Handelsoptimisme zet Wall Street hoger

De aandelenbeurzen in New York zijn woensdag met aardige koerswinsten gesloten. De hoop op een handelsdeal tussen China en de Verenigde Staten bood steun aan het sentiment op Wall Street. De handelsgesprekken tussen Washington en Peking worden donderdag hervat. Verder verwerkten beleggers de notulen van de Federal Reserve, waaruit bleek dat de Amerikaanse centrale bank meer economische risico’s ziet.

De Dow-Jonesindex eindigde 0,7 procent hoger op 26.346,01 punten. De brede S&P 500 won 0,9 procent tot 2919,40 punten en de technologiegraadmeter Nasdaq steeg 1 procent tot 7903,74 punten.

China zou nog altijd open staan voor een gedeeltelijke overeenkomst met de regering-Trump, ook nadat de VS meer Chinese bedrijven en instellingen op de zwarte lijst hadden gezet waardoor zij geen Amerikaanse technologie meer kunnen kopen. Als teken van goede wil zou Peking bereid zijn meer Amerikaanse landbouwproducten aan te schaffen. Wel zou China minder toegevend zijn geworden door de toevoegingen aan de zwarte lijst van de VS.

Aandelen die doorgaans gevoelig zijn voor handelsperikelen zoals machinemaker Caterpillar en autobouwer Tesla profiteerden van het optimisme met plussen tot 1,9 procent. Chipbedrijven als Nvidia, Micron Technology, Intel en Advanced Micro Devices (AMD) wonnen tot 2 procent. Techreus Apple ging 1,2 procent vooruit en softwareproducent Microsoft boekte een winst van 1,9 procent.

Verder was er aandacht voor medisch concern Johnson & Johnson (J&J). Dochteronderneming Janssen werd veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 8 miljard dollar. Het bedrijf had zijn reclame voor antipsychosemedicijn Risperdal niet op tieners mogen richten. J&J verloor 2 procent.

Het aandeel Fitbit noteerde vlak. Het bedrijf had bekendgemaakt de productie van al zijn fitnesstrackers en smartwatches uit China weg te halen om zo de Amerikaanse importheffingen op goederen van Chinese makelij te ontlopen. Jeansmaker Levi Strauss kwam met kwartaalcijfers en werd 7,5 procent lager gezet.

De euro was 1,0974 dollar waard, tegen 1,0979 dollar in Europa. Een vat Amerikaanse olie kostte iets meer op 52,64 dollar. Brentolie steeg 0,1 procent in prijs tot 58,30 dollar per vat.