Gerhard Hormann over de woekerpolis

beeld ANP, Lex van Lieshout

Het is vandaag een historische dag, al moet ik er meteen aan toevoegen dat deze datum alleen voor ons gezin enige betekenis heeft.

Wat voor de buurman waarschijnlijk zomaar een vrijdag is, is voor mij de einddatum van onze oudste hypotheek. Strikt genomen loopt deze pas morgen af, maar de aflosnota heb ik al in de brievenbus ontvangen. Met deze nota gaat er een streep door een openstaande hypotheekschuld die oorspronkelijk een kleine 41.000 euro bedroeg, maar die ik de afgelopen jaren met tussentijdse stortingen al had teruggebracht tot ruim 29.000 euro.

Grootste probleem van onze oudste hypotheek is dat ik met mijn 25 jaar feitelijk te jong was om haar af te sluiten. Tussen mijn papieren kwam ik een berekening tegen van de tussenpersoon voor een degelijke annuïteitenhypotheek, maar uiteindelijk bezweek ik voor zijn bezwerende woorden dat we „maximaal moesten profiteren van de hypotheekrenteaftrek.” Gewone spaarhypotheken bestonden nog niet, dus het werd een traditionele levenhypotheek.

Zulke leenvormen worden al lang niet meer verkocht, maar het komt erop neer dat je tussentijds niets aflost en ondertussen kapitaal opbouwt via een levensverzekering. Omdat het om een polis ging met winstdeling was de kans groot dat we na dertig jaar een bedrag bij elkaar zouden hebben gespaard dat hoger was dan de oorspronkelijke lening. Nadat we onze handtekening hadden gezet, verlieten we het pand dus met het idee dat we én iets slims hadden gedaan én safe zaten.

Natuurlijk bleek het achteraf gezien zeer verstandig om al op zo’n jonge leeftijd een huis te kopen, zeker op wat –eveneens achteraf gezien– het dieptepunt was van de huizenmarkt. Van die beloofde winstdeling kwam echter niet veel terecht, maar dat ontdekte ik pas toen ik in 2008 in mijn hypotheekpapieren dook en zag dat het tot dat moment opgebouwde kapitaal wel erg karig was.

Volgens mijn berekeningen zouden we op de einddatum niet méér bij elkaar hebben gespaard dan we destijds hadden geleend, maar juist veel minder. Zonder verder ingrijpen zat er een gat in de begroting van ongeveer 30 procent, zodat je het woord levensverzekering in dit geval beter kunt vervangen door woekerpolis. Opeens voelde ik me iemand die zijn verjaardag viert en pas op het moment dat de deurbel gaat beseft dat hij niets te drinken in huis heeft gehaald.

Als ik negen jaar geleden niet versneld was gaan aflossen –en om dat gat te dichten zou ik vanaf dat moment elke maand 135 euro extra moeten aflossen–, had ik nu vanuit het niets in één klap 13.000 euro moeten overboeken. Dat bedrag is nog te overzien en misschien zelfs uit eigen middelen op te brengen, maar je moet er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren wanneer je als gezin 30 procent tekortkomt op een schuld van een paar ton, omdat je ooit een beleggingshypotheek hebt afgesloten of nooit meer naar de tussenstand van je levenhypotheek hebt gekeken.

Het is dus een feestelijke dag met een schaduwrandje, hoewel ik de echte ergernis al lang achter me heb gelaten en me nu vooral richt op de toekomst. Het heeft immers weinig zin te blijven focussen op dat slechte advies of het schandelijke tekort op de einddatum, wanneer je je ook kunt verheugen op het feit dat de woonlasten dankzij deze algehele aflossing voorgoed met 160 euro per maand zijn gedaald.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl