Gerhard Hormann over basisinkomen

beeld ANP, Lex van Lieshout
2

Deze week verscheen mijn nieuwe boek over het basisinkomen, waarin ik verslag doe van mijn eigen ervaringen met een dergelijk systeem.

Inmiddels zijn er een aantal titels verschenen over dit onderwerp, met als bekendste ”Gratis geld voor iedereen” van Rutger Bregman. Grootste verschil is dat het allemaal theoretische werken zijn, terwijl ik inmiddels precies kan vertellen wat het met je doet wanneer je op de eerste dag van de maand een envelop op de deurmat vindt met daarin tien kakelverse biljetten van 100 euro.

Bij wijze van knipoog naar Rutger Bregman schrijf ik in het voorwoord dat ik geen historicus ben die vrijblijvend filosofeert over de voordelen van een dergelijk systeem, maar een nieuwsgierige politicoloog die het allemaal wel eens aan den lijve wil ondervinden. Je kunt hele dagen doorbrengen met een kaart van de Noordpool op schoot, maar het is een heel ander verhaal wanneer je op een wiebelende ijsschots wordt afgezet door een helikopter die vanwege de harde wind maar net kan landen.

Omdat het onderwerp de laatste tijd veel in het nieuws is, ben ik uitgenodigd door de Vereniging Basisinkomen om vlak voor Prinsjesdag in Den Haag iets te komen vertellen over mijn bevindingen. Doel is de politiek nog eens te attenderen op dit systeem, een alternatief te bieden voor het huidige sociale vangnet en een oplossing aan te dragen voor de massawerkloosheid die het gevolg zou zijn van robotisering.

Persoonlijk acht ik de kans klein dat ik in de nabije toekomst nog vaak uitgenodigd zal worden voor dat soort bijeenkomsten, want niet alles wat ik in mijn boek schrijf is even positief. Zo geloof ik niet dat mensen met een basisinkomen op zak nog steeds zullen kiezen voor een 40-urige werkweek of een loopbaan van een halve eeuw. Wanneer uit enquêtes telkens blijkt dat 60 jaar wordt gezien als ideale pensioenleeftijd, mag je verwachten dat een grote groep werknemers het basisinkomen gaat gebruiken als een soort sobere VUT-uitkering.

Ook is de kans groot dat het invoeren van een basisinkomen leidt tot inflatie. Sommige economen beweren precies het tegenovergestelde, maar ook hier baseer ik me op eigen ervaringen en historisch besef. Dat moet wel want er is op de hele wereld geen enkel land dat een dergelijk systeem op brede schaal heeft ingevoerd. Veel van de aan het basisinkomen toegeschreven voordelen berusten dan ook op aannames.

Zo moet je achteraf constateren dat de opkomst van het aantal tweeverdieners er niet toe heeft geleid dat mensen zich een twee keer zo mooi en duur huis konden veroorloven, maar juist dat hetzelfde huis binnen de kortste keren twee keer zo duur werd. Precies hetzelfde prijsopdrijvende effect kun je verwachten wanneer je ieder echtpaar elke maand zomaar tweeduizend euro netto cadeau doet. Wie dat bedrag opspaart, kan al na vier jaar een huis kopen dat een ton boven het budget ligt.

Grote vraag is dus wat een universeel basisinkomen doet met het algemene prijspeil. Richt zich dat op de groep die er genoegen mee neemt en er genoeg aan heeft of wordt het voordeel van al die extra euro’s binnen de kortste keren opgeslokt door hyperinflatie en stijgende huizenprijzen? Dat zou een nachtmerrie zijn: een peperduur systeem optuigen dat niet de armoede oplost, maar alleen maar de armoedegrens opschuift en alles in één klap veel duurder maakt.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl