Gerhard Hormann over tweede huizen

Column Gerhard Hormann
beeld ANP

Onlangs werd ik gebeld door een journalist voor een telefonisch interview over het onderwerp vakantiehuizen. Dat was in dubbel opzicht opmerkelijk.

Zo bleek de verslaggever in kwestie in Rome te wonen, zodat hij zelf helemaal geen behoefte had aan een tweede huis in een zonnig land.

Het laat ook zien dat steeds meer freelancers in principe genoeg hebben aan een laptop en een internetaansluiting om hun werk te kunnen doen.

Wel moet je er bij een dergelijke levensstijl voor waken dat je niet het contact verliest met de actualiteit in je moederland. Wie elke ochtend wakker wordt in de hoofdstad van Italië weet niet automatisch welke zaken er spelen op meer dan 1500 kilometer afstand en zal de discipline moeten opbrengen om elke dag online een paar Nederlandse kranten door te spitten. Maar zelfs dan is de psychologische afstand groot, al was het maar omdat we hier mopperen op de regen terwijl daar de zon volop schijnt.

Heel actueel was zijn belletje dan ook niet, want het boek dat ik schreef over tweede huizen dateert alweer uit 2004. Niet alleen leefden we toen in een andere wereld (waarin de kredietcrisis zich nog moest aandienen), zelf verkeerde ik ook in een heel andere levensfase met heel andere wensen en behoeften. Het beantwoorden van vragen over een dertien jaar oud boek laat zich dan ook het beste vergelijken met het onvoorbereid maken van eindexamenopgaven Duits op havoniveau. Desondanks wist ik me aardig te redden, ook al omdat er in de kern niet zo heel veel veranderd is.

Toen ik in de jaren negentig een vakantiehuisje kocht, hoopte ik mij, als Randstedeling met een fulltimebaan en een dagelijks terugkerende martelgang in de file, daarmee te verzekeren van voldoende vrijheid, rust en ruimte. De eerste jaren werkte dat ook precies zo. Als ik op dinsdagmorgen weer eens in een verkeersopstopping belandde, troostte ik mezelf met de gedachte dat we vrijdag in de auto zouden stappen op weg naar ons huisje in de gemeente Staphorst. Een weekend duurt gevoelsmatig veel langer wanneer je dat elders doorbrengt, en van wifi of internet op je mobiele telefoon had niemand toen nog ooit gehoord.

Een oud-klasgenoot die destijds werkte als officier van justitie omschreef dat fenomeen als „tijd kopen.” Door in het weekend weg te gaan naar je tweede huis dwing je jezelf om letterlijk afstand te nemen van je werk, terwijl je aan de andere kant juist meer tijd doorbrengt in gezinsverband. De zaterdagse boswandeling was een rustpunt in een druk leven met een overvolle agenda.

Tegelijk laat de aankoop van dat vakantiehuis zien hoe slecht je als mens bent in het voorspellen van je toekomstige wensen en behoeften. In het achterhoofd van de 38-jarige journalist die de sleutels van het vakantiehuisje in ontvangst nam, zat namelijk ook het idee om er ”later” gebruik van te gaan maken. Na mijn vroegpensioen zouden we er weken achtereen kunnen verblijven om er elk weekend onze drukbezette kinderen en kleinkinderen te ontvangen.

In werkelijkheid is de VUT al lang afgeschaft, zit ik zelf nog dertien jaar van mijn officiële AOW-datum af en wordt ons vakantiehuisje permanent verhuurd aan derden.

Heel benieuwd dus wat die verslaggever uit Rome van die opeenvolging van misverstanden en misplaatste verwachtingen heeft weten te maken.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl