Genieten van een mooie dikbilkoe

Bezield werk
Veehouder Roel van Dijk. Vlees van de koeien verkoopt hij rechtstreeks aan de consument. Links dochter Emma. beeld Niek Stam

Hij geniet van een mooie bespierde koe én van een fraai stuk vlees dat hij klaarmaakt voor zijn boerderijwinkel. Roel van Dijk vindt vooral het contact met zijn klanten prachtig. „Ik ben geen boer om alleen maar in de melkput te staan.”

Toen mijn vrouw en ik tien jaar geleden de boerderij overnamen, stond alles nog in het teken van de melkveehouderij. We molken toen tachtig koeien. In die sector moet je blijven groeien om het hoofd boven water te houden. Maar ik ben geen type om straks 200 koeien te melken, dan zou ik geen buitenlucht meer zien. Nee, ik wil graag onder de mensen komen en een beetje handel doen.

Ik heb altijd een passie voor vlees gehad. Het begon met een paar vleeskoeien voor de hobby. Prachtig werk om een mooie dikbil op te fokken totdat ze slachtrijp is. Af en toe ga ik er ook mee naar een keuring. Ik geniet van de schoonheid van zo’n dier. Die vleesveehouderij hebben we geleidelijk uitgebreid. Een paar jaar geleden zijn we gestart met een winkel, waar we ons vlees gingen verkopen. Tegenwoordig slachten we zo’n 150 dieren per jaar: koeien van de vleesrassen Belgisch Blauw en Verbeterd Roodbont voor het luxe vlees, stieren uit onze melkveestapel voor het gehakt en de worst. Het slachten en uitbenen besteden we uit, het uitsnijden, portioneren en verpakken doen we op de boerderij. Daarvoor hebben we een speciale verwerkingsruimte ingericht, met een forse vriescel.

Versterken

Het Binnenveld, zo heet onze boerderij. Het is ook de naam van de agrarische natuurvereniging waar we lid van zijn, een groep boeren die het contact met de burger willen versterken. We helpen elkaar met de verkoop van onze streekproducten. In ons winkeltje ligt daarom niet alleen het eigen rundvlees maar ook varkensvlees, kip en schapen- en geitenkaas van collega’s. En ons vlees is te koop bij drie andere boerderijwinkels, twee supermarkten en een kinderboerderij. Dat is niet nog niet genoeg om het vlees van al onze dieren te verkopen. Samen met andere boeren hebben we daarom coöperatie Boerenhart opgericht. Die heeft een vertegenwoordiger in dienst, die nieuwe afzet zoekt in de horeca en instellingen.

Onze vleeskoeien lopen los in een strostal, waar ze veel ruimte hebben. Ze krijgen ruwvoer en brok. Antibiotica gebruiken we niet, ook niet bij de melkkoeien. Die laatste houden we in een ligboxenstal. In het voorjaar en de zomer lopen ze buiten. Het welzijn van het vee vind ik net zo belangrijk als het maken van een mooi stuk vlees. Het dier heeft als schepsel recht op een goed leven, wat niet wegneemt dat we ook gewoon geld moeten verdienen.

Veel van onze klanten willen zo natuurlijk mogelijk eten. Bij het maken van onze vleesproducten gebruiken we alleen Keltisch zeezout en zuivere kruiden. Smaakstoffen voegen we niet toe. Vroeger had je als boer geen contact met de consument. De melk ging naar de melkfabriek, verder bemoeide je je er niet mee. Tegenwoordig zoeken wij de consument op, via onze website en via Facebook bijvoorbeeld. Als de koeien in het voorjaar naar buiten gaan, nodigen we de mensen uit om te komen kijken. En elke zaterdag zetten we onze stal open. Het publiek is van harte welkom om naar de dieren te kijken. Momenteel bouwen we een skybox, zodat alles nog beter te zien is.

Onkunde

De mensen willen tegenwoordig graag weten waar het vlees vandaan komt. Daarom doen we mee aan regionale open dagen. Dan delen we flyers uit op de basisscholen in Rhenen en Veenendaal. Als de kinderen komen, krijg je de ouders ook. De onkunde bij kinderen is groot. Zelfs in een plaats als Rhenen weten ze haast niets meer van de landbouw. Ik vind het belangrijk dat boeren laten zien waar ze mee bezig zijn. Maar ik besef ook dat je er een beetje aardigheid in moet hebben.

Ook bezield werker? Stuur een mail naar econ@refdag.nl.

Levensloop Roel van Dijk

Roel van Dijk (41) kwam op zijn 18e bij zijn vader in de maatschap. Het bedrijf in het Utrechtse Achterberg was te klein om in twee inkomens te voorzien, vandaar dat Roel deels buiten de deur bleef werken. Als chauffeur kwam hij met allerlei mensen in contact. Daar genoot hij van. Intussen bleef het zijn droom om thuis de kost te verdienen. Het melkquotum werd door aankoop geleidelijk vergroot naar 600.000 kilogram. Bij de overname van het bedrijf, in 2008, besloot Van Dijk te investeren in vleesvee en huisverkoop. Roel van Dijk is getrouwd met Toke (41). Ze hebben vier kinderen.