Fipronilaffaire leidt tot schrijnende situaties

Fipronilschandaal eieren
BARNEVELD. Agrarisch coach en boerin Monique te Kiefte (49) hoorde de afgelopen maanden talloze schrijnende verhalen van door de fipronilkwestie getroffen pluimveehouders en hun gezinnen. beeld Saskia Berdenis van Berlekom

Wanhoop, onzekerheid, depressie: agrarisch coach Monique te Kiefte ziet pluimveehouders worstelen met de gevolgen van de fipronilcrisis. „Kinderen zeggen tegen mij: Papa lacht niet meer.”

Te Kiefte (49) –boerin in Winterswijk– hoorde de afgelopen maanden talloze schrijnende verhalen. Ze voert in opdracht van de gemeenten Barneveld en Ede keukentafelgesprekken met pluimveehouders. Als ze dat willen, verwijst ze haar cliënten door naar een huisarts, psycholoog of andere hulpverlener.

Veel pluimveehouders zitten erdoorheen, zegt Te Kiefte. Hun bedrijf zit al maanden op slot en de financiële reserves raken op. Sommigen slikken pillen tegen de stress en kampen met slapeloosheid. „Ik heb mensen gesproken die niet meer van hun bank afkomen.”

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NWA) blokkeerde in juli en augustus 361 kippenstallen, waarvan tientallen in de Gelderse Vallei. In de stallen was door servicebedrijf ChickFriend het verboden insecticide fipronil toegepast tegen vogelmijt (bloedluis). Veel stallen zijn nog steeds niet vrijgegeven. De schade voor de pluimveeketen bedraagt zo’n 70 miljoen euro, berekende Wageningen Economic Research.

Getroffen pluimveehouders mogen hun eieren niet verkopen. Welke economische gevolgen heeft dat?

„De meesten kunnen hun toekomstplannen niet meer waarmaken. Uitbreidingen, bedrijfsovernames, het verwijderen van asbest, het bouwen van een nieuwe schuur of huis: het gaat allemaal niet door. Ik heb verschillende mensen gesproken die plannen hadden om te stoppen met hun bedrijf en dat nu niet kunnen omdat hun pensioen is verdampt, waar ze hun leven lang hard voor hebben gewerkt. Dat is zuur. Waarschijnlijk is voor de boeren pas over een jaar duidelijk hoe ze er financieel gezien voor staan. Velen zijn bang voor claims van tussenhandelaren en het is onduidelijk hoe de eierprijs zich ontwikkelt.”

Welk psychisch leed komt u tegen in uw gesprekken?

„De getroffen gezinnen staan al maanden onder hoogspanning, zonder het gevoel te hebben dat ze eronderuit kunnen komen. Ik spreek boeren met een depressie. Anderen zijn boos of gelaten. Het ligt er maar net aan hoe iemand in elkaar steekt. Ik sprak verschillende kinderen die vertelden: „Papa lacht niet meer.” Een vrouw zei: „Ik maak mij ernstig zorgen om mijn man, hij ziet het niet meer zitten.” De situatie is dramatisch. Kinderen willen hun vader en moeder helpen. Sommigen bieden hun ouders zelfs hun spaargeld aan.”

Wat springt eruit bij de boeren zelf?

„De onzekerheid. Ze wisten, zeker in het begin, niet wat ze moesten doen om hun stallen en kippen vrij van fipronil te krijgen. Konden ze hun kippen beter ruien of ruimen? Hoeveel financiële schade zouden ze gaan lijden? Hoelang zou het allemaal duren? Als je weet dat het nog twee maanden duurt voordat je bedrijf schoon is verklaard, kun je tenminste een planning maken. Veel boeren zitten nog steeds in onzekerheid.”

Is de impact van de fipronilaffaire te vergelijken met eerdere crisissen in de veehouderij, zoals MKZ of vogelgriep?

„Dat weet ik niet. Ik bezocht in 2016 en 2017 varkenshouders die in financiële nood waren gekomen door de extreem lage biggenprijzen. Als me iets duidelijk is geworden, is dat je leed niet met leed moet vergelijken. Deze crisis heeft in elk geval een ontzettend grote impact op de getroffen boeren. Ze voelen zich onrechtvaardig behandeld door de NVWA.”

Waarom?

„Ze stuiten op onbegrip, bureaucratie en slechte communicatie. Ik hoor dat een testuitslag in het begin soms al een week bekend was bij de NVWA, maar niet werd doorgegeven aan de boer. Terwijl het gaat om duizenden euro’s omzet per dag. Het steekt de pluimveehouders ook dat de NVWA suggereert dat ze nalatig zijn geweest door fipronil te gebruiken. Maar de boeren wisten helemaal niet dat ChickFriend daarmee werkte.”

Dus geen gebrek aan boerenverstand, zoals in een Kamerdebat werd gesuggereerd?

„Met het boerenverstand was niks mis, de pluimveehouders konden het niet weten. Sommigen voelen zich ontzettend schuldig. Ze hebben zonder dat ze het wisten giftige eieren op de markt gebracht.”

De fipronilcrisis duurt nu al drie maanden. Hoelang kunnen de getroffen pluimveehouders dit nog volhouden?

„Ik zie mensen hun grenzen steeds verder verleggen, maar daar komt een keer een einde aan. De uitspraak die ik de afgelopen tijd vaak hoor is: „Ik ben er helemaal klaar mee.”

Sinds kort merk ik dat de hoop bij de boeren terugkeert omdat er steeds meer stallen schoon worden verklaard. Maar dat geldt niet voor iedereen. Bij sommige bedrijven kan het nog wel even duren voordat ze vrij zijn van fipronil.”