Gerhard Hormann over zuinig leven

Column Gerhard Hormann
beeld ANP, Lex van Lieshout

Vorige week werd ik weer eens gebeld door een journalist in het kader van een artikel over het verlagen van de vaste lasten.

Dat gebeurt dus wanneer je ooit een boek hebt geschreven over het versneld aflossen van hypotheken: dan sta je voor altijd te boek als een consuminderaar die elke week alle folders uitpluist op zoek naar de beste aanbiedingen en die elk jaar van zorgverzekeraar verandert. In werkelijkheid moet ik me steeds vaker in allerlei bochten wringen voor een zinnige reactie en diep in mijn geheugen graven op zoek naar bruikbare bezuinigingstips.

Toen wij in november 2008 besloten om korte metten te maken met onze aflossingsvrije hypotheek, kozen we voor een zeer zuinige levensstijl met als doel om elk jaar zo veel mogelijk geld over te houden. Dat is een strategie die ik iedereen kan aanraden, omdat wat mij betreft ruimschoots is bewezen dat die vruchten afwerpt. Bij wijze van proef adviseer ik mensen altijd om eerst eens een maand lang alleen geld uit te geven aan brandstof en aan boodschappen.

Dat is voor ieder gezin een leerzame ervaring, wat het doel ook is en onder welke omstandigheden men ook leeft. Na die maand kan iedereen namelijk antwoord geven op ten minste twee vragen. De eerste luidt: hoeveel geld blijft er na dertig dagen over wanneer het inkomen louter wordt besteed aan basisbehoeften? De tweede is wat meer filosofisch van aard en heeft vooral betrekking op de vraag welke invloed het heeft op je gemoedstoestand wanneer je een tijd lang sober leeft.

De uitkomst zal voor iedereen verschillend zijn, maar vaststaat dat de meeste huishoudens na die maand meer geld –en soms zelfs véél meer geld– over blijken te houden dan vooraf gedacht. Een dergelijk experiment dwingt mensen namelijk ook om eens een kritische blik te werpen op de inhoud van hun wekelijkse boodschappenkarretje. Bij basisbehoeften gaat het om levensmiddelen, en niet om luxeartikelen als chips, frisdrank, snoep, koekjes, rookwaren, bier en wijn.

Ook de autokeuze komt tijdens een dergelijke proefperiode in een heel ander licht te staan. Bij elke tankbeurt blijkt weer of er gekozen is voor een zo zuinig en praktisch mogelijk model of voor snelheid en status. Grote gezinnen hebben een grote auto nodig, maar op het moment dat alle kinderen zijn uitgevlogen speelt dat argument niet langer. Zelf rijd ik nu bijvoorbeeld in een tweedehands exemplaar waarvan de verzekering slechts een tientje per maand kost en de wegenbelasting het dubbele.

Tegenover journalisten benadruk ik altijd dat zuinig leven in ons geval een middel was en geen doel op zich. Wie fanatiek spaart om de hypotheek versneld af te lossen, kan weer heel andere keuzes maken zodra die mijlpaal is bereikt. Met een afgelost huis en een auto die goedkoop is in gebruik hoef je niet langer iedere euro twee keer om te draaien of te beknibbelen op kleding, restaurantbezoek en vakanties.

Wie echter voor langere tijd bewust omgaat met zijn geld zal zich geleidelijk aan ook bewust worden van het feit dat een ander consumptiepatroon veel duurzamer is. Op een gegeven moment ben je niet alleen bezig met zuinig leven, maar spring je als gevolg daarvan ook veel zuiniger om met de aarde en de grondstoffen die hij ons te bieden heeft. Dan besef je ten volle dat soberheid niets met geld te maken heeft, maar alles met mens-zijn en met het leiden van een goed leven.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl