekrenteaftrek.

Sindsdien worden er vooral lineaire hypotheken en annuïteitenhypotheken verstrekt, ook omdat de gedachte heeft postgevat dat aflossingsvrije hypotheken niet langer zijn toegestaan. In werkelijkheid kan echter nog steeds de helft van de waarde van de te financieren woning aflossingsvrij worden geleend.

In de nieuwe belastingregels die in 2013 van kracht werden, verviel het recht op hypotheekrenteaftrek wanneer gekozen werd voor een hypotheekvorm waarbij niet vanaf de eerste dag wordt afgelost. Die bepaling leek destijds voldoende om het gedrag van aspirant-kopers de juiste kant op te sturen, want voor een hypotheek met een looptijd van tien jaar betaalde de consument in 2013 nog ongeveer 5 procent rente.

In het kielzog van de nieuwe regels werd een daling van de hypotheekrente ingezet die tot de dag van vandaag aanhoudt. Het zou interessant zijn om nog eens met alle betrokkenen terug te blikken op deze maatregel. Want ik denk niet dat iemand toen rekening heeft gehouden met de huidige, absurd lage rentepercentages. Feit is dat het argument hypotheekrenteaftrek geen enkele rol meer speelt bij een variabele rente van 0,8 procent.

Om die reden wint de aflossingsvrije hypotheek de laatste tijd weer aan populariteit, deels op basis van dezelfde argumenten waarmee hij destijds zo grif van de hand ging. Uiteindelijk is het de goedkoopste hypotheekvorm met de laagste maandlasten, zeker wanneer er gedurende de eerste jaren inderdaad niets wordt afgelost. Op die manier verhoog je als consument je leencapaciteit en druk je de maandlasten. Zo komt iets wat we achter ons dachten te hebben gelaten via de achterdeur toch weer het toneel op.

De auteur is publicist. Reageren? hormann@refdag.nl