Fleckvieh-koe produceert melk én een goed stuk vlees

Rondom de boerderij
beeld Gert van den Bosch
4

Koeien horen bij Nederland. Tweeduizend jaar geleden al leverden de Friezen de huiden van hun koeien aan de Romeinen. Tegenwoordig gaan zuivelproducten die gemaakt zijn van de melk van Nederlandse koeien, de hele wereld over.

Dé Nederlandse koe bestaat niet. De bekende zwartbonte dieren uit de Hollandse en Friese weidegebieden –tegenwoordig ook in de rest van het land in de meerderheid– zijn pas in het laatste kwart van de vorige eeuw met inbreng van veel Amerikaans bloed gefokt. Ze zien er heel anders uit dan koeien van 50, laat staan van 400 jaar geleden.

Neem bijvoorbeeld het beroemde schilderij van de stier van Paulus Potter uit 1647. Die stier, en vooral de koe die naast hem ligt, heeft veel weg van het dier van de foto’s bij dit artikel. En dat is geen zwartbonte, maar een Fleckvieh-koe, een ras dat zijn oorsprong heeft in de Alpen.

Schaalvergroting en specialisatie hebben de rundveestapel in Nederland de afgelopen decennia een ander aanzien gegeven. Zuivel is een belangrijk exportproduct. Volgens de NZO, brancheorganisatie van de zuivelindustrie, is bijna 10 cent van elke euro die Nederland verdient door handel met het buitenland, toe te rekenen aan de zuivelsector. De moderne koe is dan ook vooral op de melkgift gefokt. In 1950 gaf een doorsnee Nederlandse koe 4000 liter melk per jaar. In 2015 was dit 8200 liter.

De meeste van de 1,7 miljoen Nederlandse koeien zijn tegenwoordig van het zwartbonte ras Holstein-Friesian (HF). Deze dieren zijn groter en minder gespierd dan de traditionele Fries-Hollandse (FH) koeien. FH was een zogeheten dubbeldoelras: de koeien gaven niet alleen een behoorlijke hoeveelheid melk maar leverden bij de slacht ook nog een mooi stukje vlees op.

Op biologische boerderijen, zoals Hoeve Biesland in Delfgauw, waar deze foto’s gemaakt zijn, zie je nog wel dubbeldoelrassen. Fleckvieh bijvoorbeeld. Deze koeien zijn sterker en hebben minder snel gezondheidsproblemen dan HF. Het vlees is voor de boer een extra inkomstenbron.

Gert van den Bosch over de foto’s

„Hier zie je een kalf dat net op de wereld is. Eerder zag ik vooral keizersnedes, maar dit kalf werd op de natuurlijke manier geboren, en dat was bijzonder om mee te maken. Het is opletten als je zo dichtbij bent: de koe kan slaan met haar poten, of opeens gaan liggen.

Op die ene foto zie je dat de moeder een wee heeft, ze knijpt haar ogen dicht. Op een andere zie je de pootjes en een stukje van de snuit van het kalf. De moederkoe kan het vlies er na de geboorte zelf afhalen, maar als ze erg moe is doet de boer het vaak.

Ik heb ooit een big gered die nog in het vlies zat – de boer liep ergens anders, en het was nodig om in te grijpen, dus ik slingerde het beestje heen en weer en wreef het met stro totdat het ademde.”